- Gegevens
- Geschreven door Liesbet Coolen
- Categorie: Veto 3508
- Gepubliceerd: 17 november 2008
- Hits: 215
Menselijkheid en wijsheid. Dat zijn volgens Iraans regisseur Majid Majidi de troeven van zijn recente ‘Lied van de Mussen’. Grote woorden voor een film die, ongeacht zijn bezielde en sympathieke karakter, toch een tikkeltje zeurt op de tonen van een iets te bescheiden volksmelodie.
Er was eens een eenvoudige boer die op een dag per ongeluk een van zijn struisvogels liet ontsnappen. ‘Lied van de Mussen’ laat zich nog het beste samenvatten in de vorm van een eenvoudig sprookje. Eentje dat zijn magie ontleent aan het alledaagse Iraanse plattelandsleven en subtiel gaat moraliseren, precies op het moment dat de eenvoud van dat bestaan verbroken wordt. Wanneer boer Karim een nieuwe baan vindt in Teheran, bezwijkt hij namelijk al snel voor de materiële weelde van de levendige en moderne stad. Zijn verleiding gaat ten koste van de traditionele soberheid en het gemeenschapsgevoel die Karim pas op het einde, na een ongeval, terug naar waarde schat.
Hoewel de tegenstelling stad-platteland inmiddels behoorlijk platgetreden is, ontkomt Majidi aan het gevaar van het cliché dankzij de gave van het doseren. Waar de film bol kon staan van ergerlijk sentiment, springt Majidi voorzichtig om met zijn moraal. De aanzet voor zijn film was gelukkig geen bekeringsdrang, maar wel een bijzondere sympathie voor het portret van het hoofdpersonage Karim.
Karim is een apart figuur: opvliegend, maar daarin kinderlijk en onbeholpen, tezelfdertijd een pechvogel die zich voortdurend in de nesten werkt en een gelukzak die met gemak door het leven glijdt. Even simpel als de man zelf, is dan ook zijn portret in ‘Lied van de Mussen’. De psychologische diepgang komt hier met andere woorden net aan bod door de volstrekte afwezigheid ervan. In die lijn is de oppervlakkigheid van de andere personages echter niet goed te praten. Zij verdwijnen op de achtergrond als nietszeggende types.
Redden
Even onuitgewerkt als de personages, blijft het beeld van Iran. Hoewel Karims situatie recht uit het leven is gegrepen, had het verhaal evenzeer een product kunnen zijn van onze eigen kleurloze verbeelding over de Iraanse cultuur. De vraag is of de herkenbaarheid nu onbevooroordeeld of net ongeloofwaardig is. Zeker is dat het gebrek aan exotisme de film veeleer vervelend maakt.
Wanneer het niet om complexiteit of exotisme draait, zou een behendig cameraspel de film nog kunnen redden. Helaas. Ondanks enkele scènes die opvallend omspringen met licht en kleur, is het duidelijk dat de soberheid die Majidi kost wat kost wil bewaren, eerder wijst op een tekort aan inspiratie dan een gevoel voor poëtische cinematografie. Al bij al is ‘Lied van de Mussen’ dus op ieder vlak middelmatig: genuanceerd, maar nooit overtuigend; opgewekt, maar voor humor te voorspelbaar; soms droef, maar voor medeleven te oppervlakkig. In zijn bescheidenheid vraagt de film weinig van de kijker — slechts een magere aandachtspanne van 96 minuten — en geeft ook niet meer dan een doorsnee anekdote terug.
Hoewel de tegenstelling stad-platteland inmiddels behoorlijk platgetreden is, ontkomt Majidi aan het gevaar van het cliché dankzij de gave van het doseren. Waar de film bol kon staan van ergerlijk sentiment, springt Majidi voorzichtig om met zijn moraal. De aanzet voor zijn film was gelukkig geen bekeringsdrang, maar wel een bijzondere sympathie voor het portret van het hoofdpersonage Karim.
Karim is een apart figuur: opvliegend, maar daarin kinderlijk en onbeholpen, tezelfdertijd een pechvogel die zich voortdurend in de nesten werkt en een gelukzak die met gemak door het leven glijdt. Even simpel als de man zelf, is dan ook zijn portret in ‘Lied van de Mussen’. De psychologische diepgang komt hier met andere woorden net aan bod door de volstrekte afwezigheid ervan. In die lijn is de oppervlakkigheid van de andere personages echter niet goed te praten. Zij verdwijnen op de achtergrond als nietszeggende types.
Redden
Even onuitgewerkt als de personages, blijft het beeld van Iran. Hoewel Karims situatie recht uit het leven is gegrepen, had het verhaal evenzeer een product kunnen zijn van onze eigen kleurloze verbeelding over de Iraanse cultuur. De vraag is of de herkenbaarheid nu onbevooroordeeld of net ongeloofwaardig is. Zeker is dat het gebrek aan exotisme de film veeleer vervelend maakt.
Wanneer het niet om complexiteit of exotisme draait, zou een behendig cameraspel de film nog kunnen redden. Helaas. Ondanks enkele scènes die opvallend omspringen met licht en kleur, is het duidelijk dat de soberheid die Majidi kost wat kost wil bewaren, eerder wijst op een tekort aan inspiratie dan een gevoel voor poëtische cinematografie. Al bij al is ‘Lied van de Mussen’ dus op ieder vlak middelmatig: genuanceerd, maar nooit overtuigend; opgewekt, maar voor humor te voorspelbaar; soms droef, maar voor medeleven te oppervlakkig. In zijn bescheidenheid vraagt de film weinig van de kijker — slechts een magere aandachtspanne van 96 minuten — en geeft ook niet meer dan een doorsnee anekdote terug.
