Opleiding à la carte is misschien de beste manier om de nieuwe aanpak van de EHSAL in Brussel te omschrijven. Vanaf dit academiejaar hoeven de studenten aan deze hogeschool niet langer een vooropgesteld programma te volgen. Ze bepalen zelf welke vakken ze nu dan wel volgend jaar of de jaren erop willen afleggen. Flexibilisering ten top, hier past misschien een woordje uitleg bij. ergeet even het beeld van een klassiek academiejaar waarbij een student bij aanvang een vakkenpakket van zestig studiepunten krijgt voorgeschoteld. Dankzij het flexibiliseringsdecreet is het in principe mogelijk om zelf je studieprogramma samen te stellen en je studietraject te bepalen. Dat bewuste decreet, dat in 2004 het leven zag, is één van de uitlopers van de alom bekende Bologna-verklaring waarin in 1999 de toekomst van het Europees Hoger Onderwijs werd uitgestippeld. Maar niet iedere instelling in het Vlaamse onderwijslandschap gaat hier even ver in. EHSAL pretendeert een van de voortrekkers in Vlaanderen te zijn. Even checken of dat klopt bij het hoofd van de Dienst Studentenadministratie
Praktijkervaring
Veto: De EHSAL is de eerste die het flexibiliseringsdecreet zo ver doordrijft. Welke zijn de grootste veranderingen?
Ingrid Reniers:  «We hebben ervoor gekozen om zo snel mogelijk naar een creditsysteem te evolueren. Vanaf dit jaar zijn de studenten niet meer gebonden aan studiejaren. We bieden hen een modeltraject aan, maar voor de rest stellen we weinig voorwaarden. Hoe ze dat juist invullen en over welke tijdspanne ze dat traject afleggen, daar hebben ze veel vrijheid in. Het is wel zo dat ze bij het uitstippelen van hun traject steeds worden geadviseerd over de inhoud.»
Veto: Is het dan mogelijk om moeilijke vakken te omzeilen en een gemakkelijker parcours uit te stippelen?
Reniers:  «Neen, dat is niet mogelijk. De manier waarop ze hun traject invullen kunnen de studenten zelf bepalen, maar de vakken kunnen ze niet zo maar vrij kiezen. Uiteindelijk moet iedereen een eenvormig diploma behalen.»
Veto: Men kan ook vrijstellingen behalen op basis van praktijkervaring. Kunnen die een academisch gestoelde cursus vervangen?
Reniers:  «Nee, maar dat is niet de bedoeling. Voor elk opleidingsonderdeel hebben we eisen op vlak van competenties en het niveau van die competenties. Als een student een vrijstelling aanvraagt op basis van een eerder verworven competentie dan gaan we zijn dossier toetsen aan die eisen. Maar dat is helemaal niet nieuw; we doen dit al ruim twee jaar. De vorm wordt bepaald door de verantwoordelijke. In sommige gevallen zetten we zelfs externe consultants in voor die evaluaties.»
Deliberaties
Veto: Maakt dit van de deliberaties geen onbegonnen zaak?
Reniers:  «Onze nieuwe aanpak heeft een grote diversiteit aan trajecten tot gevolg. Dat noopte ons er toe de deliberaties op een andere manier te bekijken. We werken niet meer met de klassieke examencommissie van docenten die hun zeg komen doen over de studenten die ze dit jaar op de banken hadden. We doen het nu met een soort representatieve examencommissie.»
Restricties
Veto: Legt deze nieuwe aanpak geen grote verantwoordelijkheid bij de individuele student?
Reniers:  «Niet meer dan we vroeger deden. Onze begeleiding van IAJ-studenten is altijd al erg uitgewerkt geweest. Wij hebben bijvoorbeeld nooit restricties opgelegd aan die studenten. Zo zijn er studenten die een IAJ voorstelden van vijfenzeventig studiepunten. Op het einde van de rit stelden we vast dat die dat haalden. Dankzij het decreet kunnen we dat nu nog beter organiseren.»
Veto: Is er een grote interesse voor het nieuwe parcours?
Reniers:  «Ik heb daar weinig zicht op, maar er zijn wel degelijk studenten die niet direct aan een studieprogramma willen beginnen van zestig studiepunten. Werkstudenten zijn daar zeker vragende partij voor.»
Veto: Wat houdt volgens u de andere instellingen tegen om dezelfde toer op te gaan?
Reniers:  «De administratieve omschakeling is natuurlijk enorm. Het afgelopen halfjaar hebben we erg veel energie gestopt in de nodige informatica hulpmiddelen. We werken zelfs met een eigen informaticasysteem waardoor we de nodige flexibiliteit aan de dag kunnen leggen. En natuurlijk is er ook een grote mentaliteitswijziging nodig. Vanuit het oogpunt van de docenten bijvoorbeeld. Die waren gewoon hun zegje te doen over hun studenten op de deliberatie. Nu moeten ze dat overlaten aan die representatieve examencommissie. Het komt er vooral op neer om gewoon de knoop door te hakken. We hebben het decreet gelezen en daar onze interpretatie aan gegeven. Wij deden dat steeds met de student centraal voor ogen. Andere instellingen gaven daar een eigen invulling aan.»