Je hoort niets dan goeds over de geluiden die de stem, de gitaar en de
piano van Thé Lau en Dante Oei brengen. Tijdens alle optredens is
er kippenvel, hier en daar vloeien tranen. Akoestisch dringen de tonen en
teksten van liedjes als 'Feest', 'Vrienden' en 'Kleine stille strijd' nog
dieper door onze intellektuele olifantenhuiden. Ook het proza dat Lau
voorleest -- naar eigen zeggen gewoon omdat hij het leuk vindt -- deint
op deze emotie.
"O is dat er? Lekker.", antwoordt Thé Lau, rockgod van de
Nederlandstalige groep The Scene. Dante Oei, de jonge pianist en
ex-babysitter van Lau, presenteert een biertje uit de koelkast van de
Leuvense stadschouwburg. Het is in de luwte voor het optreden dat Lau de
keel schraapt en spreekt: "'Soms hoor je hier een haast satanisch hol
geluid, zwaar weerkaatsend van de huizen aan de overkant, soms niet de
lieve stoute giechel van de bruid, vlak voor zij zich in een langgerekte
zucht ontspant' (Uit: 'Kleine stille strijd', kb, wd). Dat vind ik niet
echt eenvoudig, toch. Het is een misverstand dat ik eenvoudig schrijf,
maar ik weet wel hoe het komt. Het is die tekst van 'Blauw'. Die is
inderdaad heel minimaal, met zoveel mogelijk herhaling. Toen had ik die
Nederlandse neiging: meer met minder. Kaalschrapen was het devies. Op een
gegeven moment was het één schraap te veel. Als ik nu een
adjektief kan plaatsen zal ik het niet laten."
Veto: Er zijn minstens twee zangers uit de noordelijke
Nederlanden die weten wat echt is. Henny Vrienten zingt waarheid met
humor en jij waarheid met passie.
Lau: «Ik vond Doe Maar een hele goede groep, bijna zo
goed als The Scene. Het mooiste nummer van Doe Maar heb ik
altijd 'Pa' gevonden. Niet echt het grappigste nummer. 't Is nogal
ernstig ja, klopt. Ik heb er wel eens een grapje inzitten. Maar meestal
zo verborgen dat de mensen het niet horen. En als ze het toch horen, dan
vinden ze het meestal niet grappig. Toen ik in het Nederlands begon,
maakte ik wel eens grapjes, maar daar was ik dan toch weer niet echt
tevreden over. Passie en humor gaan niet zo goed samen, maar Brel is ook
niet grappig.»
Veto: Je noemt je muziek soms romantiek. Volgens Van Dale
betekent dat: 'een romantische richting in de Europese letterkunde, de
romandichting of romanliteratuur', en tot slot 'hetgeen tot gevoel en
verbeelding spreekt'. Wat versta jij onder romantiek?
Lau: «Het woord is er eigenlijk ingeslopen zonder dat ik er
erg in had. Je hebt er altijd wel een idee van, maar het is eigenlijk een
moeilijk woord. 'k Heb het ook wel eens opgezocht in de Winkler Prins,
maar ik werd er niet wijzer van. Dus je hebt me erg geholpen. Dat
laatste, dat is wel de hoofdmoot van wat ik eronder versta. Ik hoorde
laatst een mooi verhaal over Herman Brusselmans, wiens werk solipsistisch
genoemd werd. "Ik ben het er eigenlijk niet mee eens", zei hij. "Ik zal
straks eens opzoeken wat het betekent." »
Veto: Is de kern van je muziek ontroering?
Lau:«Ja, meestal wel. Behalve bij de harde nummers. Dan is de
kern van de muziek opwinding. Bij alle langzame nummers is het zeker
ontroering. Maar als je schrijft, dan weet ik het niet. Schrijven is
volgens mij eigenlijk alleen maar een kreatieve bezigheid, voornamelijk
om dood materiaal weer tot leven brengen. Als dat dan tot leven komt, dan
voel je inderdaad iets, of het nu opwinding dan wel ontroering is.»
Veto: Als je een tekst schrijft, loop je dan bijvoorbeeld langs
de spoorbaan zoals in het nummer 'Geef nooit op'?
Lau:«Nee. Ik ben niet speciaal naar het station van Amsterdam
gegaan om die tekst te schrijven. In dat lied vormde de kadans van de
gitaar-riff de basis. Die deed me aan een trein denken. En dan staat het
nummer snel in de steigers. Bijna altijd doe ik het zo: de muziek reikt
me de tekst aan. Het omgekeerde gebeurt zelden, want muziek is
suggestiever. Als je andersom werkt, schrijf je al snel kabaret. Dan
wordt altijd eerst de hele tekst geschreven en daarna moet de komponist,
die vaak iemand anders is dan wie de tekst geschreven heeft, maar zien
wat hij ervan maakt.»
Veto: Waarom ben je in het Nederlands gaan zingen? Er zijn toch
niet veel zangers die de switch naar de Nederlandse taal durven
maken.
Lau:«Nee, en zeker in die dagen niet. Toen ik nog in het
Engels zong, verplichtte ik mezelf om elke dag vijftig pagina's Engelse
literatuur te lezen. Maar op een gegeven moment ben ik het in het
Nederlands gaan proberen. Ik kwam erachter dat ik dan veel meer greep zou
hebben over wat ik schreef dan ik ooit in het Engels zou kunnen krijgen,
zelfs al woonde ik in een Engelstalig land. Vanaf het vijftiende liedje
was ik er trouwens van overtuigd dat Nederlanders het ook niet goed
kunnen. Wat misschien niet geldt voor de huidige generatie. Mijn zoon van
twaalf was vorige week in staat om een hele brief in het Engels op
stellen met maar drie spelfouten er in. Hij heeft nog nooit Engels op
school gehad, moet je weten.»
Veto: Wat als de vriend van gisteren de vijand van vandaag
wordt?
Lau:«Dat is een toespeling op een lied dat ik schreef over
iemand, en wat dan ook nog precies is uitgekomen. Vriendschap is
misschien een positieve spanning tussen twee mensen, maar die kan heel
snel omslaan. Het begint met een meningsverschil over iets en het eindigt
in een levenslange gebrouilleerdheid. Ik denk dat het dat is wat ik aan
de hand had. Het heeft me heel erg over vriendschap doen nadenken. Wat
het is, wat het waard is, wanneer je erover spreekt. In de lagere school
vind je dat allemaal vanzelfsprekend. In dat stadium kan je wel eens een
vriend voor het leven opdoen. Maar later wordt het toch steeds
ingewikkelder. Ik merk bij oudere mensen dat ze niet licht nieuwe
vrienden maken.»