35 jaar Veto

Strijd van het volk

1974. Een intellectuele dageraad. De eerste Veto rolt van de persen en in kleine linkse kringen wordt gejuicht. In de hemel huilt het kindeke Jezus. Zeker wanneer hij de voorpagina van de allereerste Veto bekijkt. Bovenaan prijkt een tekening van drie goed doorvoede papen die elkaar de hand reiken; ze heten Kerk, kapitaal en staat. Het moge duidelijk zijn wat de ideologische strekking van die eerste Veto, nu 35 jaar geleden, is.

Jelle Dehaen

Op de voorpagina van de eerste Veto lezen we waar de naam vandaan komt. Men klaagt dat de eisen van de studenten niet ernstig worden genomen door de universiteit en daartegen, kameraden, daartegen stelt men een... Veto! Tijdens de eerste jaargang verscheen Veto om de twee weken en kostte maar liefst vijf Belgische franken. Nu verschijnt Veto elke week en is het gratis. Driewerf hoera voor de vooruitgang! De eerste Veto was wat knullig. Er is geen datum of prijs te bekennen - allemaal wel aanwezig bij latere nummers - en er zijn ook maar vier pagina's. Veto was het blad van de ASR, de Algemene Studentenraad. De ASR was het overkoepelende orgaan van verschillende kringpresidia en zetelde in verschillende universitaire raden. De ASR kreeg echter al snel het verwijt te links te zijn en de eerste scheuringen lieten dan ook niet lang op zich wachten. Daar liet men zich bij Veto echter weinig aan gelegen en wie de allereerste Veto doorbladert, kan niet anders dan heimwee krijgen naar de goede oude tijd toen het paradijs, de Sovjet-Unie, nog bestond.

Humor

Serieux is de rode - no pun intended - draad doorheen de eerste Veto. In het editoriaal lezen we wonderschone zinnen als: "Lager dan dVlaanderens vette aardkluiten waarop de boer langzaam krepeert, ligt nu ook Verschaeve onder een zacht tapijt van bladeren." Gelukkig is er ook plaats voor humor. "Onwaarschijnlijk energieke jongelui lopen recht van de katholieke kolleges de auditoria in waar de opgespoten glamour van proffen gauw verkalkt. "Is dit nu een prof, ja dat is een prof; amaai zenne, hij zaagt nog meer dan onze pa." In de jaren zeventig werd er heel wat afgelachen. Soms is de humor onbedoeld. Wanneer de werkgroepen worden voorgesteld staat er te lezen dat de leden elke sympathie met enige organisatie of strekking moeten vergeten en dit om zich ten dienste te stellen "Van de strijd van het volk en de weerslag hiervan op het informatiefront." Hoewel heel wat behoorlijk komisch is, zijn bepaalde dingen achteraf toch iet of wat pijnlijk. Zo worden de verdiensten van het Chinese socialisme -op dat moment is Mao nog aan de macht- geroemd. Tevens protesteert men tegen gastlezingen van een Zuid-Koreaanse professor. Noord-Korea was namelijk een socialistisch paradijs terwijl Zuid-Korea als een fascistische, door de CIA gesteunde, repressieve hel wordt voorgesteld. Toch moet men minstens enige bewondering hebben voor de geëngageerde en goed bedoelde toon van die eerste Veto. Wat men ook moge denken van de serieux en het dogmatisme van die eerste generatie Vetoranen, dat ze een mening hadden en hier aanzienlijke moeite voor deden staat buiten kijf. Zo wordt één van de vier bladzijden gewijd aan een dokwerkerstaking en wordt er consequent geijverd voor meer inspraak voor studenten. Daar - en het is belangrijk dat wij ons hiervan bewust zijn - plukken wij, dokwerkers, nu allemaal de vruchten van.