Muziekcentrum Het Depot pakt sinds kort uit met een aantal namen om u tegen te zeggen. Recent kon je dankzij hen de muzikale duizendpoot Daan aan het werk zien, binnenkort is het de beurt aan Leki en Tom Helsen. Op 10 november was het woord én de sound geheel aan Plastyc Buddha, wat ons betreft één van de best bewaarde geheimen in de Belgische muziekwereld.Grappenmaker
Terwijl u thuis het best al hangend in de sofa en met wat roesversterkende middelen binnen handbereik geniet van het loungy karakter van deze plaat, is er live geen sprake van chillen. De songs uit 'Our friends Eclectic' passeerden door de extra bezetting steviger de revue, zo werd ook een hardcore versie van 'Private' ten beste gegeven. De warme, exotische tunes van dit allesbehalve plastieken fenomeen, aangevuld met de Neneh Cherry-achtige stem van Lisa, zorgden van bij het begin voor een Caraïbisch sfeertje.
Vooral 'Private' en 'Scare myself' werden meteen herkend door het matig opgekomen maar desalniettemin oprecht geïnteresseerde publiek. Pieter ontpopte zich als grappenmaker van dienst en reeg de nummers vlot aan elkaar. Tussendoor droeg hij de technici op de verwarming aan te zetten, verontschuldigde hij zich voor het springen van een snaar en liet hij de gitarist uitpakken met een straffe solo. Backstage wisten we Stephan bij zijn lurven te vatten.
Clichés
Veto: Hoe verklaren jullie het huidige succes van PB in het buitenland?
Stephan: «We worden inderdaad beter onthaald in het buitenland, meer bepaald in Japan en Engeland. In eigen land blijft de interesse, ondanks onze optredens op de Gentse Feesten en Marktrock, zeer beperkt. Dit komt doordat België een rockbastion is: de deelnemers aan Humo's Rockrally en groepen als dEUS krijgen alle aandacht, terwijl andere genres te vaak buitenspel worden gezet. Dat onze muziek niet echt in een vakje onder te brengen is, zal daar ook wel voor iets tussenzitten. Belgen houden nu eenmaal van clichés.»
Veto: Denken jullie er niet over om een plaat op te nemen met de live-band?
Stephan: «Niet meteen. Het is eenvoudiger met een zeskoppige band op te treden, dan om er een plaat mee op te nemen. Eerst willen we verder groeien, zodat we precies weten waar we naartoe willen. Pas als alle bandleden dezelfde oriëntatie hebben, kan je samen aan een album werken. Het doel van optreden met een live-band is vooral het publiek onder te dompelen in een dimensie die ze niet verwachten na het beluisteren van het schijfje.»