Vernederd op de VRG-doop
Doop doet leven
Leuven verandert. Frietkoten verdwijnen, een tien geeft recht op vakantie, je kotvrienden heten Kim, Ill en Yong... Het is nog slechts een kwestie van dagen eer de eerste fakbar belegde broodjes aan de man brengt. Gelukkig zijn er van die blijvers zoals Hubert Van de Vijvere (zie veto 2), de Club Hesp en natuurlijk de jaarlijkse dopen.Enkel de eerstejaars die door brand of zelfspot zijn kot uit moet, treft men deze periode op de kouwelijke straat aan. Enkele van deze dakloze of masochistische studenten troffen we aan op de doop van het VRG. Bij onze aankomst hadden de advocaten van morgen net van een frisse duik in het parkvijvertje genoten om alles eens goed los te gooien.
Er werd gelukkig aan de kleine honger gedacht. Tomaat met choco, slagroom en voeding voor onze viervoeters stonden ondermeer op het menu. Ook eieren waren er te krijgen, al moest je hete mondholte er maar voor zorgen dat ze gebakken werden. Al deze snacks werden opgediend met sauzen, niet naar keuze. De studenten die er na dit eetfestijn onder vervuiling te lijden hadden werden door de doopmeesters verder geholpen. Ze werden voorzien van een roodkapje: een hoofddoek uit toiletpapier gekleurd met ketchup. Enkel na de garantie dat dit hoofdeksel niet in brand zou wordengestoken lieten ze het hoofd gewilligd balsemen.
Vervolgens kropen de schachten gebruikmakend van al hun ledematen, richting Albatros. Daar aangekomen werden er twee meegenomen naar Fonske. Ze zongen: "We zijn domme schachten en we maken veel herrie, we zijn dan ook twee bronstige merries". Dat gebeurde zowel in galop, draf als piaf. Daarvoor moesten zich -- dat spreekt voor zich -- excuseren bij de omstaanders. In de Albatros was het tijd voor échte vunzigheid. Balletjes in tomatensaus en eieren werden mond op mond doorgegeven en zo ook de braakneigingen.
Zieltjes
"Stieren, stieren, stieren, dat zijn wij", scandeerden de schachten hun goddelijke zending, als betrof het een nieuw geloof. Want gruwelijk is het wel, niet zozeer de te incasseren vernederingen, die neemt de schacht er met graagte bij. Wel de drijfveer van het doorsnee groentje dient van naderbij bekeken te worden. De motivatie ligt meer dan eens in een donker hoekje van deze vaak nog maagdelijke zieltjes. De ene wil het presidium in, om als hij later groot zal wezen misschien zelfs preses te worden. Een andere is louter op macht belust en wil zelf, in de hoedanigheid van doopmeester, het volgende jaar schachten vernederen.
Natuurlijk mogen we de goedlachse student niet uit het oog verliezen. Zij die zich halsoverkop in dit wilde avontuur storten, zij die vinden dat ze dit toch echt wel moeten hebben gedaan. Ach, waarschijnlijk vinden ze het gewoon "keineig", al zullen sommigen van "de max" gewagen
Dat deze doop heeft hen hoegenaamd niets heeft bijgeleerd, is waarschijnlijk te wijten aan de cantus achteraf. Anderzijds is een levensles verdrinken een levensles op zich. Iedereen had zich geamuseerd, de doopmeesters misschien wat meer dan hun slachtoffers. Ook de mikpunten van deze studentikoze terreur bleken na afloop vooral met een moe maar voldaan gevoel deze doop te verwerken. Vele van hen kijken al uit naar volgend jaar, wanneer zij beul van dienst zullen zijn. Gelukkig hebben ze een jaar de tijd om hun frustraties op te hopen en te kanaliseren naar een ultiem culminatiepunt: de doop van de nieuwe lichting. Aan alle schachten dus een jaar vol ellende en rampspoed toegewenst. En nu: op naar de volgende vernedering... Wij wensen alle jongens en meisjes heel veel succes met de proefexamens.
--- Sluit dit venster ---