De Paardenkathedraal brengt Schnitzler's 'Reigen' in CC Leuven

Van mannen die bronstig achter hun pik hossen

Op woensdag 24 november vindt in de Leuvense schouwburg de Belgische première plaats van het opmerkelijke toneelstuk 'Reigen', geschreven door de Oostenrijkse auteur Arthur Schnitzler. Het stuk mag dan meer dan honderd jaar oud zijn, het biedt nog steeds een aktuele kijk op de interne keuken van menselijke -- vooral mannelijke -- drijfveren. Deze interne keuken kan in één simpele vraag samengevat worden: hoe krijg ik deze leuke deerne zo snel mogelijk in bed?

In biografieën over de Weense psychiater Sigmund Freud (1856-1939) wordt vaak hoog van de toren geblazen over diens unieke en originele inzichten in de menselijke psyche en in de impakt van erotische neigingen op het menselijke handelen. Nochtans werkte een tijdgenoot van Freud in novellen en toneelstukken met eksakt dezelfde thematiek. Die tijdgenoot was Arthur Schnitzler (1862-1931) en sommige van de stukken waarin hij de erotiek te lijf ging, baarden vaak meer opzien dan het gehele werk van Freud ooit heeft kunnen doen. De opvoeringen van Schnitzler's toneelstukken beroerden regelmatig het burgerlijke gemoed van de Weense goegemeente. Zo braken er bijvoorbeeld in 1921 naar aanleiding van Schnitzler's 'Reigen' rellen uit onder het publiek van het Weense Burgtheater. Een deel van de Weense burgerij kon het onderwerp niet aanvaarden. Het gedrag van deze burgers toonde nog maar eens hun hypokrisie aan: zij voelden zich niet te beroerd om voor hun schijnmoraal op de vuist te gaan, nota bene in het toenmalige Europese mekka van de prostitutie.

Intelligentsia

Schnitzler was een kind van zijn tijd. In navolging van zijn vader, die een keelarts was, had Schnitzler geneeskunde gestudeerd. In het sterk antisemitische Wenen werd dokter Schnitzler, ondanks zijn joodse afkomst, een gewaardeerd en graag gezien burger. Schnitzler zou zijn leven lang zijn dokterspraktijk behouden omdat hij een heilige angst had voor de armoede. Maar eigenlijk had hij zich liever voltijds aan zijn schrijfkunst gewijd. Het grootste gedeelte van zijn tijd bracht hij trouwens door in het beruchte kafee Griensteidl, waar artistieke bohemiens elkaar troffen om van mening te wisselen of Havana's te roken. Daar ontmoette hij Mahler, Schönberg en Hoffmannsthal en spuugde er samen met hen op de Weense katolieke kleinburgerlijkheid. Zo bouwde Schnitzler een dubbelzinnig bestaan op. Terwijl hij na de opvoering van zijn niets verhullende stukken geregeld werd uitgemaakt voor pornograaf en er de ene maitresse na de andere op nahield, verwierf hij via het beroep van dokter de faam een zeer eerbare burger te zijn.
Niemand inkorporeerde de dekadentie van het Weense fin de siècle zo sterk als Schnitzler, maar niemand was er ook zo'n scherp observator van. Bij geen enkele andere Oostenrijkse schrijver is de nakende ondergang van de reusachtige en ongenaakbaar gewaande Donaumonarchie zo pregnant, maar ook zo fijnzinnig aanwezig als bij hem. Schnitzler behoorde tot de joodse, avantgardistische intelligentsia van Wenen, die als geen ander aanvoelde welk een immense hypokrisie de aristokratische bovenlagen van de stad hanteerden: deze elites beriepen zich op een kristelijke moraal waarvan zij zelf aantoonden dat die op sterven na dood was.
Eén thema loopt als een rode draad door de stukken van Schnitzler, namelijk de krampachtige en kleinzielige pogingen van voornamelijk mannelijke individuen om hun seksuele verlangens te bevredigen. Welke daad zij ook verrichten en welk woord zij ook uitspreken, telkens verraden zij hun onderhuidse erotische verlangens. De enige drijfveer in het lege bestaan van deze officieren en edellieden is het antwoord op de vraag hoe zij hun vrouwelijke gesprekspartner deze keer weer in bed zullen krijgen. Op zeer stuntelige wijze slagen zij meestal in hun doel, maar de post-coïtale depressie is er na al deze inspanningen enkel des te groter door.

Lik

Vooral mannen zijn in Schnitzler's stukken de kop van jut. Zij vertonen een onbehouwen gedrag en hun zogezegde kultivering reikt niet verder dan hun eigen pik. Lou Andreas-Salomé, die nog met Rilke en Nietzsche geslapen heeft, stak haar bewondering voor Schnitzler niet onder stoelen of banken. Vol entoesiasme voor de perverse, minderwaardige uitbeelding van de man bij Schnitzler schreef ze: "Het lijkt haast op laster. Altijd is de vrouw interessanter. Het is een wonderlijk soort zelfverloochening van de auteur." De enige uitzondering op deze sekse-regel van Schnitzler is een personage uit het stuk dat het Nederlandse gezelschap De Paardenkathedraal woensdag in Leuven opvoert. In 'Reigen' komt immers een zeer mondaine en wulpse vrouw aan bod die door Schnitzler met de grond gelijk gemaakt wordt. Maar geen nood, er dagen nog vier andere vrouwelijke personages op die de mannen heus wel voldoende lik op stuk geven.
'Reigen', in het Duits 'het openen en sluiten van een rondedans', biedt een blik op tien erotisch geladen dialogen tussen vijf verschillende koppels. Het openen en sluiten of het op-en-neer bewegen van allerlei mannelijke en vrouwelijke lichaamsdelen staat dan ook centraal in dit stuk. Slechts twee akteurs nemen alle rollen op zich. Peter de Graef moet telkens opnieuw in de huid kruipen van neurotische rokkenjagers en Marie-Louise Stheins -- een naam die in het Wenen van Schnitzler niet zou misstaan hebben -- moet de seksueel aantrekkelijke en telkens intelligentere vrouw brengen. Zij draaien alle rondjes tussen de beide seksen. De regie is in handen van Dirk Tanghe. Vrouwelijke toneelliefhebbers kunnen alvast reikhalzend uitkijken naar deze smulpartij, waarin mannen steevast het onderspit delven.
Diederik Vandendriessche
'Reigen' speelt op 24 en 25 november in de stadschouwburg. Info en reservatie bij CC Leuven: 016/22 21 13


Inhoud