3: Het Provinciehuis

Wat gebeurt er achter de gevels van grootse gebouwen die in principe niet bedoeld zijn voor het grote publiek? Veto zoekt een antwoord op deze vraag door er over de vloer te komen, naar de 'baas' te vragen en een kijkje achter de schermen af te dwingen. Onze tocht zet zich deze week verder langs het Provinciehuis: die grijze toren met het gele balkonnetje.

Robin Broos & Katleen Gabriëls
Toen in 1995 beslist werd om van Leuven de hoofdstad te maken van de zopas geboren provincie Vlaams-Brabant, ontstond de gedachte om al de diensten van de provincie te bundelen op één plaats. Het gebouw moest passen in een stedelijk concept dat werd uitgetekend door professor Smets. De architectuur is van de hand van de Portugees Gonçalo Sousa Byrne. Veto versierde een afspraak met gouverneur Lodewijk De Witte om met ons een wandeling te maken door dit grote gebouw. Eenmaal aangekomen ontmoeten we twee mannen: de grootste is de big boss zelf en de andere, André Mertens, is de verantwoordelijke voor promotie en ontvangst. Deze laatste ontpopt zich tijdens onze rondleiding als de bescheiden encyclopedie die steeds wacht tot de grote meneer uitgesproken is, om er dan in enkele woorden de essentie aan toe te voegen. "Het gebouw is al bijna twee jaar in gebruik, maar er blijven hier en daar enkele probleempjes aanslepen," begint Lodewijk. "We hopen deze problemen zo spoedig mogelijk op te lossen in overleg met diegenen die het gebouwd hebben." Het gebouw bestaat uit twee delen: de toren en een langer gebouw in lijn met de Vest. "Dat is zo gebouwd omdat het stond voorgeschreven in het stedelijk concept. Als je de halve cirkel rond Leuven neemt, te beginnen van Stella Artois tot het Philipsgebouw, moeten er nog twee torengebouwen tussen. Het Provinciehuis staat er al, een Vlaams administratief centrum moet er nog komen. Op die manier creëer je nieuwe landmarks. Om het zicht vanuit Kessel-Lo te verzachten is er het langsgebouw gezet met slechts twee verdiepingen."
    Met dit langsgebouw trekt de architect eigenlijk de lange promenade vanuit het station door in het gebouw. Vanuit de inkomhal kan je door vier grote zalen heen kijken, tenzij ze zijn afgesloten als er bijvoorbeeld presentaties doorgaan. Deze zalen zijn op hun beurt verbonden met de binnenstraat (4), die als het ware alles bundelt wat voor publiek toegankelijk is. In deze straat is ook ruimte voor kunst, zoals een werk van Ann Veronica Janssens en Richard Venlet. "Een film is een rail aan het plafond over de hele lengte van de gang. Ieder uur vertrekt een spot die de 130 meter afstand aflegt en dan terugkeert. Een wit scherm aan de voorzijde van het gebouw verhindert elk doorzicht naar buiten, zodat alle elementen van de film, behalve de camera, aanwezig zijn." "Men wordt als het ware acteur op deze set," voegt André eraan toe. We lopen langs vergaderzalen, een auditorium, een multifunctionele zaal die wordt gebruikt voor o.a. optredens maar ook maaltijden (5) en de raadzaal. "Dat is het hart van de provincie waar verkozen provincieraadsleden bijeen komen. Daarom draagt deze zaal een beetje de democratische legitimiteit in zich," vindt Lodewijk.
    Het is dezelfde binnenstraat die terug te vinden is op de twee volgende verdiepingen van het langsgebouw, alwaar de gouverneur in een bureau tussen het gewone personeel zit. "Hij heeft misschien één meubelstuk meer," geeft André mee. Een ware man van het volk dus. In zijn bureau nodigt de gouverneur ons vriendelijk uit een muisje te nemen. Zijn drankautomaat kleeft namelijk vol met snoepjes, maar we zijn zo in de veronderstelling dat het om een kunstwerk gaat dat we dit smakelijke aanbod laten passeren. Vanuit de gang zien we tussen de grote publieke ruimten enkele patio's liggen. "Ik heb een vriend die nogal wat afweet van tuinen en hij vond deze nogal wat pover uitgevallen", vertelt de gouverneur. De toren zelf telt elf verdiepingen met kantoren (3). Daarboven bevindt zich nog een technische ruimte met o.a. de verwarmingsinstallaties. Maar waar dient het gele balkon (2) nu voor? "Het is een kunstwerk van Aglaia Konrad en draagt de titel Für Raucher und Schauer maar dient nergens toe. De bedoeling is gewoon om de strakke architectuur te doorbreken met een valse noot," zegt Lodewijk.
    Dus niet om te roken, wel om even van het uitzicht te genieten (1). De hele binnenstad ligt onder ons, al is dat niet helemaal waar. André wijst er ons op dat we slechts vijftig meter boven de grond staan, terwijl de universiteitsbibliotheek vierentachtig meter hoog is. "We zwaaien hier soms naar Tobback, maar hij wuift nooit terug," merkt hij op. Misschien als de Leuvense stadsdiensten de nieuwe buren van het Provinciehuis worden dat hij eens naar boven zal kijken? We nemen de lift terug naar af waar we per ongeluk nog de alarmknop indrukken en André onze gemoederen weet te bedaren. De man nodigt ons nog uit op de koffie, de gouverneur verontschuldigt zich door het vele werk. Het provinciehuis lijkt ons alvast een gedroomde werkomgeving.


--- Sluit dit venster ---