fABULEUS gooit hoge ogen met Playground Love

"Ze gaan allemaal dood"

De succesformule van fABULEUS - ze werden al een aantal keer genomineerd voor de Vlaamse cultuurprijzen - bestaat erin jonge, talentvolle speler(tje)s te omringen met professionele medewerkers. Die formule legt hen in het geval van 'Playground Love' geen windeieren. Het resultaat was een fantastische voorstelling waarin elke acteur boven zichzelf uitsteeg.

Jeroen Deblaere|

@@FABUL.jpg

Persfoto - Clara Herman/Fuut

Wat het stuk zo goed maakt, is moeilijk te zeggen. Het verhaal zelf is geen topper: zes jongeren zijn gekloond, enkel en alleen om later hun organen af te staan. Ze leven samen en wachten op hun dood. De meerwaarde ligt vooral in de sfeer en setting die een gevoel van vervreemding opwekt. Tegelijkertijd kan je je als toeschouwer wel inleven in de gevoelens en in het liefdesverhaal tussen de hoofdpersonages. Het is die spanning tussen herkenbaarheid en bevreemding die de voorstelling zo interessant maakt. Daarnaast brengt het stuk ook een universele boodschap. Zelfs wanneer een situatie helemaal uitzichtloos is, proberen mensen toch op zoek te gaan naar hoop. Hoewel de personages eigenlijk gecreëerd zijn om te sterven, klampen ze zich vast aan alles wat hen kan redden. Vooral de liefde lijkt voor sommigen van hen de ultieme redding. Die zware boodschap wordt evenwel afgelost met fantastische humor. Titanic als intertekst gebruiken in een toneelstuk is altijd een goede keuze. De spelers weten perfect een tragische situatie om te vormen naar een hilarisch beeld, maar ze kunnen even goed weer terugwisselen naar de serieuze kant van het stuk zonder de geloofwaardigheid aan te tasten. Nog fantastischer was dat de regisseurs van het stuk Ruth Mellaerts en Steven Beersmans - zelf ook nog vrij jonge snaken - zich even konden vrijmaken voor een interview. Ze praten over de voorstelling, Ishiguro en het pikken van dialogen.
Veto: Waarover gaat de voorstelling?
Ruth Mellaerts: «Onze voorstelling gaat over zes mensen die in een soort van geïsoleerde school opgroeien. Vrij snel blijkt dat het geen gewone mensen zijn. Het zijn een soort klonen die alleen maar op de wereld gezet worden om hun organen te doneren. Ze weten van in het begin dat ze rond hun twintigste moeten beginnen doneren en dat ze eigenlijk heel jong gaan sterven (lacht)
Veto: Het stuk werd beïnvloed door 'Never let me go' van Kazuo Ishiguro, maar jullie kregen de rechten op het boek niet. Hoe ga je dan om met zo'n tekst?
Steven Beersmans: «Het was een geluk bij een ongeluk dat we dat niet mochten gebruiken, zo moesten we verplicht afwijken van de tekst. Wat we hebben overgehouden van het boek is eigenlijk het idee. Het is wel een sterk concept: wat gebeurt er met een groep mensen die enkel bestaan omwille van hun organen? Ook de stijl hebben we proberen te behouden.» «Het boek gaat over vriendschap tussen mensen en over hoe ze omgaan met hun lot. Dat sprak ons aan: die ogenschijnlijk banale vriendschapsanekdotes binnen dat grotere verhaal. Het heeft tegelijkertijd iets universeels: het boek vertelt iets over ons als mens. Maar doordat we dan de rechten niet hadden, zijn we gaan kijken naar verwante films en boeken en daar hebben we veel inspiratie uitgehaald. Een van die films was Picnic at Hanging Rock. Toen we de film zagen zijn we ermee aan de slag gegaan en hebben we daar wat dialogen uit gepikt. Zo zijn er nog veel films waar we ons door hebben laten beïnvloeden.»

Dood


Veto: Het stuk geeft een lineaire indruk, hebben jullie ook geëxperimenteerd met verhaaltechnieken?
Mellaerts: «Ik denk dat we allebei toch iets episch wilden in de voorstelling. Eerder dan een collagevoorstelling. We hebben wel lang gezocht naar een structuur voor de voorstelling. We voelden ook wel vanuit het boek dat die drie delen goed waren om aan vast te houden. Uiteindelijk is het een chronologisch verhaal geworden, behalve dat je met dramatische ironie werkt en dat je aan het begin van de voorstelling al ziet hoe ze eindigt. De kijker weet dan al: ze gaan allemaal dood.»
Beersmans: «Dat is ook wel interessant. In het begin vonden we dat het spannend moest blijven en dat we niet snel mochten prijsgeven wat er aan de hand is, maar we zijn er vrij snel achter gekomen dat dat niet was wat we zochten. De toeschouwer was dan meer bezig met ontwaren wat er aan de hand is en had minder aandacht voor waar de voorstelling over gaat.»
Veto: Je krijgt een ander soort spanning.
Beersmans: «Dat was eigenlijk een heel goede zet van ons. Dan heb je die dood al gehad en dan kan je je focussen op het verhaal (lacht)
Mellaerts: «Volgens mij maakt het dat ook makkelijker voor het publiek om zich in te leven. Je weet meer dan zij weten.»
Beersmans: «Je kijkt wel naar een reconstructie van het hoofdpersonage die als laatste overblijft en dus eigenlijk puzzelt en zich afvraagt welke keuzes ze gemaakt heeft in haar leven en of het anders had kunnen gaan. Dat is eigenlijk het doel. Dat geeft natuurlijk een soort van fragmentarisch effect omdat ze zelf kiest wat ze laat zien en wat niet. Soms gaat het om banale dingen, waarbij je je afvraagt waarom ze dat laat zien, maar voor haar zijn dat wel belangrijke zaken, net zoals dat met de herinneringen van ieder van ons is.»