In de Studio van het STUK liet Prue Lang een beperkt publiek proeven van haar eerste ideeën voor haar nieuwe dansvoorstelling met als werktitel The Next Series. Het zou een toonmoment van ongeveer veertig minuten worden waarin de eerste ontwikkelingsfase van de performance getoond werd.
In een difuus verlichte zaal met het geluid van een monotoom zoemende machine zaten de toeschouwers in u-vorm rond de scène. In het midden van de vloer was een lichtvlek met behulp van een spiegel geprojecteerd. De eerste danseres betrad met mechanische bewegingen de vierkante scène. Toen ze de eerste zijde beeindigd had en aan de tweede begon, kwam de tweede danseres in actie en zo ging het door tot de vier dansers in een vierkant op de scÞne bewogen. De bewegen bleven daarbij strak, maar tegelijk verwarrend en onconventioneel, zoals het in het rizoom van Deleuze past. Na twee rondes in een vierkant gedanst te hebben, verkleinde de figuur zich tot een rechthoek zodat de dansers steeds dichter bij de lichtvlek in het midden kwamen. De scène werd zo opgevat als een labyrint waarin men de weg naar de uitgang,de lichtvlek, zocht.
Eens daar aangekomen werden de bewegingen losser en humaner, minder technisch en zelfs emotioneel. In de lichtvlek werden op dat moment beelden uit de film Alphaville geprojecteerd en de muziek kreeg zelfs een melodisch karakter. De dansers en het publiek waren in de andere wereld van harmonische bewegingen aangekomen. Langzaam en voet voor voet traden ze echter weer uit het verlichte vierkant, maar niet voordat ze zeker waren dat ze alle vier als een schakel in mekaar pasten: handen grepen naar halsen en klemden zich om armen. Het licht doofde en het bleef even bevreemdend stil, maar dan werd er toch geapplaudiseerd voor de grote inspanning die Prue Lang met haar dansers in twee en halve week gerealiseerd had.
"I see the desert, and every grain of sand in it. I see day and night at the same time." Met deze en andere contradictorische zinnen werd de toeschouwer het eerste kwartier van de voorstelling bestookt door een kleurloze stem. Dezelfde zinnen werden steeds herhaald. De dansers stonden in het donker. Wanneer je ogen wenden aan het donker en er een miniem lichtstraaltje van een spot tevoorschijn kwam, kon je zien dat de vier figuren heel stilletjes bewogen, met net niet helemaal gespreide armen. Hun bewegingen waren heel beperkt. Het idee van gevangen te zitten in een container was duidelijk aanwezig. Nadat je als toeschouwer het idee had kunnen loslaten dat er een actie moést komen na zoveel monotone bewegingen, vond je een zekere rust in de continue herhaling van zinnen en bewegingen.
Na een kwartiertje werden er twee onduidelijke gezichten op de achtergrond geprojecteerd, twee hoofden zonder meer. Je kon de contouren van de dansers nu duidelijk onderscheiden. De vier dames waren gekleed in rokjes en bikinibovenstukjes. De dansers kwamen terecht in een maalstroom van bewegingen, maar het herhalende bleef, alleen veel sneller en minder gecontroleerd. De schamele en haast ordinaire kledij van de vier dansers confronteerde de toeschouwer zonder meer met het ruwe vleselijke van hun bewegingen.»
Het repetitieve van de voorstelling leek eerst te gaan vervelen, maar biologeerde uiteindelijk toch. Een beklijvende première, al was de routine er nog niet, de bewegingen van de dansers waren iets te ongelijk, er mocht dat tikje meer synchroniciteit zijn.