- Gegevens
- Geschreven door Administrator
- Categorie: Veto 3412
- Gepubliceerd: 17 december 2007
- Hits: 851
Veto: Hoe heb je je voorbereid op je reis naar Namibië?
Christophe Lambrecht:« Ik heb met mensen van het Rode Kruis gepraat over wat we precies gingen doen. Ik heb me een beetje geïnformeerd via het wereldwijde web: over het land, de mensen, de historiek. Ik heb het vooral op me laten afkomen.»
Veto: Waarom kozen jullie dit jaar voor water? Niet meteen een mediageniek actueel probleem zoals de tsunami.
Lambrecht:«Net daarom, het is een stille ramp die vaak wordt vergeten. Er is zelfs meer geld voor nodig dan voor de bekende rampen, net omdat ze niet zo mediageniek zijn. Ze staan minder in de belangstelling en spreken niet zo tot de verbeelding van mensen. Daar willen we iets aan doen.»
Veto: Is Namibië er het ergste aan toe?
Lambrecht:«Dat niet, maar het Rode Kruis moet praktisch bekijken welke lopende projecten wij kunnen bezoeken. Dat moet uiteraard een land zijn waar ze met die problematiek te maken hebben. Namibië is een voorbeeldland, voor de drinkwaterproblematiek dan toch.»
epidemie
Veto: Op voorhand zei je dat je met “pakkende getuigenissen” wilde terugkomen. Wat heb je daar juist gezien?
Lambrecht:«We zijn voor een aantal redenen naar daar getrokken. We hebben een sensibiliseringsspot voor Music for Life opgenomen. Verder maakten we de bouw van een waterput mee. Dat was echt aan het einde van de wereld, als daar iets gebeurd was, hadden we nu niet met elkaar gesproken. Met landrovers zijn we daar langs rotsmassa’s en zandvlakten gereisd. De mensen daar hebben wel waterbronnen, maar ook het vee drinkt daar uit, dus dat is niet echt gezond. We hebben een ziekenhuis bezocht dat vorig jaar werd getroffen door een epidemie, veroorzaakt door besmet water. Dat zorgde voor darmklachten en diarree, er zijn ook een aantal mensen gestorven. Het Rode Kruis zoekt naar oplossingen om het water te zuiveren. Omdat de bronnen ook vaak opgedroogd zijn hebben we ook dorpen bezocht waar het Rode Kruis pompen geplaatst had. We waren maar vijf dagen in Namibië, dus meer konden we niet doen.»
Veto: Je bezocht daar de semi-nomadische Himbabevolking. Hoe was dat?
Lambrecht: «Dat zijn vooral hele lieve en vrolijke mensen. Het is een cliché: ze hebben niets, maar toch zijn ze goed geluimd, die klagen en zagen niet. Die hadden nog nooit een blanke westerling gezien en dan komen wij daar toe met ons cameramateriaal. Toch waren ze heel gewoon en behulpzaam.»
Veto: Die hadden de ploeg van Toast Kannibaal (realityreeks op VTM waar Vlaamse gezinnen bij ‘primitieve’ volkeren gaan wonen, red.) nog niet ontmoet?
Lambrecht:« Je hebt Himba die naar de steden zijn getrokken en zich proberen te integreren. Dat zorgt voor rare toestanden met hun specifieke kledij. Die vrouwen met blote borsten, dat is wel een gek gezicht in de stad. Dat zijn de Himba die in Toast Kannibaal opgevoerd werden. Waar wij verbleven, was nog geen westerling geweest.»
Veto: In Toast Kannibaal werd er gesuggereerd dat het een Himbatraditie is dat mannelijke gasten de nacht doorbrengen met de vrouw die door het stamhoofd wordt aangeduid.
Lambrecht:« Is dat zo? Toast Kannibaal zal nog wel meer geopperd hebben. De Himba hebben wel vreemde gebruiken, maar daar hebben we het niet over gehad. Het was niet de bedoeling om ons een beeld te vormen over de bevolking, het ging om de waterproblematiek.»
Veto: Weten ze daar wat jullie met het ingezamelde geld gaan doen?
Lambrecht:« Nee, zij wisten niet wie wij zijn. Dat is ook heel moeilijk om uit te leggen: ‘we gaan met ons drieën in een glazen huis zitten.’ Dat moet je aan hen niet vertellen, dat begrijpen ze toch niet. Hier begrepen ze het al amper vorig jaar. Het ging bovendien niet alleen om Studio Brussel, er waren ook teams van het Rode Kruis, Koppen en Knack bij. Het belangrijkste is dat ze weten dát we iets willen doen. »
Veto: Steunen jullie projecten in verschillende landen?
Lambrecht:« Wij zamelen het geld in en het Rode Kruis bepaalt naar waar dat zal gaan.Dat wordt heel nauwkeurig opgevolgd. Vorig jaar hebben we een persconferentie gegeven waar gezegd werd hoeveel geld naar waar zou gaan. Dat moet heel duidelijk zijn.»
Veto: Ben je nu zelf zuiniger met water?
Lambrecht:« Absoluut, ik probeerde daar al op te letten, maar nu nog veel meer. Ik probeer het ook over te brengen naar mijn kinderen. Mijn zesjarig dochter had in de klas verteld over de reis van haar papa. Toen ze na het schilderen hun bekertjes moesten wassen, had de meester gezegd dat ze de kraan niet mochten laten lopen. Daar was ik blij om. Het zijn maar kleine dingen, maar vele kleintjes maken een groot.»
Veto: Is de waterproblematiek niet eerder een zaak van regeringen en internationale organisaties? Wij kunnen hier nog zoveel besparen op water, daardoor zal er nog niet meer water in Namibië zijn.
Lambrecht: «Uiteraard, het Rode Kruis pakt dat ook structureel aan. Maar dat wil nog niet zeggen dat wij hier dan maar water moeten verkwisten. Het is niet voldoende om te zeggen: “Och, we sturen ons geld naar ginder en we laten hier de kraan lopen”. Ook hier mag er bewustzijn komen.»
Veto: Wat gaat het Rode Kruis dan concreet doen
