Rector O.
Er hing op het rectoraat een dik, haast ondoordringbaar mistgordijn. Het was half negen 's ochtends en Katrijn De Plus stak haar dertigste sigaret op. Ze wachtte in de gang van het rectoraat op Jeannine Thys, de secretaresse van de rector, wiens slagkracht u al eerder kon bewonderen. De Plus stond met haar onafscheidelijke asbak - er mocht immers niet langer gerookt worden aan de universiteit, dus zorgde zelf voor haar gerief - zenuwachtig van het ene been op het andere te wippen. Ze zou die dag samen met Jeannine naar Antwerpen gaan om een nieuwe outfit voor O. te kopen. Jeannine was bijna klaar. Ze legde nog vlug O.'s haar in de plooi, trok zijn das recht en daar gingen ze. Luid kwetterend stapten de dames de rectorale mercedes in, terwijl O. hen zuchtend uitzwaaide. Hij rolde met zijn ogen - een nieuw kostuum: alweer!
De Plus en Thys schuimden op een hels tempo De Meir op en af: kostuums keurend, schoenen schouwend, tabak kopend en rokend. Jammer, maar helaas: ze vonden hun goesting niet. Tot plots De Plus in het straatbeeld Walter Van Beirendong zag opduiken. Overenthousiast en roekeloos als altijd gilde De Plus: "Woehoe, Walter!" en stak zonder kijken De Meir over, terwijl Jeannine veilig het zebrapad verkoos. Van Beirendong reageerde even enthousiast als De Plus en vloog beide dames in de armen. Terwijl hij hen overwoekerde met zijn armen en baard, was De Plus al bezig het probleem omstandig uit te leggen want naast roken was babbelen één van haar verslavingen. "Walterke, ge moet ons helpen!" begon De Plus allercharmantst, "we hebben een kostuum voor onze rector nodig. Kunt gij er niet snel één in elkaar flansen?" Van Beirendong ging meteen akkoord, op één voorwaarde: hij moest zijn model in levende lijve ontmoeten.
Nog geen half uur later stond de mode-goeroe recht tegenover O. die zich opwond over die vreemde man in zijn kantoor: "Van Beirendonk? Ik ken helemaal geen Van Beirendonk!" "Neen, rector," legde Jeannine geduldig uit, "het is Van Beirendong!" De rector wou niet voor cultuurbarbaar versleten worden en gaf meteen toe: "Aah, Van Beirendonk. Zegt dat dan direct." De Plus beschouwde dit als een goedkeuring van O, hees hem uit zijn stoel en zei tegen Walter: "Voilà, maak er iets van. 't Zal nie gemakkelijk zijn maar we geloven in u!"
Ondanks zijn eerder bewezen atletische talenten begon rector O. een half uurtje later toch krampen te krijgen. Hij stond al een half uur op één been te balanceren. Van Beirendong had O.'s nette pantalon, op de onderste helft na, van rond zijn been geknipt, en weefde een ingewikkeld web van roze glitterdraad en glasvezelkabel. De rector zijn das was intussen geplooid zoals de servetten in de Faculty Club, maar zijn gevoel voor goede smaak werd pas echt op de proef gesteld toen Van Beirendong er lichtgevende discoballen op begon te naaien. Er moest snel en accuraat ingegrepen worden en daarom moesten eerst zijn twee bewaaksters weggewerkt worden. "Ehwel," richtte O. zich tot De Plus en Thys "een goei jatteke koffie zou er nu wel ingaan." Ja, daar moesten ze allebei om, en wel nu meteen! Toen ze buiten waren, bewees O. waarom hij rector was geworden en Emiel Lambrechts niet.
"Zeg vriend," begon O. sluw "weet ge wat?" "Mmmpf," murmelde Van Beirendong die zijn mond vol lappen stof en speldjes had. "Ik ben eigenlijk de rector niet." "Hoe? Ge zijt de rector niet?" liet Van Beirendonck alle accessoires uit zijn mond vallen. "Neen," grijnsde O, "ik ben de voorzitter van de Associatie Leuven, dat is iets helemaal anders. Veel prestigieuzer, ik kom in rechtstreeks contact met de regerink. Zal ik de echte rector voor u roepen? Die houdt van mooie kleren en is erg gesteld op zijn goede verschijning" "Goh, dat zou zeer vriendelijk van u zijn" knikte een niets vermoedende Van Beirendong. O. schoot uit zijn kleren, sloeg een peingoirom en spurtte naar de deur. Daar riep hij de naam die zijn verlossing zou betekenen: "Guido! Guido Langoest! Er staat hier iemand voor u!"
--- Sluit dit venster ---