De Sprekende Ezels

Zo pijnlijk, zo genant

In een rokerig, veel te warm café met stenen tegeltjes werd afgelopen maandag De Sprekende Ezels georganiseerd. De Sprekende Ezels is een vrij podium voor iedereen met talent. Of nauwkeuriger gesteld; vaak zonder talent en met nog minder zelfkennis. Wij hebben ons een avond lang kostelijk geamuseerd, maar bijna steeds om de verkeerde redenen.

Jelle Dehaen

@@EZEL.jpg

Christine Laureys

Michiel Leen, een dichter, was de eerste die gezwind het podium betrad. Wij hebben eigenlijk geen mening over poëzie, maar we zagen een man met voldoende zelfvertrouwen wiens gedichten een zeker ritme hadden. Toen hij aankondigde een gedicht over zijn pogingen om te stoppen met roken te zullen voordragen, giechelde zijn vriendin in de achtergrond. Dat deed ze het hele gedicht lang. Woman is the nigger of the World. Terecht. Vervolgens bracht Gerrit Shellac humor. Zijn eerste grapje was leuk. Als plaatsvervangende schaamte een ziekte was, zouden wij de minuten die volgden echter een gruwelijke dood gestorven zijn. Niets is zo pijnlijk, zo gênant als humor die niet werkt. Na vijf minuten zei de arme man: "Als jullie mij leuk vinden ga ik door." Het bleef ijzig stil. Wij grijnsden. Achteraf zei Shellac dat het publiek niet voor humor gekomen was. Soms, heel soms, worden je verwachtingen ingelost. Drie verdachte sujetten brachten hip hop. Eentje had een hele leuke flow én charisma, de tweede een leuke pet, de derde een goede gezondheid. Het was maatschappijkritische hip hop: "Het gaat daar weer zo fel/In Israel". Maar ach, ze deden niemand pijn en al bij al was het best amusant.

Peter Geysen praktiseerde observatiehumor. Iemand die aan observatiehumor doet, façon Peter Geysen, redeneert ongeveer op de volgende manier: "Haha, ik ga iets over de flikken vertellen want dat is herkenbaar. Als ik dat doe heb ik geen grap nodig want haha, flikken is een grappig woord. Shit, niemand lacht. Ik ga vertellen dat mijn grootmoeder naar een parenclub gaat. Haha, parenclub. Alle, nu lachen die nog niet. Ik ga van het podium." Waarmee bewezen is dat mensen de stomste dingen kunnen denken en toch de juiste conclusies kunnen bereiken. Er was ook een bandje. Wij hoorden de mensen rond ons zeggen: "Slechte singer-songwriters op een bedje van slechte postrock" en "Pffft, die kennen maar twee akkoorden." Wij noteerden: vleesgeworden saaiheid. Het laatste liedje was naar verluidt wel behoorlijk goed, maar toen waren wij al in een gesprek over relationele crisissen verwikkeld. Kid Fear verving, ruiterlijk, twee afzeggingen. Wij onthielden er weinig van. Iemand zei dat in het singer-songwritergenre alles al gezegd is. Dat leek ons bijzonder plausibel. Peter Bogaert kondigde tot tweemaal toe aan dat hij een liedje van Sufjan Stevens ging coveren. Na een halve minuut in het eerste liedje vroeg hij: "Klink ik vals?" Iemand riep ja. Peter Bogaert droop af.

Tot slot waren er nog de Puccini sisters, vier bevallige jonge deernes die a capella jaren '50 hits brachten. Voor het eerst van de avond dachten wij niet: "Dit kunnen wij ook en waarschijnlijk veel beter." Ook al voor het eerst applaudisseerde het publiek met enig enthousiasme. Dat komt ervan als je talent hebt. Er is nog hoop voor de mensheid. Maar wel niet veel. Want 't gaat daar toch zo fel in Israel.