Rektor Harry Martens van het Limburgs Universitair Centrum verdedigt de uitbreiding van zijn universiteit

"Wij zijn niet bezig met een status-gevecht"

Rektor Harry Martens van het Limburgs Universitair Centrum (LUC) is niet populair bij zijn grote broers Leuven en Gent. Martens wil --in het kader van de samenwerking met de universiteit van Maastricht-- het studiepakket aan het LUC uitbreiden. Voor universiteiten en hogescholen van het lange tipe wil hij één beleid. Velen stellen zich de vraag of de plannen van de Limburgse rektor te verzoenen zijn met de huidige tendens om te rationaliseren in het universitaire landschap.

Harry Martens: «Je kan niet tegen optimaliseren of rationaliseren zijn. Het geld van de gemeenschap moet zo efficiënt mogelijk besteed worden. Maar dat neemt niet weg dat er toch wel ruimte is voor ekspansie. Het LUC en de Antwerpse universiteiten worden soms in het hoekje geduwd van diegenen die de kwaliteit van het onderwijs in Vlaanderen naar de keel staan. Onze akties zouden immense hoeveelheden geld opslorpen. Dat is niet zo. We vragen eigenlijk kleine aanpassingen. De universiteit van Maastricht is ontstaan als de achtste geneeskundefakulteit van Nederland. Er is daar een geweldige politieke strijd geweest. Maar de unief is er gekomen tegen de wens van alle andere universiteiten in. Er is trouwens in Europa nog nooit een unief opgericht met applaus van de andere universiteiten. Het is duidelijk dat ook het debat rond het LUC niet zal worden opgelost binnen de universiteiten maar op politiek nivo.»
Veto: Om de intense samenwerking met Maastricht --zijnde de transnationale universiteit-- te realiseren, bent u van plan het studiepakket van het LUC gevoelig uit te breiden. Is het de bedoeling om een 'volwaardige' universiteit te worden?
Martens: «Ik denk niet dat er nu universiteiten zijn die zeggen dat ze alles moeten kunnen aanbieden. Je moet keuzes maken. Wat wij bijvoorbeeld niet ambiëren zijn de technische wetenschappen, de ingenieursopleidingen. Wel ambiëren wij bijvoorbeeld de natuurwetenschappen, ter ondersteuning ook van onze fakulteit geneeskunde.»

Liberaal

Veto: Nederlands en Belgisch Limburg hebben dezelfde geschiedenis van mijnsluitingen en daarbijhorende sociale ellende achter de rug. De rekonversiegelden van de Kempische Steenkoolmijnen wil u investeren in de uitbouw van een zoveelste universiteit en een spoorverbinding tussen Hasselt en Maastricht. Waarom niet in arbeidsplaatsen?
Martens: «Ik redeneer daarin liberaal. Ik vind niet dat het de rol is van de overheid om te investeren in bedrijven. Het is de rol van de overheid om de omgeving te kreëeren waarin ondernemen mogelijk is. Dat betekent dat zij moet zorgen voor een kennisinfrastruktuur die een goed opgeleide bevolking aflevert.»
Veto: Limburg is kwa mobiliteit bijzonder slecht ontsloten voor de rest van het land. Waarom hier niet investeren?
Martens: «Limburg is op vlak van openbaar vervoer vragende partij om veel betere konnekties te krijgen met het sentrum van het land. De tijd die het kost om van Brussel naar Genk te sporen is niet veel korter dan vijftig jaar geleden.»
Veto: In vergelijking met de rest van het land participeren Limburgse jongeren veel minder aan het universitaire onderwijs. Denkt u dat te verbeteren door een bestaande universiteit nog uit te breiden?
Martens: «Het probleem van de participatie is zeer hardnekkig. Het heeft voor een groot deel te maken met feit dat wij hier meer migranten en mensen uit lagere inkomenklassen hebben. Het LUC wil daar iets aan doen met het realiseren van een plaatselijk studie-aanbod. Wij krijgen dan het verwijt op ons dak dat wij een kerktorenmentaliteit hebben, dat wij provinsialisten zijn die op elke molshoop een universiteit willen. De mentaliteit hier is niet anders dan in de andere universiteiten. Alleen hebben wij een bijzondere gevoeligheid voor de rol die een unief in zijn regio kan spelen, terwijl andere universiteiten meer bezig zijn met een status-gevecht en zich willen vergelijken met Oxford en Camebridge.»

Oosterlinck

Veto: Staan de plannen van het LUC niet haaks op de huidige tendens tot rationaliseren en 'zwaartepuntvorming' in het universitaire landschap?
Martens: «Altijd dat gezeur dat er teveel universiteiten zijn in dit land. Daar gaat het toch niet om. We moeten tot afspraken komen. Het LUC heeft de ambitie om de vijfde universiteit van Vlaanderen te zijn, maar in een orgineel projekt met Maastricht. Met alle interessante aspekten van het realiseren van Europese ideëen die daar aan vast hangen. Men kan toch niet zeggen dat dit dé bedreiging is van de kwaliteit van de universiteiten in Vlaanderen. Waar dit land behoefte aan heeft, daar mag ook wel eens een debat rond gevoerd worden.»

«Ik lig er niet van wakker dat Vlamingen geen nobelprijs halen. Ik vind het op een zo hoog mogelijk nivo tillen van zestigduizend universiteitsstudenten veel belangrijker dan een prestigeduel aangaan op wetenschappelijke scenes. Toponderzoek is niet nodig om kwalitatief onderwijs te leveren. Onze eerste bekommernis moeten onze afgestudeerden zijn. Rektor Oosterlinck wil in zijn universiteit twaalfduizend studenten die hij zelf kan selekteren, maar het geld van 24.000 studenten. En dan kan je de statusstrijd met Oxford aan.»
Veto: U pleit ook om de universiteiten en hogescholen dichter bij elkaar te brengen en ze zelfs één beleid te geven.
Martens: «De hogescholen van het lange tipe klagen terecht dat zij benadeeld worden in het valoriseren van hun diploma's. De hogeschoolopleidingen van het lange tipe kunnnen met veel gemak binnen het universitaire systeem geplaatst worden. Opleidingen die in Vlaanderen in het hogeschoolsysteem zitten, worden in het buitenland aan de unief gedoceerd. Van de negentigduizend hogeschoolstudenten zitten er twintigduizend in het lange tipe. In Duitsland zit zeventig tot tachtig procent van de studenten in het universitaire systeem. Wanneer er één Europese arbeidsmarkt gaat komen, mag het onderwijs daar niet afzijdig van blijven.»
«Ik pleit er niet voor dat hogescholen universiteiten moeten worden. Neen, de hogeschoolopleidingen moeten blijven wat ze zijn, want er is een grote vraag naar op de arbeidsmarkt. Maar wat de waarde van hun diploma's betreft zouden ze beter met de universiteiten in één organisatorisch geheel zitten. Daar kan je allerlei meerwaarden mee realiseren. We kunnen hier in Vlaanderen nog veel over debatteren. Maar we zullen moeten volgen want anders raken we geïsoleerd binnen Europa.»

Altijd dat gezeur dat er teveel universiteiten zijn in dit land. Daar gaat het toch niet om


Veto: U wil meer fleksibiliteit en diversiteit binnen het onderwijs, op vraag van de markt. Dat betekent nog meer opleidingen. Staat dit weer niet in kontrast met het streven naar zwaartepuntvorming en rationalisering?
Martens: «Het onderwijs gaat steeds een grotere variatie aan instroom krijgen, met mensen vanuit verschillende opleidingen. Het is een uitdaging om die instroom op één of andere manier toch op te vangen. Daar draait onze ekonomie op, het zo breed mogelijk kunnen opleiden van mensen. Ons onderwijs gaat kreatief moeten zijn.»

Normaal

Veto: Bedoelt u met die diversiteit ook de Post Akademische Vorming (PAV's) en de Voortgezette Akademische Opleidingen (VAO's). Welk beleid voert u ten aanzien van deze opleidingen?
Martens: «Mijn stelling naar de PAV's toe: ik denk dat we moeten proberen de studenten niet te lang aan de universiteiten te houden en van de PAV geen systeem te maken van 'na een specialisatie, nog een specialisatie'. Het zou beter zijn dat men de initiële opleiding zo kort mogelijk houdt. Het is trouwens veel produktiever om een initiële opleiding te volgen van vijf jaar, dan te gaan werken en achteraf terug komen studeren.»
Veto: Wat doet u met de wildgroei en de eksorbitante prijzen die voor PAV's en ook VAO's gevraagd worden?
Martens: «De VLOR (Vlaamse Onderwijsraad, bds, dv) heeft geadviseerd om een duidelijk onderscheid te maken tussen twee systemen. Wanneer de overheid aan een diploma voorwaarden verbindt, is zij gerechtigd om inschrijvingsgelden vast te leggen. En dan is er voor mij geen enkele reden om die inschrijvingsgelden te laten verschillen van de gewone inschrijvingsgelden. Voor een VAO, geregeld door overheid en met een normaal diploma, moet een normaal geld gevraagd worden.»

«Studenten moeten ook aanvaarden dat ook daarbuiten een markt bestaat waar de universiteiten --en dit is de maatschappelijke realiteit-- haar geld haalt. De achterliggende gedachte is om geld van die markt te halen en zich ook wat te laten sturen door de markt. Naarmate men zich verder verwijdert van de initiële opleiding en naar de richting van permanente vorming gaat, moet men aanvaarden dat er marktmechanismen zijn. Die markt is kapitaalkrachtig. Individuen worden gefinansierd door bedrijven. De verantwoordelijkheid van de overheid houdt op, één keer de initiële opleiding is volbracht.»
«Het advies van de VLOR is echter niet gevolgd. Er zijn uitzonderingen gekreeërd. Het gaat hier weeral om een statusdiskussie. Voor bepaalde opleiding met internationale status, worden zware bedragen gevraagd.»
Bart De Schrijver
Diederick Vandendriessche


Inhoud