Studies kaarten ondervertegenwoordiging van vrouwen in het
universitair beleid aan
Gezocht: vrouwelijke proffen voor universiteitstop
Het is bedroevend slecht gesteld met de vertegenwoordiging van vrouwen in
de top van universiteiten, zo klinkt het in drie recente rapporten over
gelijke kansen. De akademische wereld blijft een zeer gesloten wereld van
'ons kent ons'en daarom mag men niet de illusie koesteren dat het
probleem zich in de toekomst wel vanzelf zal oplossen. Op Vlaams nivo is
de KU Leuven de slechtste leerling van de klas, maar Rektor Oosterlinck
belooft beterschap.
Volgens een studie van het Steunpunt Women's Studies van het Limburgs
Universitair Centrum is de startpositie van vrouwen aan Vlaamse
universiteiten op dit ogenblik goed te nemen. Vrouwen zijn relatief
evenwichtig vertegenwoordigd binnen het AAP (Assisterend Akademisch
Personeel). In vijf van de zeven Vlaamse universiteiten worden meer dan
veertig procent van de AAP-funkties ingevuld door vrouwen. De VUB en
vooral het RUCA hebben minder vrouwelijke AAP-ers.
Ladder
Voor het ZAP (Zelfstandig Akademisch Personeel of docenten) is de
toestand heel wat minder rooskleurig. De universiteiten met het hoogste
aantal vrouwelijke professoren zijn het LUC en de VUB (respektievelijk 18
en 16 procent); de Antwerpse universiteiten tellen het minst vrouwen
(minder dan 10 procent). De KU Leuven neemt een middenpositie in:
één prof op tien is een vrouw.
Bij een nader onderzoek blijkt dat de positie van vrouwen aan de
Vlaamse universiteiten nog slechter is dan de gegevens doen vermoeden.
Immers, hoe hoger men klimt op de wetenschappelijke ladder, hoe groter de
oververtegenwoordiging van mannen wordt. Terwijl men aan de Vlaamse
universiteiten globaal elf procent vrouwen telt, vindt men op het hoogste
nivo --namelijk dat van gewoon hoogleraar-- slechts vijf procent vrouwen.
Bij vergelijking van de verschillende universiteiten, skoort de KU Leuven
het slechtst: drie procent van de gewoon hoogleraren zijn vrouwen. Het
LUC heeft het grootste aantal vrouwelijke gewoon hoogleraren met acht
procent.
Er is duidelijk iets aan de hand met de doorstroming van vrouwen naar
de hoogste echelons van de universiteit. Dit komt op een nog frappanter
tot uiting in de samenstelling van de verschillende beleidsorganen van de
Vlaamse universiteiten. Enkel de UFSIA heeft meer dan één
vijfde vrouwelijke afgevaardigden in één van de hoogste
beleidsorganen. Helemaal onderaan bengelt de KU Leuven. Drie hoge
beleidsorganen, namelijk de Inrichtende Overheid, de Raad van Beheer
(RvB) en het Gemeenschappelijk Buro (GeBu), bestaan uitsluitend uit
mannen. Alle vice-rektoren, koördinatoren en dekanen aan de KU
Leuven zijn mannen.
Fout
Vaak wordt beweerd dat de ondervertegenwoordiging van vrouwen in het
universitair beleid historisch is gegroeid. Vroeger waren er minder
meisjes die universitaire studies aanvatten en daardoor zijn er nu minder
vrouwen in het ZAP-korps en bijgevolg ook in de beleidsorganen. Aangezien
steeds meer meisjes universitaire studies aanvatten, is het dan maar een
kwestie van afwachten tot het probleem zich vanzelf oplost. Fout, zo
blijkt uit sijfermateriaal dat werd samengebracht in een recent Europees
rapport. dat op. Zelfs wanneer de verhoudingen tussen meisjes en jongens
bij het startpunt gelijk zijn, maken mannen meer kans om door te dringen
tot de hoogste nivo's dan vrouwen.
In tegenstelling tot wat men vaak denkt, blijkt uit het rapport dat
deze ongelijkheid niet zozeer iets te maken heeft met de keuzes die
vrouwen maken -- bijvoorbeeld thuis blijven om voor de kinderen te
zorgen. Wel blijkt uit diverse onderzoeken dat vrouwen vaak nog benadeeld
worden bij aanstellingen en bevorderingen. Om hieraan te verhelpen, moet
uiteraard in de eerste plaats alle strukturele diskriminatie gebannen
worden.
De KU Leuven startte vorig jaar een pilootprojekt om de
genderverhoudingen binnen de universiteit te onderzoeken. In het rapport
-- dat twee weken geleden voorgesteld werd -- werd onder andere de grote
ondervertegenwoordiging van vrouwen in beleids-, bestuurs- en
beslissingsorganen aan de KU Leuven aangekaart. De reaktie van rektor
Oosterlinck was op zijn minst gezegd lauw. In een gesprek met Veto
verklaart de rektor zijn reaktie: "Ik kon mij op dat moment nog niet
uitspreken over konkrete maatregelen omdat ik de diskussie nog ten gronde
moet voeren met mijn achterban. In de eerstvolgende weken nodigen wij
professor Malfliet uit op het Gemeenschappelijk Bureau. Daarna zal het
rapport uitvoerig besproken worden op de Akademische Raad en de Raad van
Beheer."
Minimum
Rektor Oosterlinck engageert zich alvast om de genderproblematiek aan
de KU Leuven verder te blijven opvolgen: "Indien ik volgend jaar opnieuw
als rektor verkozen word, zal er minimum een Adviseur Gelijke Kansen
Beleid aanblijven en liefst worden er nog meer initiatieven genomen.
Wanneer aan vrouwen niet dezelfde kansen worden gegeven als aan mannen,
verspelen we vele goede werkkrachten. Bovendien wil ik iedere vorm van
onrechtvaardigheid aan deze universiteit bestrijden."
Voor de samenstelling van zijn volgende 'ploeg', die daarna het GeBu
zal vormen, gaat de rektor bewust op zoek naar een vrouw. Rektor
Oosterlinck: "Het zal alleszins niet gemakkelijk zijn, gezien een
GeBu-lid minstens gewoon hoogleraar moet zijn en nog minstens vijf jaar
van haar emeritaat moet afzitten." De sijfergegevens van het
gelijkekansenrapport leren dat er binnen de KU Leuven 11 vrouwen en 393
mannen in aanmerking komen voor de funktie van Gebu-lid.
Rektoraal Adviseur professor Katlijn Malfliet is blij met de belofte
van de rektor, maar maakt wel enkele kanttekeningen: "Als er een vrouw in
het Gebu komt, moet het alleszins iemand zijn die aandacht heeft voor de
genderproblematiek. Zo iemand zou een belangrijke signaalfunktie kunnen
vervullen."
Of een vrouw in het GeBu ook struktureel invloed zal krijgen op het
beleid, is voorlopig verre van zeker. Malfliet: "Het is wetenschappelijk
bewezen dat een vertegenwoordiging van 35 procent nodig is om een echte
invloed op het beleid te kunnen uitoefenen. In het GeBu zouden we spreken
van één vrouw op negen personen, dus het is niet zeker of
deze vrouw een doorslaggevende rol kan spelen."
Inhoud