Vijf jaar beleid van rektor Oosterlinck, vanuit het perspektief van de studentenbeweging

Het wel en wee van rektor André

Met de verkiezing van een Leuvense rektor in aantocht is het de demokratische plicht van Veto -- overigens het favoriete weekblad van de huidige rektor -- om het beleid dat de afgelopen vijf jaar aan onze Alma Mater is gevoerd, kritisch door te lichten. Daarom laten we de belangrijkste studentenvertegenwoordigers van de laatste jaren hun mening geven over de werkwijze en de akademische visie van rektor André Oosterlinck, de man die de KU Leuven doorheen het fin de siècle van de twintigste eeuw heeft geloodst.

Burgerlijk ingenieur André Oosterlinck was voor zijn ambt als rektor aktief als onderzoeker in het domein van de informatietechnologie. Studenten kennen hem dan weer van de kursus stochastische signaalanalyse en filterontwerp. Daarnaast was hij als groepsvoorzitter Eksakte Wetenschappen, lid van de Akademische Raad (AR)en het Gemeenschappelijk Buro (Gebu)al een aantal jaren betrokken bij het universitair beleid.

Na het afscheid van rektor Dillemans in 1995, deed Oosterlinck een gooi naar het rektorschap. Hij moest het opnemen tegen tegen drie andere kandidaten: professor De Brock (Romaanse), professor Collen (Geneeskunde)en professor Lamberts (Geschiedenis). Na de eerste ronde bleven er nog twee kandidaten over: Lamberts en Oosterlinck zelf. Oosterlinck haalde het uiteindelijk, met slechts vijftien stemmen verschil.
In het akademiejaar '95-'96 ging de eerste ambtstermijn van Oosterlinck van start. Reeds in oktober wordt een netelige onderwijsdiskussie op gang getrokken. Op 9 oktober 1995 deed toenmalig minister van Volksgezondheid Colla (SP)een voorstel voor de kontingentering van artsen. Men wou een quotum bepalen voor het aantal artsen dat na de zevenjarige opleiding zou worden toegelaten tot de huisartsen- en specialisatie-opleiding.
Meteen worden de waakhonden van de demokratisering van het onderwijs wakker. De Leuvense Overkoepelende Kringorganisatie (Loko)organiseert op 26 oktober een betoging tegen iedere vorm van studentenbeperking. Op 27 oktober voert minister van Onderwijs Van den Bossche een precisiebombardement uit: hij verkondigt dat er in Vlaanderen genoeg konsensus is over een studentenbeperking bij Geneeskunde.
De bal gaat aan het rollen. Binnen de Vlaamse Interuniversitaire Raad (Vlir), waarin de Vlaamse rektoren zetelen, komt men terug op het vroegere standpunt tegen de toegangsbeperking. Rektor Oosterlinck toont zich een groot voorstander van een bindende toelatingsproef voor de eerste kandidatuur en zorgt voor de ommezwaai binnen de Vlir. Ludwig Deweghe, voormalig voorzitter van Kringraad (Krira), verklaart de reaktie van de rektor: "Oosterlinck nam gewoon de standpunten van de overheid over. Hij geloofde dat er teveel artsen waren en dat de instroom moest beperkt worden. Een van de redenen waarom de rektor instemde, was dat er geen financiële gevolgen zouden zijn voor de fakulteit Geneeskunde." De studentenbeweging heeft gespeeld en verloren. Op 24 juli 1996 wordt het dekreet op de toelatingsproef Geneeskunde en Tandheelkunde goedgekeurd.

"Diep in zijn hart is Oosterlinck een voorstander van een elite-universiteit"


In hetzelfde akademiejaar doet rektor Oosterlinck nog straffere uitspraken. In Het Laatste Nieuws van 23 april 1996 verklaart hij: "Ik wil een toelatingseksamen voor alle studenten". Oosterlinck ziet dit als een demokratische maatregel om de slachting die ieder jaar in de eerste kandidatuur plaatsvindt, tegen te gaan. Zijn uitspraak zorgt binnenskamers voor grote onenigheid tussen de dekanen. Ook Loko staat op zijn kop. Hoewel het laat op het akademiejaar is, trotseren vijftig studenten de studiedruk en bezetten het rektoraat. Achteraf nuanceert Olivier Remy, destijds voorzitter van Sociale Raad (Sora), het hele geval: "De rektor laat graag ballonnetjes op. Maar hij past zijn visie daarna aan omdat er protest is." In hetzelfde artikel verkondigt de rektor het stopzetten van de leeropdracht van vijf professoren die zwaar gebuisd zijn op hun onderwijsevaluatie. De rektor staat echter alleen met zijn beslissing, ook binnen de Vlir.
Hoewel hij erin slaagt om de studenten tegen de schenen te schoppen, toont Oosterlinck zich in zijn eerste rektorsjaar ook van zijn goede kant. Reeds in november '95 start hij een sjarme-offensief. Hij gaat gezellig dineren met enkele studenten in de Alma en gaat een goed woordje doen voor de studenten die opgepakt zijn tijdens een sit-in op de E-40.
Op het patroonsfeest van 2 februari 1996 komt Oosterlinck's managersbloed naar boven. Hij werpt de idee op van een soort peterschap van professoren voor bedrijven. Daarmee hoopt hij de akademische wereld meer te engageren in de bedrijfswereld en het onderzoek meer af te stemmen op de noden van de markt. Tegenwerpingen dat de onafhankelijkheid van het onderzoek dan wel eens in gevaar zou kunnen komen, worden weggewuifd. In de rest van zijn ambtsperiode zal Oosterlinck veel aandacht besteden aan de oprichting van zogenaamde spin-offs. Dit zijn bedrijven die opgericht worden door professoren of assistenten met geld van de KU Leuven om onderzoeksresultaten te kommersialiseren. Al snel bleken spin-offs bijzonder lukratief. Sommige professoren zijn er multi-miljonair mee geworden.
In het akademiejaar '96-'97 is het snel afgelopen met het sjarme-offensief. De studentenaantallen beginnen te dalen. Studenten zoeken een universiteit die dicht bij mama thuis ligt. Bovendien heeft de KU Leuven het imago moeilijker te zijn dan andere universiteiten. Oosterlinck en zijn ploeg reageren onmiddellijk. In januari wordt het voorstel gelanseerd om semestereksamens in te voeren, officieel "uit bezorgdheid over de moeilijke overgang van het sekundair onderwijs naar de universiteit". Overbodig te zeggen dat de dieperliggende reden studentenwerving is.
Al snel wordt duidelijk dat een aantal fakulteiten de 'bezorgdheid' van de rektor niet delen. Oosterlinck ziet zich genoodzaakt om zijn voorstel af te zwakken en uiteindelijk wordt de bal doorgespeeld naar de fakulteiten: wie dat wil, mag vanaf het akademiejaar '98-'99 een semestersysteem invoeren. Heverlee is dolentoesiast, maar in de Humane Wetenschappen houdt men het been stijf en zoekt men naar andere oplossingen om eerstejaars op te vangen.
De diskussie rond de semestereksamens krijgt in het akademiejaar '97-'98 nog een serieus staartje. Op de AR van oktober stelt Oosterlinck voor om een creditpuntensysteem in te voeren, waarbij studenten zelfstandig hun jaarprogramma kunnen samenstellen op basis van de studiepunten die aan elk vak worden toegekend. In Nederland bestaat het creditsysteem al jaren, maar het stuit daar meer en meer op verzet omdat studenten geneigd zijn om hun moeilijkste vakken op te sparen, met studieduurverlenging tot gevolg.
De onverwachte persaandacht voor het nieuwe voorstel verrast de akademische overheid en de rektor haast zich dan ook om zijn uitspraak weer in te slikken. Hij wil nu geen creditsysteem meer, maar een versoepeling van de eksamenvormen en -tijden. In 1999 wordt ondanks studentenprotest een 'versoepeling van het eksamenreglement' doorgedrukt, dat vanaf dit akademiejaar in voege getreden is.
Nog in het akademiejaar '97-'98 verkondigt een lichtjes beteuterde, maar strijdvaardige rektor dat de universitaire ziekenhuizen het jaar hebben afgesloten met een verlies van 800 miljoen frank. Later valt er nog een lijk uit de kast van een miljard frank. Manager Oosterlinck blijft niet bij de pakken zitten. Kort voor de zomervakantie van 1998 mag Jan Peers, direkteur van Gasthuisberg, zijn biezen pakken. Verder huurt de rektor het McKinsey-team in, gespecialiseerd in het doorlichten van verlieslatende bedrijven. Op basis van de konklusies die door McKinsey gemaakt worden, wordt Gasthuisberg grondig gereorganiseerd. De gevolgen zijn groot: onder het verplegend en administratief personeel sneuvelen tweehonderd voltijdse banen, de werkdruk swingt de pan uit en ook de opleiding van jonge artsen krijgt minder aandacht.
Nog meer geldzaken in het akademiejaar '97-'98. Ondanks hevig studentenprotest wordt op de AR van maart beslist dat voor zes Voortgezette Akademische Opleidingen (VAO's)verhoogde inschrijvingsgelden zullen worden gevraagd. Deze lopen op tot tweehonderdduizend frank. Oosterlinck motiveert de beslissing met het argument dat VAO's niet gefinancierd worden door de overheid en dat VAO's met een hoog inschrijvingsgeld meer internationaal prestige genieten. Loko ziet de demokratisering van het onderwijs op de tocht staan en reageert heftig. Op 27 januari bezetten vijftig studenten het rektoraat om voor de VAO's alsnog een normaal inschrijvingsgeld te eisen. Op 30 januari volgt er een betoging. De rektor en de dekanen trekken er zich echter niet veel van aan. De zes VAO's blijven even duur.
Het akademiejaar '98-'99 wordt ludiek ingezet met een aktie van de werkgroep Vrouw-Man-Universiteit-Samenleving (Vmus)van Sora. Bij de opening van het akademiejaar mengen een tiental meisjes, gehuld in toga's, zich onder het professorenkorps om de ondervertegenwoordiging van vrouwen aan de universiteit aan te klagen. Met effekt blijkbaar, want in december benoemt de rektor professor Malfliet in de funktie van adviseur van het gelijkekansenbeleid. Een klein jaar later stelt Malfliet haar eerste rapport voor.
In december '99 staan er grote veranderingen in het onderwijsbeleid op til. Het Gebu schaart zich als één blok achter het onderwijsbeleidsplan, waarin de zelfwerkzaamheid van de student en de begeleidende rol van de professoren worden benadrukt. De studenten, die rechtstreeks betrokken werden bij de opstelling ervan, steunen het plan tenvolle. Hetzelfde kan niet worden gezegd van de dekanen. Ze kraken het plan tot op de grond af. Enkele maanden later weet Oosterlinck het plan er toch door te drukken, zij het in iets gemilderde vorm.
Op maatschappelijk vlak begaat de rektor in '98 een blunder van formaat. Op 30 oktober wordt bekend dat de Antwerpse Ufsia-universiteit kerkasiel verleent aan een vijftiental uitgeprocedeerde families. Snel volgen er soortgelijke initiatieven in Luik en Brussel. Aan de KU Leuven is de stilte oorverdovend. Wanneer studenten op de AR om uitleg vragen, krijgen ze van Oosterlinck te horen: "Aan die mediastunt doen wij niet mee." Na een bezetting van de kapel van het Pauscollege door Sora in januari beslist de KU Leuven om alsnog asielzoekers op te vangen. Oosterlinck trekt duidelijk lessen uit de heisa rond het kerkasiel. Wanneer eind april de eerste Kosovaarse vluchtelingen in België arriveren, is de KU Leuven er als de kippen bij om een opvangplaats ter beschikking te stellen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken gaat echter niet op dit voorstel in.

Gewikt en gewogen

Het beleid van Oosterlinck wordt gekenmerkt door een zware stijlbreuk met dat van zijn voorganger Dillemans. Vooral het verschil in achtergrond tussen beide tenoren is groot. Dillemans regeerde vooral vanuit een politiek engagement. Hij kwam uit de katolieke Caritasbeweging en zat in een CVP-kabinet op het ministerie van Sociale Zaken. Op die manier gaf hij een tijd mee vorm aan de sociale zekerheid. Dillemans kan dan ook worden gekarakteriseerd als een katolieke herder met grootse plannen.

"Dillemans was een naam, Oosterlinck is een funktie."


André Oosterlinck komt uit de eksakte wetenschappen en was een van de weinige mei-68'ers die toen op hun kot zaten te blokken. Oosterlinck staat ervoor bekend rechtlijnig te zijn en heeft een direkte aanpak. Bart Eeckhout, hoofdredakteur van Veto in 1995-96, zegt over Oosterlinck's handelwijze het volgende: "Oosterlinck is gekozen voor wat hij is, een manager. Dillemans had wel grote plannen maar in de praktijk vielen die dikwijls tegen." De voormalige Kriravoorzitter Poi Verwilt ('98-'99) treedt deze stelling bij: "Oosterlinck is inderdaad een goede manager, alleen maak ik de bedenking of de rektor wel een manager hoort te zijn. Het grootste probleem van de rektor is zijn figuur. Dillemans was een naam, Oosterlinck is een funktie."

Joviaal

Oosterlinck's beleid wordt geschraagd door een grote openheid tegenover de studenten. Dat bevestigen alle voorzitters van de geledingen van de Leuvense studentenkoepel. De drempel ligt voor de studentenvertegenwoordigers heel laag om naar de rektor te stappen en hun grieven op tafel te gooien. Dat geldt niet alleen voor Krira, dat traditioneel de kontakten onderhoudt met het rektoraat, maar ook voor de andere geledingen. Ook de meest gekontesteerde geleding, Veto, die met de vorige rektor niet echt op goede voet leefde, ervaart een grote diskussiebereidheid bij de huidige rektor. Terwijl Dillemans Veto "een handicap" noemde die andere rektoren niet hebben, schonk Oosterlinck in 1996 Veto de primeur van het bezoek van de koning aan Leuven.
Open zijn en joviaal kunnen omgaan met de studenten, is een onbetwistbaar pluspunt voor Oosterlinck. Openheid impliceert echter ook dat de studenten inspraak kunnen hebben. Als een manager de universiteit bestuurt, wordt die meer en meer als een onderneming geleid. Studenten worden in deze 'bedrijfsvisie' vaak beschouwd als een onstabiele faktor.

Reeds in Oosterlinck's verkiezingsprogramma van 1995 kwam dit tot uiting. Zo schreef hij dat er geen direkte nood is aan een verandering van de omvang van de studentenvertegenwoordiging in advies- en beleidsorganen. Wel was er volgens de toenmalige kandidaat-rektor nood aan een opwaardering van de kwalitatieve rol van de studenten via betere informatiedoorstroming en via aanpassingen van het beslissingsproces. De één-derde-aanwezigheid in de Permanente Onderwijskommissies (POK's)noemde hij een belangrijke verwezenlijking. "In de AR is er een kwalitatief hoogstaande studenteninspraak, een vertegenwoordiging in het Gebu achten wij onder meer om die reden niet nodig. Wel kunnen studenten, voor punten die hen rechtstreeks aanbelangen, door het Gebu en de Raad van Beheer (RvB)adviserend gehoord worden", vervolgde de tekst.
De studenten hebben via Krira, de onderwijsgeleding van Loko, vier vertegenwoordigers op de AR. Zij krijgen wel gehoor op die vergadering, maar echt een visie doordrukken is onmogelijk, wegens te weinig stemmen. Het enige wat hen rest is lobbieën en de vergadering trachten te overtuigen. In het orgaan dat de facto de grootste macht heeft, het Gebu, zit nog steeds geen enkele student. Deweghe: "Het Gebu heeft nog heel veel macht, maar wordt eigenlijk niet gedragen door een breed veld. Het laat integendeel zelf zijn ideeën over de hele universitaire gemeenschap neerdalen. Oosterlinck heeft niet geprobeerd daar iets aan te veranderen."

Sociaal

Met RvS, de Raad voor Studentenvoorzieningen van de KU Leuven, heeft Oosterlinck zich nauwelijks bemoeid. Volgens de voorzitters van Sociale Raad liet hij de verantwoordelijkheid over aan de 'werkvloer'. Volgens Axel Aerden, voorzitter van Sora in '96-'97, heeft het meer dan een jaar geduurd eer de rektor wist dat er studenten zaten in RvS en dat Sora een geleding was van Loko. Over het eerste kontakt met Oosterlinck vertelt de Soravoorzitter van het akademiejaar 1998-'99,Thomas Weyns, het volgende: "De studentenvertegenwoordigers op RvS hadden ruzie met RvS-voorzitter professor Van Gerven. Om de vergadering te blokkeren -- Sora heeft namelijk een vetorecht -- gingen de studenten buiten een kaartje leggen, als teken van protest. Toen de rektor passeerde was hij zeer verheugd dat er studenten zaten te kaarten in zijn rektoraat. Hij liet prompt een fotograaf van de Campuskrant komen."
"Het positieve van de desinteresse van Oosterlinck voor de sociale sektor is dat hij veel verantwoordelijk geeft aan mensen die er iets vanaf weten", zegt Aerden nog. "Maar als hij zich bemoeit, dan betuttelt hij de sociale voorzieningen en gebruikt hij ze als uithangbord voor de rekrutering van studenten. Oosterlinck is dus alleen geïnteresseerd in de sociale voorzieningen als er geld mee gemoeid is. Men kan zich dan ook de vraag stellen of hij gelooft in de demokratisering van het onderwijs van heel Vlaanderen of alleen in die van zijn eigen universiteit." Ook Weyns uit kritiek in dezelfde zin: "De visie van Oosterlinck op de demokratisering van het onderwijs is onduidelijk. Als hij weer verkozen wordt, kan hij eigenlijk doen wat hij wil. Daar heb ik schrik voor, vooral gezien zijn opvattingen over de elite-universiteit, hoewel hij die ideeën achteraf altijd ontkent." Ook Verwilt vreest het elitaire gedachtegoed van de rektor: "Hoewel hij er steeds minder openlijk voor uitkomt, is de rektor diep in zijn hart een voorstander van een elite-universiteit."
De Sora-voorzitters benadrukken dat de sociale voorzieningen voor studenten een inbreng missen op rektoraal nivo. Olivier Rémy, Sora -voorzitter 1997-'98: "Na lang aandringen bracht Oosterlinck wel de problematiek van de studiefinanciering ter sprake bij de Vlir, maar je voelde dat daar helemaal geen rektoraal gewicht achter stak," aldus nog Rémy.

Onderwijs

Een verdienste van Oosterlinck is dat hij gedurende zijn rektorale loopbaan de kwaliteitszorg van het onderwijs heeft willen handhaven en verbeteren. Deweghe benadrukt dat Oosterlinck de kontrole op de docenten heeft willen vergroten. "Hierin is hij de bondgenoot van de studenten," zo zegt Deweghe. "Nochtans stampte hij met die kontroles eigenlijk tegen de schenen van een aantal proffen die zich verschuilen achter het begrip akademische vrijheid."
Een veel gehoorde kritiek op de universitaire wereld is dat het onderzoek wordt bevoordeeld ten koste van het onderwijs. Ook Oosterlinck ontsnapt niet aan deze kritiek. Deweghe: "Bij het begin van zijn beleid heeft hij gezegd dat onderwijsinnovatie heel belangrijk is. Hij hield zijn woord niet. Uiteindelijk zijn enkel de budgetten van wetenschapsbeleid en infrastruktuur verhoogd en dit via afroming van de basisfinanciering en van de onderwijsbudgetten."
In zijn verkiezingsprogramma van 1995 beloofde Oosterlinck ook een "drastische inkrimping van het aantal uren hoorcolleges met een vermindering van de klemtoon op parate en technische kennis." Maar gezien de toenemende studiedruk in sommige fakulteiten de afgelopen vijf jaar en het eksploderen van het volume van vele kursussen kan bij deze verkiezingslogan een groot vraagteken geplaatst worden.

Toekomst

In de universitaire aktualiteit neemt het rationaliserings- en optimaliseringsdebat een gevoelig plaatsje in. Nog voor ererektor Dillemans op de proppen kwam met zijn voortgangsrapporten over de rationalisering van het universitaire landschap, had Oosterlinck hierin al een stevige reputatie opgebouwd. In een interview in 1995 vertelde Oosterlinck aan Veto dat "het je reinste onzin is dat men aan kleine universiteiten, zoals Diepenbeek, aan onderzoek doet en mag doktoreren." Gedurende het debat over de herstrukturering van de universiteiten ging Oosterlinck stevig tekeer tegen de uitbreidingsplannen van onder andere het Limburgs Universitair Centrum (LUC)en de Universiteit Antwerpen (UA). Volgens Verwilt is Oosterlinck veel te arrogant op de Vlir: "Als hij niet probeert samen te werken met de andere universiteiten en als een grote spin in het web blijft zitten, zal hem dat nog zuur opbreken. Hij moet de druk van de ketel laten. Antwerpen, met zijn wereldhaven, en het LUC, met een politiek gewichtige figuur als rektor Harry Martens, zullen toch hun zin doen."

Bevriezen

De financiering van de universiteiten door de overheid staat al een hele tijd hoog op de agenda. Die is onvoldoende en inefficiënt. Twee weken geleden stelde de Vlir voor aan de minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten (VLD)om de huidige financiering voor zeven jaar te bevriezen, tenzij er studenten bijkomen. Over de organen voor de sociale voorzieningen van studenten, die met grote problemen kampen, werd echter met geen woord gerept. Ex-Soravoorzitter Rémy hoopt dan ook dat er volgend jaar iemand op het Gebu zit die een visie heeft op de sociale sektor, gezien de ingrijpende maatregelen die noodzakelijk zullen zijn om de sektor in stand te houden.
De persoon die op negen april de nieuwe rektor van de KU Leuven wordt, krijgt alvast een aantal belangrijke uitdagingen voorgeschoteld. De basisfinanciering van de universiteiten blijft voorlopig nog sterk afhankelijk van het aantal studenten. En juist hier knelt het schoentje voor de KU Leuven. Gedurende de laatste jaren zijn de inschrijvingsaantallen in Leuven serieus geslonken en het ziet er niet naar uit dat daar op korte termijn verandering in zal komen. Studenten kiezen hun universiteit voornamelijk op basis van de mobiliteit en de bereikbaarheid en net op dit vlak skoort de KU Leuven vanwege haar minder gunstige ligging niet zo goed. De volgende rektor zal dan ook andere thema's moeten uitspelen om de Leuvense universiteit aantrekkelijk te maken voor nieuwe studenten. Misschien zijn een kritische maatschappelijke uitstraling en een sterke sociale profilering in dit verband mogelijke denkpistes.
Bart De Schrijver
Diederik Vandendriessche
Loes Geuens
Bronnen: gesprekken met ex-voorzitters van Lokogeledingen, Veto-archief en jaarverslagen van Kringraad en van Sociale Raad



Inhoud