- Gegevens
- Categorie: Veto 3205
- Gepubliceerd: 24 oktober 2005
- Hits: 729

Foto Kobe Van Itterbeeck
Veto: Hoe zou je die trend verklaren dat steeds meer artiesten Nederlandstalig werk uitbrengen? (Bart Peeters, Spinvis, Laïs, Sarah Bettens)
Ronny Mosuse: «De meeste artiesten zijn voortdurend op zoek naar een podium, naar een publiek dat op hen zit te wachten. Omdat onze markt overspoeld wordt door Engelstalig werk en nummers van buitenlandse makelij, kijken ze uit naar alternatieven. Zo’n alternatief blijkt het zingen in de moedertaal te zijn. In mijn geval is dat niet anders: ik heb niet de ambitie mijn publiek buiten Vlaanderen te zoeken. Toen ik de Engelstalige cd ‘Stronger’ uitbracht en daarmee optrad in het Vlaamse land, ontdekte ik dat ik tussen het zingen door het publiek aansprak in het Nederlands. Dat was een heel vreemde gewaarwording. (lacht) Ik dacht toen: ‘Wat sta ik hier eigenlijk te doen?’ Bovendien begrijpen mensen sneller waar je het over hebt als je nummers in het Nederlands brengt. Op die manier smeedt je een veel directere band met je publiek.»
Brusselmans
Veto: Mogen we dan stellen dat het je bedoeling is een breder Vlaams publiek te bereiken?
Mosuse: «Het is gewoon een gemakkelijker middel om te communiceren met het publiek en waardoor ook de afstand verkleint. Versta me niet verkeerd, het is niet mijn bedoeling om specifiek de liefde voor het Nederlands aan te wakkeren. Daar ben ik veel te cosmopolitisch voor. Bovendien luister ik ook te graag naar Engelstalige popmuziek. Ik wil geen taalpurist zijn zoals Frank Vanderlinden of Jan Hautekiet. Die mensen goochelen werkelijk met de taal. Zover wil ik niet gaan.»
Veto: Je hebt bevriende tekstdichters gevraagd enkele van jouw liedjes van woorden te voorzien. Hoe verliep die samenwerking?
Mosuse: «Zowel Herman Brusselmans, Rick de Leeuw, Bart Peeters als Frank Vanderlinden hebben teksten voor me geschreven. Soms schreef ik de werkteksten en sleep Frank Vander Linden de scherpe kantjes eraf. Opgevallend is het hoe hij in staat bleek te zijn mijn gevoelens te kunnen verwoorden. Hij vond de werkteksten goed, maar te persoonlijk. Ik gebruikte te vaak de ik-vorm en noemde mensen met naam en toenaam. Frank zei toen dat ik de wereld daar niet mee mocht confronteren, want op de duur weet iedereen welke kleur onderbroek je draagt. Hij heeft me doen inzien dat ik bepaalde zaken echt voor mezelf en m’n naasten moet houden in plaats van ze zomaar de ether in te zwieren. Hij heeft de teksten onder handen genomen en ze aangepast zonder dat ze aan gevoel inboeten. Niet dat ik daardoor m’n uitlaatklep kwijtgeraakt ben, de oerversies van de nummers vormen voor mij het therapeutische gedeelte. Daarna mag er, bij wijze van spreken, vanalles aan veranderd worden. Het zijn nummers geworden waaraan iedereen zich kan spiegelen. Volgens Frank gaat dat bij alle artiesten zo, daar heb ik hem ook voor ingehuurd. Als dit niet zo blijkt te zijn, zal hij z’n geld moeten teruggeven! (lacht)»
Roes
Veto: Wie fungeerde nog meer als rechter?
Mosuse: «Mijn grootste toetsstenen zijn mijn kinderen van zeven en negen, die horen thuis altijd waar ik mee bezig ben. Zij zeggen meteen of ik aan het klungelen ben of niet, en of een bepaald nummer wel bij mij past. Kinderen zijn daar ongelofelijk eerlijk in, heel ongeremd. Kritiek van mijn kinderen kan ik goed verdragen, hun nog ondiplomatische karakter maakt alles erg simpel: dat is goed, dat is slecht. Daarop bouw ik verder. Als kinderen al voelen dat er iets mis zit, weet je toch genoeg?»
Veto: Ook je broers en zussen hebben een belangrijk aandeel in je optredens. Vind je het noodzakelijk omringd te zijn door familie op het podium?
Mosuse: «Dat lijkt inderdaad wel zo. In de B-tunes speelde ik samen met mijn broers, nu spelen mijn broer William en mijn zus Régine in de begeleidingsband. De muziek die ik maak, gaat over zaken die me dagelijks omringen. Ik vertaal die dan wel naar een iets bredere context, maar als je met je broer of zus samenspeelt moet je veel minder uitleggen. Muzikanten dienen altijd het gevoel dat in het nummer vervat zit, te versterken. Als je dan met familie op de planken staat, weten zij heel vaak precies welk gevoel je wil overbrengen naar het publiek toe omdat zij dit ook bij zichzelf terugvinden. Bij andere muzikanten dien je dat gevoel op te wekken door noten, partituren en aanwijzingen. Het zou dus allemaal een stuk moeilijker verlopen zonder hen. Muzikanten allemaal hetzelfde gevoel laten uitstralen, is ontzettend moeilijk. Die hindernis heb ik dus op een handige manier weten te omzeilen.»
Veto: Ben je het stadium van het ruige tourleven ten tijde van The Radio’s en als gelegenheidsmuzikant bij Hooverphonic en K’s Choice voorbij?
Mosuse: «Ik heb dat wel wat gezien, ja. Ik denk dat ik maffe ambities heb. Langs de ene kant ben ik hier graag en speel ik graag in zalen maar toch ben ik ook graag op tijd thuis. Vroeger hebben we nog door Amerika en Australië getourd, maar na twee weken hield ik het liefst voor bekeken. 20.000 man die voor het podium staat te roepen, een pintje drinken en dan terug de tourbus op: dat leventje lag me niet. Ik ben veel te creatief om zo’n leven te leiden. Veel liever ga ik naar huis met de roes van het optreden om eventueel al aan een nieuw nummer te beginnen. Blijven creëren is mijn ding. Binnenkort gaan we ook op promotour naar Nederland en eigenlijk kijk ik daar nu al tegenop. Vier uur rijden om dan daar een kwartier te gaan praten met een of andere pief op de radio en vervolgens ook weer terug. Nee, het liefst zou ik hier in de buurt blijven zodat ik ‘s avonds thuis rustig nummers kan componeren. De tijd van het wilde tourleven is voor mij voorbij.»
Examens
Veto: Behalve in de muziek ben je ook actief geweest in de radio- en televisiewereld. Waar voel je je het meest thuis?
Mosuse: «Het antwoord is heel simpel: ik voel mij het meest thuis op een podium. Dat kan ook de radio of de televisie zijn, zolang dat podia zijn die tegelijk een platform bieden zodat het publiek meteen kan reageren op wat ze te horen of te zien krijgen. Live respons krijgen van mensen vind ik het plezantste wat er is. Als je in een zaal staat, voel je de reactie van het publiek meteen. Dit is heel anders dan wanneer je bijvoorbeeld voor televisie werkt, dat blijft een medium waar je weinig tot geen respons van de kijkers moet verwachten. Cuisine X is dan weer een voorbeeld van een radioprogramma waarbij we meteen reacties binnenkregen van de luisteraars. Maar al bij al zing ik toch liever dan dat ik presenteer.»
Veto: Je bent ook student geweest?
Mosuse: «Ja, zwijg me daar van! (lacht) Dat heeft welgeteld zes maanden geduurd. Ik stond ingeschreven bij de faculteit Letteren en Wijsbegeerte aan de Ufsia, vandaag de Universiteit Antwerpen. Ik vond Wijsbegeerte geweldig interessant, maar was veel te moe van al die optredens met The Radio’s. Bovendien ging ik iets te weinig naar de les om vrienden te kunnen maken, waardoor ik geen notities had. Op een gegeven moment, toen het ontzettend druk geweest was en ik gedurende drie weken geen voet in de aula gezet had, kwam ik aan op de universiteit en bleek daar opvallend weinig volk rond te lopen. Ik stapte een lokaal binnen en de professor vroeg: ‘Ha Mosuse, wat komt ge doen?’ De examens bleken al begonnen te zijn. De schaamte was toen zo groot dat ik ben buiten gestapt en nooit meer ben teruggegaan. Sindsdien ben ik autodidact geworden. (lacht) Optreden en studeren tegelijk viel niet te combineren. Ooit ga ik terug studeren! Ik zeg altijd tegen mijn zoon: ‘Als gij 18 zijt en naar de unief gaat, dan ga ik mee!’ Natuurlijk ga ik hem wel z’n eigen weg laten gaan, maar het idee speelt toch serieus bij mij om er dan opnieuw in te vliegen.»
