- Gegevens
- Categorie: Veto 3220
- Gepubliceerd: 17 april 2006
- Hits: 497
UGent, de voormalige rijksuniversiteit, waar lange tijd professoren als ambtenaren benoemd werden versus de K.U.Leuven, een katholieke universiteit waar de hiërarchie opmerkelijke gelijkenissen vertoont met een paapse rangorde. De verschillen zijn vanzelfsprekend historisch gegroeid. Het lijkt misschien een vergezochte vergelijking, maar ze heeft wel degelijk verregaande gevolgen voor hoe het bestuur de dag van vandaag verloopt. Even een overzicht.
Filteren
In Leuven kiest de rector een uitgebreide bestuursploeg die hem tijdens zijn ambtsperiode zal bijstaan met raad en daad. Dit orgaan heet het Gemeenschappelijk Bureau, waarin drie vice-rectoren, drie coördinatoren (onderwijsbeleid, studentenbeleid en onderzoeksbeleid), één Algemeen Beheerder en één student zetelen. De drie vice-rectoren besturen drie groepen: de Humane, de Biomedische en de Exacte wetenschappen, dit is het tweede belangrijkste niveau. Onder elke van die groepen gaan dan hun faculteiten schuil, die op hun beurt vakgroepen overkoepelen.
En reeds daar tekenen we al heel wat verschillen met de Gentse universiteit op. Waar in Leuven de rector zich bij zijn beleid laat assisteren door een uitgebreide ploeg, treedt de Gentse op als de voorzitter van een erg beperkt bestuurscomité. Dit comité, een soort mini-raad van bestuur, beperkt zich tot de rector, één vice-rector, een logistiek en een academisch beheerder. Vlak daaronder vinden we enerzijds acht directies terug, anderzijds elf faculteiten. De directies gaan over onderwijs, onderzoek en alle andere bestuurszaken.
Het is vanuit Leuvens oogpunt opmerkelijk dat op die manier de faculteiten rechtstreeks onder het bestuur staan, zonder dat — zoals dat in Leuven het geval is — de groepsstructuur tussenkomt. Dit geeft veel meer slagkracht aan de Gentse faculteitsraden dan aan de Leuvense. Het piramidemodel in Leuven geeft minder vrijheid aan de faculteiten, wat een centralistische manier van besturen makkelijker maakt. De Gentse matrixstructuur duidt op de brede onderbouw waarop de Gentse Raad van Bestuur steunt. De communicatie van de Gentse faculteiten naar de Raad van Bestuur is dus directer en ruwer dan in Leuven. Want hier wordt men in vele dossiers gedwongen om al op groepsniveau een consensus te bereiken.
Manu Militari
Bovendien is er ook sprake van een opmerkelijk verschil in bedrijfscultuur. In Gent hamert men op de autonomie van de faculteiten en het democratische karakter van de brede basis onder de Raad van Bestuur. Het subsidiariteitsbeginsel geldt er dan ook sterker dan in Leuven: een dossier moet haar finaliteit kennen op het laagst mogelijke niveau dat het dossier toelaat. Dat zou tot gevolg moeten hebben dat beslissingen per definitie op een zo groot mogelijke achterban kunnen rekenen. Semesterexamens zijn er bijvoorbeeld net als deliberatiecriteria — anders dan in Leuven — nooit universiteitbreed ingevoerd: elke faculteit beslist zelf wat zij opportuun acht in deze dossiers.
Dit wil niet zeggen dat dit in Leuven nooit het geval is: zeker tijdens de laatste jaren van André Oosterlinck hoedde het bestuur zich de indruk te geven al te centralistisch op te treden. Wel laat een piramidestructuur toe om manu militari maatregelen van bovenaf op te leggen. Leuven heeft bovendien een traditie van heel hiërarchische besluitvorming: de rector heeft de macht om van bovenuit autoritair de wetten te stellen. Wat onder voormalig rector Oosterlinck, waarvan men wel eens zegt dat hij als een verlichte despoot regeerde, wel vaker gebeurde. Er werd dan aan de basis gemord en soms gebeurde het dat de proffen zich ongehoorzaam opstelden (zoals in het dossier van de docentenevaluatie), maar doorgaans haalde het katholieke plichtbesef het van de onvrede en was rectors wil wet.
Lijn
Beide structuren brengen de voor de hand liggende voor- en nadeel en met zich mee. Een piramidestructuur biedt meer slagkracht aan de rector. Ze maakt het mogelijk om heel snel en krachtdadig op te treden maar neemt niet weg dat de besluitvorming té autoritair kan verlopen. De in matrixvorm opgevatte hiërarchie heeft eigenschappen die een meer democratische besluitvorming in de hand werken, maar maakt het ook moeilijker om de hele instelling op één lijn te krijgen. Een beslissing zal zich een weg naar boven moeten zoeken en zo heel wat rompslomp met zich meebrengen.
