De Vlaamse Improcup belooft ons een staalkaart van wat Vlaanderen op dit moment aan improvisatietheater te bieden heeft. Dertien Vlaamse gezelschappen kruisten op donderdag dertien december de degens in een overvolle Pieter De Somer-aula.
Ide Smets

Improvisatietheater is theater voor avonturiers, theater zoals het in je opborrelt, on the spot zonder voorbereiding. Een discipline zonder regels waarin alles draait rond acceptatie. Wat voor onzin je tegenspeler ook uitkraamt, je moet er op inspelen en terugvuren. Je hebt niet meer of niet minder dan een waterval aan briljante ingevingen nodig.
We krijgen op deze eerste editie Vlaamse impro voorgeschoteld in micetro vorm. Een format waarbij twee MC’s enthousiast de toon zetten en improviserend presenteren. De kandidaten functioneren als poppen in hun fantasieën en ook het publiek mag voor een keer eens mee aan de touwtjes trekken. Niemand houdt zich dan ook in om indien gevraagd mee te brainstormen over locaties of personages. Wanneer er bijvoorbeeld naar doelgroepen voor een educatieve scène wordt gevraagd, reikt het publiek luidruchtig West-Vlamingen en Zwarte Pieten aan.
De jarige uit het publiek mag zelfs nog een tikkeltje meer. Als een speler haar ontroert, haar hart breekt of wanneer er romantiek in de lucht hangt, moet ze naar voren lopen en hem een roos overhandigen. Uiteindelijk is het zinnetje “Je verdrinkt niet je verdriet, maar je geluk,” hetgene dat haar een traan doet wegpinken.
Titanic
Eens de setting democratisch bepaald, treden de kandidaten als gladiatoren in de PDS-arena. Klaar om uitgejouwd te worden door een onverbiddelijk, want anoniem publiek. De MC’s benadrukken: “Alles is juist, u kan geen fouten maken, wij wél!” Pertinente opmerkingen moeten niet voor tijdens de pauze worden bewaard. Dit alles wordt nog eens aangevuld door een vingervlugge pianist die eveneens speelt bij inspiratie. Als kandidaten zin hebben om een lekker melige Titanic-scène na te spelen, dan zal dat gebeuren op de deuntjes van “My heart will go on”.
Om het kaf van het koren te scheiden, worden de deelnemers met een hele resem opdrachten bestookt. Zo moeten ze scènes spelen waarin enkel vragen mogen worden gesteld. Uiterst moeilijk blijkt: “Hoe gaat het met u? Goed en met u?” Een andere keer moeten ze de scène betreden als één groot beest dat in een vochtige liftkoker moet raken. Een volgende kandidaat verneemt specialist te zijn in de pathologische kinantropometrie. Vlot een scène niet naar behoren, dan is het publiek vrij om “Die, die, die!” te scanderen, waarop de kandidaat zich vervolgens overmeesterd van het podium verwijdert. Uiteindelijk stoot een viertal kandidaten naar de play-offs door.
Deze laatste scènes zijn werkelijk van topniveau. Onze lachspieren houden het niet meer uit wanneer een kandidaat die zijn behaarde bierbuik aan de PDS tentoonstelt, de quote “Weight watchers are watching you” toegeworpen krijgt. We hebben het daarentegen even moeilijk wanneer op scène een peper- en zoutvat met elkaar staan te babbelen over het leven met een korreltje zout nemen en gepeperde rekeningen. Het is uiteindelijk Dries van Improrlando die de gegeerde cup mee naar huis neemt.
Zoals u al merkte, deze improvisatietrein hapert op geen enkel moment: originele opdrachten, dolle MC’s en van tijd tot tijd een lach en een traan. Meer moet dat niet zijn.