In welke zeteltjes van welke vergaderzalen van de K.U.Leuven binnenkort studenten zullen zitten, is vandaag niet meteen duidelijk. De rectorsverkiezingen van 2005 leverden een rector af die de duidelijke steun van de studenten had. Er werden tijdens de rectorsverkiezingen ook heel wat verkiezingsbeloften gedaan door alle kandidaten. Maar dan mag de politieke wil van de nieuwe rector en zijn studenten nog zo groot zijn, de rest van zijn universiteit (lees: de decanen, proffen en assistenten) moet uiteraard wel akkoord gaan.

Leuven is op het vlak van studentenparticipatie altijd een beetje het kneusje in Vlaanderen geweest. Terwijl Gentse en Brusselse studenten hun universiteit mee besturen op alle niveaus — dus ook vanuit de Raad van Bestuur — moest de Leuvense student het stellen met enkele zitjes in de Academische Raad die, als het er echt op aankwam, een adviesorgaan was van de Raad van Bestuur. Men moest rector Oosterlinck niet uitleggen hoe hij de Academische Raad buiten spel kon zetten. Oosterlinck was notoir voorstander van "het Leuvense model voor Studenteninspraak”. Wat dit model dan precies mocht zijn, werd nooit duidelijk: wat inspraak, maar niet te veel. Wel in de Academische Raad, maar niet in de Raad van Bestuur, wel in de Groepsraad, maar niet in het Groepsbestuur.
Halsstarrig
Oosterlincks Leuvense model was typerend voor een katholieke instelling: liefst niet te veel openbaarheid van bestuur en zeker geen studenten, want dat zijn toch pottenkijkers en geen échte bestuurders. Het eeuwige argument voor deze stelling? Onafhankelijkheid van bestuur. Studenten moeten betogen en protesteren en niet te veel meebesturen, klonk het dan.
De studenten hoorden vooral thuis in de POC's op opleidingsniveau. Sommige decanen en professoren waren die mening ook toegedaan, maar moesten — door de weigerachtige houding van Oosterlinck — niet eens veel lobbywerk verrichten. "Onder mijn bewind zullen er geen studenten in de Raad van Bestuur komen," liet de Napoleon van de hallen regelmatig optekenen.
De opvolger van Oosterlinck, rector Vervenne, slaat een heel andere weg in en verklaarde zelfs tijdens de rectorsdebatten dat hij principieel niets heeft tegen studenten in het Gemeenschappelijk Bureau (GeBu, de bestuursploeg van de rector). "Maar," zo voegde hij er in één adem aan toe, "ik weet niet of de universiteit daar al klaar voor is." Momenteel wordt er gewerkt aan een compromis dat alle partijen kan bekoren en dat voldoet aan het zogenoemde Participatiedecreet.
Traditie
De Raad van Bestuur vormt al langer geen probleem meer: dat had de oud-studentencoördinator Danny Pieters al duidelijk verstaan gegeven. Minder zeker is de positie van de studenten in het GeBu en nog belangrijker: of ze in de groepsbesturen en de faculteitbureaus mogen. Enkele decanen stonden erom bekend studenten niet toe te laten tot het faculteitsbureau, de raad die de agenda van de faculteitsraad voorbereidt. Steevast werd het argument gebruikt dat er persoonlijke en/of personeelszaken zouden besproken worden, waar studenten niets mee te maken hebben. De studentenvertegenwoordigers op Academische Raad verwachten van Vervenne dat hij breekt met deze traditie en in het organieke reglement de studenten inschrijft als vast en volwaardig lid van de faculteitsbureaus en de groepsbesturen. De Academische Raad gaf in alle geheimhouding haar advies, ook de Raad van Bestuur bediscussieerde het zaakje al. Momenteel wordt alles in reglementen gegoten en volgende maand opnieuw op de Academische Raad gebracht. Benieuwd of de sneuveltekst deze vergadering overleeft.