Ijslander Jóhann Jóhannsson speelt in STUK

"Muziek maken die nog nooit eerder werd gehoord"

In 2008 kwam zijn zesde album 'Forlândia' uit, een plaat met prachtige muziek om bij weg te dromen. Naast zijn soloprojecten schrijft deze IJslandse componist ook nog muziek schrijft voor film, theater- en dansvoorstellingen.

Herlinde Hiele

@@JOHAN.jpg

Joachim Beckers


Veto: U bent een druk bezet man. Hebt u die druk nodig om goed te functioneren?
Jóhann Jóhannson: «Ik hou ervan om verschillende dingen te doen en van het ene naar het andere te gaan. Ik zou het niet leuk vinden om enkel met mijn eigen project bezig te zijn. Ik werk graag samen met verschillende mensen, dat is waarom muziek voor film of theater schrijven zo interessant is, omwille van de samenwerking met nieuwe, verschillende mensen. Op die manier ben je verplicht om je eigen ideeën soms in een andere context te plaatsen.»
Veto: Na uw concert in Leuven moet u eerstdaags naar Stockholm om daar op te treden. Wordt u het vele reizen nooit moe?
Jóhannson: «Ik speel niet zo vaak. We kiezen ervoor om minder concerten te geven, zodat we het speciaal kunnen houden. Voor mij is het goed om af en toe uit de studio te komen en mijn muziek live te spelen. Het geeft de muziek een andere dimensie en zorgt voor nieuwe ideeën. Ik probeer ook af en toe nieuwe dingen uit tijdens een concert. Niet dat ik zoveel improviseer, alles staat op papier maar vanavond spelen we een aantal dingen die we nog nooit eerder live hebben gespeeld. Zo houden we het ook voor onszelf interessant.»
Veto: Dit is dan waarschijnlijk de laatste keer dat we u in zo'n kleine zaal aan het werk zullen zien?
Jóhannson: «Is dat zo? Volgens mij is het niet de omvang van de zaal die belangrijk is, maar wel de kwaliteit van je concert. Gewoonlijk speel ik ook op kleinere locaties, bijvoorbeeld in theaterzalen of in kerken. Ik hou er ook meer van om in kerken te spelen dan bijvoorbeeld in een rockclub. De intimiteit die je kan oproepen is belangrijk, en mensen zijn ook meer gefocust als er geen bar in de buurt is. De akoestiek in een kerk is geweldig, ze past perfect bij mijn muziek. In België hebben we ook al een aantal keer in kerken gespeeld, bijvoorbeeld ook twee keer in Gent, waar trouwens enorm veel kerken staan lacht.» «Als ik naar muziek luister, wil ik volledige aandacht hebben voor de muziek. Volgens mij is dat iets wat mensen tegenwoordig weinig doen maar ik houd ervan om een album van begin tot einde te beluisteren en mezelf erin te verliezen. Ik zou niet durven zeggen dat mijn muziek op zich ritueel is, maar op een manier heeft luisteren naar muziek voor mij wel iets ritueels.»
Veto: Uw muziek is een samensmelting van klassieke en elektronische muziek. Welk van de twee was uw eerste liefde?
Jóhann Jóhannson: «Toen ik opgroeide luisterde ik naar allerlei verschillende dingen. Mijn ouders luisterden naar klassieke muziek en mijn drie oudere zussen hielden van rockmuziek. Ik ben dus tussen vanalles opgegroeid. Mijn roots liggen wel in de rockmuziek, ik heb met mijn elektrische gitaar in verschillende groepjes gespeeld. Later ben ik dan met akoestische, klassieke instrumenten beginnen werken, een evolutie die heel natuurlijk is verlopen. Ik beschouw mijn muziek ook niet als klassieke muziek. Mijn muziek is gewoon moderne, eigentijdse muziek, waarin klassieke en elektronische elementen verwerkt zitten. Ik probeer soort synthese van allerlei elementen te vinden en op die manier iets nieuws te creëren. Mijn criteria om een album te maken is trouwens om iets te doen dat nog nooit eerder is gedaan, iets wat ik nog nooit eerder heb gehoord.»
Veto: Veel experimentele muziek lijkt tegenwoordig van IJsland te komen. Hebt u enig idee hoe dat komt?
Jóhannson: «IJsland is een goede plaats om kunst te maken. Het is een hechte gemeenschap, waardoor er een grote samenwerking over de grenzen van verschillende kunstdisciplines bestaat. Terwijl andere landen voortbouwen op een eeuwenlange muzikale geschiedenis, beginnen wij nog min of meer van een leeg blad. Kunstenaars in IJsland voelen zich op die manier vrijer, ze kunnen hun creativiteit de vrije loop laten want niemand deed het hen ooit voor. Deze ongeremdheid is een goede houding, al is het soms misschien nogal overmoedig.»