Kristof Vandewalle zit in zijn tweede licentie handelsingenieur en maakt deel uit van wielerploeg Beveren 2000, het belofteteam van Quick Step. Het afgelopen seizoen behaalde hij enkele mooie resultaten, al zat er veel meer in.

Kristof Vandewalle: «Bij de beloften wordt steeds vanaf de eerste kilometer heel nerveus gekoerst. Zo ook in de voorbije editie van de Ronde van Vlaanderen, eind april. Na drie kilometer haakten er voor mij twee renners in elkaar. Ik kon hen niet meer ontwijken en viel hard op de grond. Ik ben terug op de fiets gesprongen en heb nog vijfenzeventig kilometer voortgereden op pijnstillers, maar het ging niet meer. Het verdict was heel zwaar: een dubbele elleboogbreuk, waardoor ik vier maanden niet kon koersen.»
Veto: Hoe verklaar je die nerveuze koersstijl?
Kristof: «De Ronde van Vlaanderen is een wedstrijd met veel prestige. De Ronde winnen betekent een optie nemen op een profcontract. Bijgevolg pieken veel renners naar deze wedstrijd. Alle bergjes zijn cruciale punten waarbij je met de eerste tien à vijftien moet opdraaien, wil je aanspraak maken op de overwinning. Maar het is nu eenmaal onmogelijk om met honderdvijftig tezamen vooraan te rijden. Vandaar dat iedere aanloop naar een bergje gepaard gaat met veel duwen en trekken. Tegen een snelheid van vijftig kilometer per uur is dat echter geen sinecure.»
Veto: Welk type wedstrijd ligt je het best?
Kristof: «Het mag redelijk op en neer gaan, het parcours moet selectief zijn. Meerdaagse wedstrijden liggen me wel aangezien ik een goede tijdrit in de benen heb. Nerveuzere koersen met een massasprint zijn minder mijn ding. Ik kan het allemaal wel aan, maar het hoofd moet ook meewillen. Er is dan immers meer kans op valpartijen. Daardoor kom ik sneller aan mijn remmen en zit ik op cruciale punten vaak iets te ver.»
Geen pater
Veto: Wat wil je volgend seizoen bereiken?
Kristof: «Het doel is ieder jaar een stap vooruit te zetten. Lukt dat volgend seizoen, dan kan ik misschien wel een plaats versieren in het profpeleton. Ik zou het heel graag proberen als profrenner, eens zien hoe het er in dat wereldje aan toe gaat. Bovendien, een renner zonder motivatie stopt er beter mee.»
Veto: Steek je veel tijd in je sport?
Kristof: «Als je goede resultaten wilt behalen, moet dat wel. Sommige weken is dat tien tot vijftien uren, maar naargelang de wedstrijden belangrijker worden haal ik de kaap van de twintig, zelfs vijfentwintig uren.»
 «Het valt te combineren met de studies, op voorwaarde dat er goed gepland wordt. Af en toe moet ik ook wat lessen brossen. Mijn studieresultaten liggen iets lager dan wanneer ik me volledig op de studies zou concentreren. Omgekeerd lijden mijn wielerprestaties er ook onder dat ik studeer, al valt dat allemaal goed mee. Dankzij mijn topsportstatuut heb ik trouwens de luxe om examens te kunnen verplaatsen, al probeer ik geen misbruik te maken van die optie.»
Veto: Valt het je zwaar niet volop van het studentenleven te kunnen genieten?
Kristof: «Tijdens het wielerseizoen moet ik vaak negatief antwoorden op de vraag of ik mee uitga, maar in de winter haal ik mijn schade goed in. Ik heb zeker niet de indruk dat ik als een pater leef, daar ben ik nog niet aan toe. Bovendien leven mijn vrienden met me mee. Als ik goed rijd, vinden ze dat leuk. Ze begrijpen maar al te goed dat ik voorrang geef aan mijn sport.»