maandag 16 februari 2009 - jaargang 35 - nummer 14
Paul Baeten Gronda
De charme van het banale
Paul Baeten Gronda is wellicht één van de meest beloftevolle jonge schrijvers van Vlaanderen. Zijn debuut 'Nemen wij dan samen afscheid van de liefde' werd bejubeld door de media en de literaire kritiek. De verwachtingen liggen dan ook hoog voor het vervolg. Vorige week las hij voor op Kulturama, naar eigen zeggen "om zijn ego te strelen."
Tom Demeyer & Maud Oeyen
Veto: Hoe bent u als debutant bij zo'n prestigieuze uitgeverij als de Bezige Bij terechtgekomen?
Paul Baeten Gronda: «Eigenlijk vrij toevallig. Ik heb film en scenario gestudeerd in Brussel. Hoewel die richting mij eigenlijk niet lag, ben ik er wel beginnen schrijven. Na de filmschool kwam ik terecht bij De Laatste Show waar ik het beeldarchief moest uitpluizen op zoek naar grappige beelden van gasten. Op een dag werd ik uitgenodigd door Yves Desmet, hij was in het bezit gekomen van mijn sollicitatiebrief en was erg te spreken over mijn stijl. Hij vroeg me voor De Morgen te schrijven. Ik was verrast, want ik had nog nooit echt iets geschreven voor publicatie. Het was eigenlijk vrij absurd: ik mocht meteen columns gaan schrijven, iets waarvan ik dacht dat daar een bepaalde kennis, ervaring voor nodig was.»
«Via mijn redactrice kwam ik dan in contact met Erwin Mortier, hij was zeer enthousiast over mijn werk en voor ik het wist zat ik op het bureau van Robert Ammerlaan, baas van de Bezige Bij. Het enige wat hij me vroeg was of ik wou debuteren bij hem en of ik op een laptop of liever op een typemachine wou schrijven.»
Veto: Wat heeft al deze mensen overtuigd van uw talent?
Gronda: «Ik denk vooral mijn stijl en ritme. Daarnaast neem ik geen blad voor de mond: het besef dat je eerlijk moet zijn in wat je schrijft, dat er geen taboes mogen zijn en dat je in je hoofd alle morele, burgerlijke en menselijke limieten die je hebt of hebt aangeleerd gewoon moet uitschakelen. Een debuut schrijf je ook met een bigger than life-gevoel. Je moet jezelf sowieso kunnen wijsmaken dat je boek het grootste debuut is dat ooit geschreven is, zeker bij een uitgeverij als de Bezige Bij. Ik heb nachten wakker gelegen omdat ik mij inbeeldde dat Hugo Claus en Harry Mulisch op mijn schouders zaten. Om het op z'n Leuvens te zeggen: ge moet echt vollen tuub durven gaan.»
Playstation
Veto: Uw debuut vertelt het verhaal van enkele jongeren die eigenlijk niet veel meer doen dan wat in de zetel hangen en Pepsi drinken. Wilt u hiermee maatschappelijk relevante thema's aansnijden?
Gronda: «De actualiteit is eigenlijk niet zo belangrijk voor mij. Alles draait om dramatiek in een verhaal. Het is een boek over depressie, maar dat wordt nooit expliciet gezegd. Ik schrijf over banale dingen, maar probeer daarmee wel een bepaalde periode te vatten. Heel wat van mijn vroegere vrienden hebben jaren lang in de zetel gelegen met hun Playstation, maar ze zijn gelukkig allemaal op hun pootjes terecht gekomen. De bovenlaag van een verhaal moet anekdotiek zijn, daaronder ligt de echte betekenis.»
Veto: U had voorheen nog niet veel geschreven, hoe begint u dan aan een volledige roman?
Gronda: «Mark Didden heeft mij geleerd dat er in Hollywood slechts één belangrijke regel is: je moet weten waar je naartoe wil. Voor mij was dat die eindscène van een gast die in onmin heeft geleefd met zijn vader, uiteindelijk toch beslist om het bij te leggen maar dan fysiek te laat komt. Dat was het belangrijkste, voor de rest heb ik daarnaartoe gewerkt.»
Halftalenten
Veto: U speelde vroeger in een hardrockband, vindt u het niet spijtig dat u niet in de muziekwereld bent terechtgekomen?
Gronda: «Nee, ik ben daar vijf jaar geleden mee gestopt. Ik was het gewoon beu. Daarnaast besefte dat ik nooit de beste kon zijn. Een man wil absoluut in iets de beste zijn, liever de beste Ikeakasten-in-elkaarvijzer dan een middelmatige hartchirurg. Ik heb mijn ding gevonden, geen spreekwoordelijk haar op mijn hoofd dat eraan denkt om nog een gitaar vast te pakken.»
Veto: Ook niet als hobby?
«Ik geloof niet in hobby's, die zijn voor halftalenten of mensen die naar de Chiro gaan. Mijn bezigheid is schrijven en dat is het enige dat telt. Ik krijg het van mensen die zeggen: 'ik zou ooit ook nog eens een boek willen schrijven'. Ik maak mij daar niet kwaad in. Neem nu zo'n fuck als Pieter Aspe, het enige wat wij gemeen hebben met elkaar is dat ons product allebei op papier wordt gedrukt en dat er een omslag omzit. Hij doet gewoon iets anders, hij heeft een handel van superslechte flikkenverhalen, wat gezien het intellectuele niveau van de gemiddelde Vlaming een vrij groot succes is. Ik vind dat niet erg hé, mensen zijn misschien moe na een dag werken.»
Veto: Voelt u zich dan beknot in Vlaanderen?
«Ik heb een dubbele relatie met Vlaanderen. Ik hou wel van de nietigheid. Hier in Vlaanderen ben je bijna gedwongen om alles te relativeren. Anderzijds is het zo dat de braafheid en de narrow-mindedness van veel Vlamingen mij wel stoort.»
