Je ziet het niet zo vaak, een feestelijke opendeurdag in een kraakpand. Het Luxemburgcollege staat nauwelijks enkele huizen verwijderd van het Leuvense vredegerecht. Uitdagender kan haast niet.
Onopvallend blijven is dan ook absoluut niet de bedoeling van ‘t gesoncken skip. Een groep krakers die zichzelf omschrijven als “een stel kabouters, elfjes, naïeve wereldverbeteraars, consuminderaars en verbouwers.”
Aan de bar krijgen we een man begewezen die ons wat meer kan vertellen over de hele bedoeling van het project. Hij neemt ons mee naar een hoger gelegen verdieping waar twee kaarsjes en drie stoelen het decor vormen van een bizar nachtelijk gesprek.
“Ik ben al een tijdje geen permanent kraker meer, maar ik heb toch een goede tien jaar ervaring in het milieu. Momenteel spreek ik voor eigen rekening, maar ik geloof dat het meeste van wat ik zeg over het algemeen aansluit bij hoe velen hier denken of in het leven staan.”
Het gebouw blijkt al jaren leeg te staan. De laatste ingebruikname dateert van ergens in 2003, toen het gebruikt werd voor één of andere tentoonstelling. “Er liggen hier nog wel ergens affiches van, die hebben we gewoon laten liggen.”
Het gebouw is eigendom van de Belgische staat, meer bepaald van de Regie der Gebouwen, maar wie de eigenaar is, maakt normaal gezien niet zo veel uit voor de krakers: “wij respecteren de eigenaars. Vanaf het moment dat ze het gebouw in gebruik willen nemen gaan wij weg. Maar gebouwen die ter speculatie leegstaan kunnen we gewoonweg niet verdragen. Eigenlijk kunnen we speculanten en vastgoedmakelaars in het algemeen niet uitstaan.” Wanneer we vragen naar de houding tegenover de federale overheid krijgen we als antwoord: “dat zal afhangen van hun reactie wanneer we hen contacteren.”
Het project zelf is een niet alledaags voorbeeld van activisme. Met het gebouw willen de krakers een vrijplaats bieden voor zowat iedereen, ongeacht geloofsovertuiging, politieke mening of ras. “Enkel wanneer er iemand binnenkomt met een antenne van de BOB of racistische en seksistische opmerkingen maakt zullen we hem de deur wijzen.”
Antenne
Meest van al willen de krakers zelf onafhankelijk blijven, “ Met onze activiteiten zoals de volxkeuken willen we absoluut niet zoiets zijn als Poverello. Zij hebben een duidelijke christelijke missie en willen ‘armen’ voorzien van voedsel. Wij staan los van zo’n religieuze of zelfs politieke overtuigingen, iedereen mag bij ons op de volxkeukens komen en de vrije bijdrage kan je echt heel vrij interpreteren. Zo krijgen we soms een oud brood dat we dan meteen in het dessert verwerken. Langs de andere kant hebben we ook ooit eens iemand gehad die per sé tien euro wou geven. Zijn enige argument was dat hij een kapitalist was.”
Buiten de volxkeuken, een bekend concept onder krakers, zijn er nog tal van andere ideeën. Zo is er bijvoorbeeld de weggeefwinkel, een idee dat mooi de visie op recyclage toont. “We merkten al vroeger dat wanneer we panden kraakten we vaak gratis spullen kregen van de buurtbewoners. Dat ging van verf tot zelfs elektronische spullen. Die zijn dan misschien wel wat gedateerd maar voor het overige perfect bruikbaar. Uiteindelijk konden we al de spullen niet meer zelf gebruiken, en in plaats van ze nutteloos op te potten hebben we besloten ze gewoon weg te geven.”
Daarnaast is er ook nog een Kraakspreekuur, waarop informatie wordt gegeven over de gebouwen die leegstaan en hoe je veilig moet kraken. “De wanhopigste gevallen zul je echter niet bij ons aantreffen, die helpen zichzelf. Gelukkig dat er nog krakershandleidingen circuleren die ook wel wat informatie geven.”
Dromers
“De mensen noemen ons vaak idealisten en dromers, maar uiteindelijk is het kapitalisme ook maar een droom. Je hebt mensen die in magazijnen aan de lopende band prullen maken zoals flippo’s of kleine tennisballetjes. Het is toch absurd om zoiets te bedenken? Wij staan voor het ecologisch omspringen met onze planeet, in zekere zin recycleren we dan ook dit leegstaand gebouw. Daarnaast zijn we ook sociaal geëngageerd. Het is onmenselijk dat er gebouwen leegstaan voor speculatie terwijl elders in Leuven door een te krappe woningmarkt mensen in kartonnen dozen moeten slapen. Ik mag dan als een pater klinken, maar ik heb ze wel al gezien.”
Hoewel het gebouw nog maar sinds acht november bevrijd is van de leegstand, ziet het geheel er al betrekkelijk huiselijk uit, “We zijn nog niet echt ingericht, maar een kraker is niet zo hard op luxe gesteld.”
Er is geen sromend water, maar wat in de watertonnen zit ziet er drinkbaar genoeg uit, terwijl een generator op de binnenkoer de gelijkvloers van energie voorziet. Het moge duidelijk zijn dat dit niet de eerste keer is dat deze mensen een leegstaand gebouw ‘redden’. “Leegstand is de kanker van de stad, wordt in Brussel wel eens gezegd. De meeste buurtbewoners hebben zelfs graag dat een leegstaand pand eindelijk eens door krakers bezet wordt. Zij onderhouden tenminste het gebouw vooraleer de naburige panden er last van zouden krijgen.”
“Je moet natuurlijk het onderscheid maken tussen mensen zoals ons en de junks die soms gebouwen kraken en inderdaad het gebouw in slechtere staat zouden achterlaten. Zinloos vandalisme kunnen we niet goedkeuren.”