Dieptepunt
In de huidige campagne, waarin beide kandidaten ongeveer op evenveel steun van de bevolking lijken te kunnen rekenen, maakt dit het jonge publiek enkel interessanter. Jonge stemmers zouden immers het verschil kunnen maken bij de verkiezingen, en daarom wordt door de twee kampen meer dan de gebruikelijke aandacht besteed aan jonge kiezers. Zo worden er spots getoond op jongerenzenders als MTV, verschijnen de kandidaten in populaire talkshows en worden hun kinderen prominent in beeld gebracht om vaders zogenaamd hippere kant te tonen. In de VS bestaat immers geen opkomstplicht zoals in België en de leeftijdscategorie 18-24 jaar haalt traditioneel de laagste scores bij de opkomstcijfers voor de verkiezingen. Dit geldt eveneens voor studenten, die vaak als politiek apathisch worden bestempeld. Bij het jonge kiespubliek zijn met andere woorden nog veel stemmen te winnen.
Campagnes zijn er bijgevolg niet enkel om kiezers te overtuigen voor een bepaalde kandidaat te stemmen, maar in de eerste plaats om überhaupt te gaan stemmen. Een stemgerechtigde Amerikaan moet zich eerst als kiezer laten registreren en daarna effectief gaan stemmen. Deze procedure kost extra tijd en moeite en in combinatie met een afname van de politieke interesse bij de bevolking zorgde dit voor een absoluut dieptepunt bij de vorige twee presidentsverkiezingen, toen minder dan de helft van de stemgerechtigden opdaagde. Verwacht wordt echter dat de opkomst nu opnieuw licht zal stijgen wegens de actuele politieke polemiek en de bikkelharde, ongenuanceerde campagnevoering tussen de kandidaten, die overigens weinig gesmaakt wordt door de vele studenten.
Verlosser
Toch zijn er volgens politicologen weinig nationale thema's die studenten echt boeien en aanzetten tot politieke participatie. De oorlog in Irak heeft slechts een beperkte impact. Er zijn de laatste tijd weliswaar een aantal studentenprotesten geweest, maar die zijn eerder anti-Bush dan pro-Kerry en hun netto-effect voor de verkiezingen is onduidelijk, aangezien het de Bush-aanhangers sterkt in hun roep om een daadkrachtige president, die zij in de persoon Kerry niet herkennen. Een tweede aandachtspunt bij studenten zijn de recente programma's gericht op scholen om meer jongeren uit minderheden in te schrijven, een actie die opnieuw voor- en tegenstanders heeft. Een laatste heikel punt is de economie, maar de bekende catch phrase "it's the economy, stupid", waarmee Bill Clinton in 1992 vader Bush aanpakte, heeft veel aan potentieel ingeboet. Volgens de meeste Amerikanen, ook studenten, is het niet de economie maar de nationale veiligheid die momenteel doorslaggevend is. Deze thema's lijken dus vooral de polarisatie te vergroten tussen beide kampen, maar doen weinig mensen van kamp wisselen.
Beide kandidaten mogen overigens in de hele wereld om dezelfde redenen op sympathie rekenen. In reacties van studenten in de aanloop naar de verkiezingen wordt Bush gezien als iemand die daadkrachtig optreedt in de oorlog tegen het terrorisme, een fiere patriot en een goed christen, die echter weinig blijk van intelligentie geeft, zeer afhankelijk is van allerlei bedrijven en organisaties en een ongunstig economisch beleid voert voor de laagste klassen. Kerry is een eerder stijve, grijze figuur die onduidelijk blijft over zijn standpunt in de oorlog tegen het terrorisme, maar met meer verstand van sociale politiek en internationale samenwerking. Zijn sterkste punt maar tevens zwakke plek is echter dat hij vooral wordt aanzien als de anti-Bush, niet de ideale president van de machtigste natie ter wereld maar tenminste beter dan Bush en op dit moment het enige alternatief. Omwille van deze laatste reden wordt Kerry zowat door de wereld op handen gedragen, in de VS zelf wordt hij minder als een verlosser gezien.
Wereldtoneel
Het actieve politieke leven op de studentencampus neemt eveneens een andere vorm aan dan die bij ons. Waar het hier de gewoonte is dat politieke studentenverenigingen niet rechtstreeks verbonden zijn met een partij, hoewel ze natuurlijk een bepaalde levensbeschouwelijke visie delen, bestaan in de VS geledingen van zowel Republikeinen als Democraten aan de universiteiten. Amerikanen zijn ook sneller dan Europeanen geneigd hun partijvoorkeur uit te spreken, die ze bij de registratie als kiezer reeds kunnen opgeven.
Beide partijen zijn zeer aanwezig op de campus. Zo hielden ze acties waarbij studenten zich als kiezer konden registreren, een zoveelste poging om de bureaucratische rompslomp voor de kiezer te vereenvoudigen. Zowel Republikeinen als Democraten zijn zich immers zeer bewust van het belang van deze verkiezingen en verklaren dat ze vooral zoveel mogelijk stemmers willen zien opdagen. "Het is beter om voor iemand te stemmen, gelijk wie, dan helemaal niet te stemmen", zoals een Republikeins student het verwoordt. Daarom wordt het politieke debat op de campus zoveel mogelijk gestimuleerd.
Dit alles maakt in ieder geval dat er meer over politiek wordt gepraat op de campus dan het afgelopen decennium het geval was. Of dit studenten aanzet tot effectief stemmen blijft wel de vraag. De studentenafdelingen van zowel Republikeinen als Democraten zien echter een stijgende interesse onder hun doelpubliek, dat zich eveneens uit in meer engagement binnen de eigen gelederen. Het ziet er dus naar uit dat ook de studenten stilaan klaar zijn om hun presidentskandidaat op het wereldtoneel te stemmen.
Onafhankelijke
Daarom is het ook niet steeds de kandidaat met de meeste stemmen die president wordt. Elke stem die je meer haalt dan deze relatieve meerderheid binnen een staat is immers een 'verloren stem', aangezien ze geen extra kiesmannen oplevert. In het Kiescollege moet een kandidaat wel de absolute meerderheid halen. Dit betekent dat je 270 kiesmannen achter je moet krijgen om president te worden.
Eigen aan dit kiesstelsel is dat het politieke landschap neigt naar een tweepartijensysteem, met eventueel een kleine derde partij die stemmen afsnoept van één van de grote partijen. De stem van zo'n onafhankelijke kandidaat lijkt een beetje verloren te gaan, aangezien hij er zelden in slaagt een enkele kiesman voor zich te winnen. Toch kan hij doorwegen in de campagne. Zo is het goed mogelijk dat de VS op dit moment een andere president zouden hebben indien Ralph Nader zich had teruggetrokken bij de vorige verkiezingen en geen Democratische stemmers naar zich toe had getrokken. Kleine partijen komen misschien minder aan bod dan in ons stelsel van evenredige vertegenwoordiging, maar zijn verre van overbodig in het Amerikaanse politieke landschap.