Terwijl ik deze column schrijf is het nog niet duidelijk wie er in Duitsland de verkiezingen zal winnen, Schröder of Merkel. Wat een verschil! Maar zou het echt zo veel verschil uitmaken? Wie er nu ook de leiding neemt, de feitelijke situatie waarmee de kanselier te maken krijgt (energiecrisis, werkloosheid, vergrijzing en pensioenproblemen, globalisatie en verplaatsen van industrie naar lage loonlanden) laat weinig ruimte voor alternatieve beslissingen. Uiteindelijk wordt een ‘beslissing’ door het complexe bestel van factoren bepaald. Sachzwang noemen Duitse sociologen dit.

Vervenne of Torfs? Wat een verschil, wat een nipte spannende verkiezing! Zou het verschil achteraf echt zo groot zijn geweest? Neem nu de toenemende bureaucratisering waarvan alle kandidaten bij de verkiezing een zo belangrijk actiepunt maakten: die zal niet zomaar verdwijnen. Men mag er van uitgaan dat ze nog zal toenemen in de komende jaren. Ondanks alle pogingen van de K.U.Leuven om de flexibilisering van studies in redelijke banen te leiden, zal die tot een grote extra administratieve belasting leiden (die extra ATP-ondersteuning vraagt). Is het dan toch waar wat de vorige rector zei: “Er is geen alternatief voor het door mij gevoerde beleid”? De associatie, BaMa, samenwerking met bedrijfswereld, hervorming ziekenhuis, meer performante structuur universiteit: natuurlijk zal de rector na hem “een andere stijl, een andere persoonlijkheid” hebben…
Die nieuwe stijl is er zeker al. Een ander spreken, een andere présence, andere accenten: de strijdbijl wordt begraven, wat meer luisteren, bemoedigen eerder dan controleren. Is dit dan alleen een kwestie van stijl? Maakt een andere stijl ook al niet een ander beleid? Het gaat toch niet zomaar om een verpakking, een andere saus, maar om een bezorgdheid terug naar de ‘essentie’ te gaan van wat de universiteit nu zou moeten zijn. We zijn blij met deze nieuwe stijl, deze nieuwe aanpak. Maar volstaat dat? Problemen worden niet opgelost door er anders over te spreken of door diegenen die ermee te maken hebben aan te moedigen.
Die problemen zijn er en ze zullen in alle scherpte terugkomen, zoals de al genoemde onderwijsbureaucratie. Er komen nieuwe onderhandelingen over de financiering van de universiteiten: als de te verdelen koek dezelfde blijft, zullen de strijdbijlen vlug opgegraven worden om het aandeel van de eigen universiteit te verdedigen.Wat de BaMa-hervorming betreft, zitten we nog maar halverwege; daar is nog enorm veel te doen. Nu durven we ook al toegeven dat die radicale hervorming (overijld ingevoerd) als zodanig geen verbetering van onderwijs oplevert. Daarvoor is heel andere inspanning nodig waarvoor nu nog weinig tijd is. En wat blijft er allemaal te doen om van de associatie meer te maken dan een spinnenweb van raden van bestuur! In het voorbije jaar is veel tijd en energie gegaan (te veel!) naar de hervorming van de structuur van de universiteit. Uitgaande van mooie principes van transparantie en efficiëntie, heeft die hervorming feitelijk geleid tot een asymmetrisch veelkoppig monster waarvan iedereen zegt: “Dit kan niet werken.”
Toch blijft men doorgaan met het oprichten van, of afschaffen van, departementen, onderzoekseenheden, subfaculteiten. Het wordt nu al moeilijk nog ZAP-leden te vinden die bereid zijn te zetelen in een groepsraad met vage bevoegdheid. Alleen de studenten, zegt men, willen graag maximaal in alle mogelijke raden en vergaderingen zitten. Neem nu het nieuwe systeem van de decaanverkiezing: voor vier jaar en na evaluatie (volgens complexe regels nog af te spreken in een commissie) nog eens drie jaar. Is dit nu echt beter dan iemand voor drie jaar te verkiezen, en eventueel nog eens te herverkiezen? (Dit ouderwetse systeem vermindert ook de bureaucratie…) Het nieuwe Gebu heeft zeker weinig zin om met een groot nieuw plan te komen. De tijd van de rationalistische planners lijkt gelukkig even voorbij. Misschien keren we terug naar de wijsheid van piece-meal social engineering. Maar ondertussen blijven de brokstukken in de chaotische nieuwbouw liggen.
Een nieuw geluid, een nieuwe stijl: graag. Een beleid dat problemen oplost of liever voorkomt: heel graag. Een nieuw beleid dat plant vooraleer het beslist, dat geen ‘goals’ verzet tijdens de voetbal. Een universiteit waarin we “heel graag lesgeven, studeren en onderzoek doen”, zoals de nieuwe rector het zegt, dat is ook ons aller wens. We luisteren met spanning naar de eerste beleidsverklaring van de nieuwe ploeg, al weten we dat we niet alles ‘van boven’ moeten verwachten, maar het ook zelf moeten waarmaken.