In onze reeks 'personen uit het onderwijslandschap' is het woord deze
week aan Jacques Willems, rektor van de Rijksuniversiteit Gent (RUG). In
tegenstelling tot de KU Leuven vraagt de RUG geen onmenselijke bedragen
voor haar Voortgezette Akademische Opleidingen. Willems juicht het
optrekken van de basisfinanciering voor uniefs toe. Verder sprak de
rektor zich onlangs kritisch uit over de motieven achter de
Sorbonneverklaring, die de harmonisatie van Europese universiteiten
vooropstelt. Gent heeft echter nog een ander probleem daarbij: een tekort
aan infrastruktuur.
Veto: Op korte tijd is het aantal studenten in Gent enorm
gestegen. Hoe komt dat?
Jacques Willems: «We zijn nog steeds kleiner dan Leuven, maar
de laatste tien jaar hebben we een behoorlijke stijging van het aantal
studenten meegemaakt. Er zijn daarvoor een aantal mogelijke redenen.
Hopelijk is kwaliteit van het onderwijs daar één van. De
ontzuiling van de instellingen is wellicht ook een voordeel voor de
pluralistische RUG: zowel in West-Vlaanderen als in Brabant vergroten
onze rekruteringsgebieden. Nu komt ongeveer eenzelfde proportie van onze
studenten uit het officieel en het vrij sekundair onderwijs, wat vroeger
niet het geval was. De aantrekkingskracht van de stad Gent, met de
Decascoop en de Vooruit speelt ook een grote rol. Omdat Gent op een
verkeersknooppunt ligt, is de stad bovendien gemakkelijk
bereikbaar.»
Veto: In een visitatierapport van twee jaar geleden werd vooral
gewezen op een tekort aan personeel en infrastruktuur.
Willems: «De spreiding van onze universiteit over de stad
maakt het moeilijk om flexibel met onze infrastruktuur om te springen.
Bovendien zijn de budgetten voor infrastruktuur op het nivo van de jaren
zeventig blijven steken. Maar wij moeten ook niet panikeren: de Vlaamse
populatie daalt in aantal, waardoor wij niet zullen blijven groeien. We
rekenen op een soort evenwicht in de eerstvolgende jaren. En de nood aan
grote auditoria gaat afnemen gelet op de informatisering van het
onderwijs. De plannen voor een groot auditorium zijn afgeblazen vanwege
deze evolutie. We bouwen liever een aantal kleinere auditoria bij,
verspreid over de stad.»
Veto: Bestaan er nog levensbeschouwelijke barrières
tussen de universiteiten?
Willems: «Er leeft wel nog een zekere gevoeligheid, maar die
is sterk verminderd tegenover vroeger. Persoonlijk hoop ik dat dit nog zo
min mogelijk gaat meespelen. Daarom is het samen inrichten van
gespecialiseerde opleidingen misschien een oplossing, zodat een student
zich niet met een specifieke instelling moet associëren.»
Veto: In het tiende onderwijsdekreet is de maximumkost van een
Voortgezette Akademische Opleiding (VAO) bepaald op 203.000 frank. En
zelfs dan zijn er die duurder kosten, althans in Leuven. Hoe zit dat in
Gent?
Willems: « De RUG heeft nog steeds het standpunt dat wij voor
zowel de gespecialiseerde als de aanvullende opleidingen het normale
inschrijvingsgeld vragen. Wij maken geen gebruik van de wettelijke
mogelijkheid dat op te trekken tot 203.000 frank. Wat de permanente
vorming betreft, denk ik dat niet de gemeenschap moet betalen maar de
gebruiker: de werkgever van de deelnemers.»
Veto: Is het dan niet verleidelijk om zich te gaan richten op
de doelgroep met het meeste geld?
Willems: «Neen, want de eisen worden helemaal anders
geformuleerd. Permanente vorming gebeurt vaak 's avonds en tijdens het
weekend. Wettelijk gezien kan een prof daar een vergoeding voor krijgen.
Voor andere onderwijsopdrachten of onderzoek is dat niet mogelijk. Verder
is het zo dat permanente vorming aan maatschappelijk belang aan het
winnen is. Om het te stimuleren is die kleine vergoeding dus ook zinvol.
Maar de andere taken mogen daardoor niet verwaarloosd worden. Wat wel een
probleem is, is de permanente vorming die zich richt op zachte sektoren:
onderwijs en de verzorgingsektor. Daar heeft men vaak niet het nodige
geld om werknemers een post-akademische opleiding te laten volgen. Ik
denk dat daar de gemeenschap wel een stukje moet tussenkomen.»
Veto: Enkele jaren geleden werd in Gent het Instituut voor
Permanente Vorming opgericht, onder druk van de industrie. Wil dat zeggen
dat de universiteit afhankelijk wordt van de industrie?
Willems: «Dat is geen juiste voorstelling van zaken. Er was
vanuit de industrie een vraag naar vorming. Als wij de mogelijkheden
hebben om die te geven, dan vind ik het logisch het Instituut voor
Permanente Vorming daarvoor instrukties te geven. Tenminste, als de
industrie de volledige kostprijs of iets meer voor de opleidingen
betaalt.»
Broeikas
Veto: U zei in 1996 dat de universiteit in de volgende eeuw
weer een broeikas voor de maatschappij moet worden. Hoe ziet u dat
konkreet?
Willems: «Er zit een gevaar in het beleidsvoorbereidend
onderzoek dat geïnspireerd wordt door specifieke problematieken die
zich stellen bij de overheid en de bedrijven. De universiteit heeft,
naast het onderwijs en het basisonderzoek, ook de taak zich te buigen
over maatschappelijke problemen. De unief speelde in vorige eeuwen, zelfs
nog in vorige decennia, veel meer de rol van denkcentrum dan
tegenwoordig. Men moet de mensen uit humane wetenschappen stimuleren om
veel meer maatschappelijke standpunten in te nemen. Dat dreigt verloren
te gaan door het kwantitatief meten van onderzoeksresultaten.»
Veto: Bent u dan blij dat in het regeringsakkoord staat dat die
basisfinanciering gaat verhogen?
Willems: «De vorige regering heeft veel gedaan op gebied van
projektgericht onderzoek, de huidige heeft te kennen gegeven dat zij
inspanningen zal doen voor de basisfinansiering en de finansiering van de
infrastruktuur. Dat moet op dit ogenblik de prioriteit zijn, ook omdat de
basisfinansiering voor een stuk ingevreten wordt door
projektfinansiering.»
Veto: U bent het nog op een ander vlak eens met de minister;
ook zij stelt dat de oriëntering van studenten moet gebeuren in het
sekundair onderwijs.
Willems: «Ik ben geen voorstander van het veralgemenen van
toelatingsproeven. De proef voor de burgelijk ingenieurs werkt al vele
jaren zeer goed omdat die echt de mensen selekteert die de richting
aankunnen. De toelatingsproef geneeskunde is er alleen gekomen omdat de
medische konsumptie te hoog is. Ik ben persoonlijk tegen
toelatingsbeperking. Ik heb liever dat iemand die absoluut een studie wil
doen achteraf gewoon kan zeggen: 'het is niets voor mij', dan dat hij de
rest van zijn leven gefrustreerd blijft rondlopen omdat hij het niet
heeft mogen doen.»
Veto: De universiteiten in heel de Europese Unie willen hun
opleidingen op elkaar afstemmen. In uw openingsrede van dit akademiejaar
zei u dat daar andere motieven achter zitten dan het louter transparant
maken van de strukturen.
Willems: «De Sorbonneverklaring (een eerste grote aanzet tot
harmonisatie) is er gekomen omdat de vier grote landen van Europa ook
buiten het zuiver ekonomische de konkurrentie met Amerika wilden aangaan.
Het transparant maken van de leerstelsels is in de eerste plaats daarop
gericht. De bedrijven worden internationaler en dus ook de rekrutering
van medewerkers. Op dit ogenblik zijn de Amerikaanse universiteiten de
standaard. Europa wil haar universiteiten op Amerikaans model scholen.
Nochtans spelen Europeanen geen tweederangsrol, maar dat is wel de
perceptie van de politieke leiders. Trouwens gemiddeld gezien hebben wij
een veel beter onderwijsstelsel dan de Amerikaanse
universiteiten.»
Veto: Bent u voor semestereksamens, zoals in de Verenigde
Staten, of voor een jaarsysteem?
Willems: «Ik zou de situatie hier niet vergelijken met die in
Amerika. De uitwisselingsmogelijkheden in Europa zijn gebaat met
vergelijkbare evaluaties. Veel Erasmusstudenten gaan immers voor een half
jaar naar het buitenland. Als men in heel Europa het eigen systeem zou
behouden maar wel het tijdschema harmoniseren, zou er al veel gewonnen
zijn voor de uitwisseling. Aan de RUG hebben de positieve wetenschappen
een semestersysteem en de humane een jaarsysteem. Ik begrijp de
gevoeligheid van de humane wetenschappen, maar die is voor een stuk
onterecht. Daar zijn de studenten bang een heel jaar te moeten blokken
als semestereksamens zouden worden ingevoerd en geen tijd meer te hebben
voor andere aktiviteiten. Maar eksakte wetenschappers zijn even
aktief.»