Goethe's Stella aanvankelijk anders

De vrouw als echtgenote en minnares

Stella is altijd een fel gekontesteerd stuk geweest. Toen Goethe het publiceerde, stuitte het op een opvoeringsverbod vanwege de twijfelachtige moraal. In de Goethemonografie van Staiger uit 1952 wordt het zelfs tot de grond afgebroken; het zou "unscharf und gedenkenarm" zijn. In Aanvankelijk onder de naam Stella behouden Sara De Roo en Steven Van Watermeulen de onscherpte maar halen wel de ideeën uit de tekst naar boven.

Het verhaal situeert zich in een woonkamer. Wanneer de akteurs op het toneel verschijnen, beginnen ze het hele decor af te breken. Alles, tot het tapijt toe, wordt aan de kant geschoven. Het doek in het midden geeft duidelijk de kompartimentering tussen het deel van de man en de vrouw aan, de akteurs wijken slechts sporadisch van hun eigen territorium.

Na verloop van tijd begint de konversatie tussen de beide personen. Het verhaal dat ze vertellen, handelt over Stella en Fernando. Fernando bedriegt zijn vrouw Cecile met Stella, maar Cecile vindt het niet erg. Net als in het oorspronkelijke stuk draait alles om scheiden, keuzes maken, samenleven, samen blijven of weer uiteen gaan. Fernando staat voor een verscheurende keuze. Maar moet die keuze gemaakt worden, kan een vrouw niet tegelijkertijd minnares en echtgenote zijn?
Zoals het stuk gebracht wordt, is het niet helemaal duidelijk wat de relatie tussen de twee mensen op de scène is. Soms lijkt het alsof zij Stella en Fernando zijn, andere momenten lijken ze twee buitenstaanders die het relaas over Stella en Fernando vertellen. De boedelscheiding aan het begin van de voorstelling kan doen vermoeden dat ze Fernando en zijn echtgenote spelen. Beide personages verdedigen beurtelings Stella en Fernando; het is niet zo dat een van hen konsekwent partij trekt voor Stella of voor Fernando. Hun opvattingen keren zoals ze van kleren wisselen, of van personage.
Sara De Roo en Steven Van Watermeulen hebben meermaals aan het stuk gesleuteld. Van de beschrijving in de programmabrochure (een stukje uit De Morgen gedateerd juli dit jaar) blijft niets overeind. Het geeft aan hoe de akteurs van Stan nadenken over datgene waarmee ze bezig zijn. De aandacht voor de tekst brengt steeds nieuwe betekenislagen naar boven die zich vertolken in een andere konkretisering op de scène. Het is ongetwijfeld nodig om in een tekstgericht teater de primitieve speelvreugde te bewaren. Het plezier dat beide spelers hier tentoon spreiden is in elk geval hartverwarmend.
Katelijne Beerten
Peter Mangelschots


Inhoud