Filmfirmament

Tulpan

Tulpan is een film met weinig effecten. Geen ontroering, geen scherts, geen spanning, geen magie. Wat een opluchting.

Liesbet Coolen

Steekkaart


Regie: Sergej Dvortseyoy
Cast: Ondas Besjkbasov, Samal Esljamova, Askhat Kuchencherekov
Duur: 100 min
Release: 4/03/2009
Kort: Geen koud kunstje
Op de steppe in Kazachstan maakt Asa, een jonge herder en matroos, zich zorgen om zijn oren. Ze zijn te groot voor het meisje dat hij wil huwen. Tulpan heet ze, en terwijl Asa zichzelf bij haar ouders probeert aan te prijzen, keurt ze hem van achter een gordijn. Zelf krijgt Asa haar nooit te zien. Ze blijft een droom, waarvan hij het plan schetst in de boord van zijn matrozenpak. Dat is een van de tradities van de orde der matrozen waartoe hij is opgeleid. Zijn tekening toont een eigen ranch onder de sterren van de steppe, een paar kamelen, kinderen en een vrouw, zijn tulp. Voorlopig woont hij op het erf van zijn oom Ondas. Hij leert er een kudde hoeden, een schaap reanimeren, met blote handen een lam ter wereld brengen. Af en toe komt Boni de waterkoerier langs met een tractor vol naaktfoto's en een radio waaruit moderne popmuziek schalt. Dat lawaai is meteen een breuk met de enige muziek van de steppe zelf: het oplaaien van zand, de galop van schapenhoeven, het mekkeren en bleiten, het refrein van het nichtje dat niets anders doet dan zingen.

Veel verhaal, avontuur of ontwikkeling bevat Tulpan dus niet. De film lijkt daarom wat op een documentaire, met het verschil dat hij niet informatief is. De regisseur wou beslist niet zeggen: dit is nu het leven op de hongersteppe. Zie hoe hard het er aan toe gaat. Tulpan is geen documentaire, geen pamflet, geen parabel, geen grap. Wat dan wel? Een film, logischerwijze. Een opeenvolging van beelden die personages in hun omgeving tonen. Personages die bovendien niet eens voluit acteren, maar hun eigen naam dragen en hun eigen leven uitspelen. Zoals de film een film is, zijn de personages ook gewoon zichzelf. En beide zijn volkomen vreemd. Je kan ze niet begrijpen. Waarom pakt Asa meermaals plots zijn koffer en waar kan hij heen als er zich voor hem kilometers hongersteppe en urenlange leegte uitstrekt? Als hij droomt van een ranch onder de sterren zal het neonlicht van de stad hem teleurstellen. Denkt hij dat hij er wel een vrouw zal vinden? Of plant hij meteen zelfstandig een ranch te beginnen, een beetje verderop? Dat het niet te begrijpen valt, maakt de film net zo sterk. Er zijn enkel een aantal nomaden met hun kudde op de steppe, in een zandstorm, in een ruzie soms, in intimiteit ook wel en met honger, met kindermonden die eten, klagen, zingen. Je herkent ze niet en leert ze ook niet echt kennen. Asa is een dromer, maar heeft vooral een huishouden nodig. Het jongste zoontje dat met een schildpad koerst en op een stok galoppeert staat enkel voor de vrije verbeelding als we zelf niet beter weten. Boni, de koerier toont zijn naaktbladen, lacht zijn gouden tanden bloot en dat is niet verderfelijk. De beelden van Tulpan lossen snel op, maar intussen waren ze er wel. Net zo voor de personages. Ze gaven je weinig vertrouwen, maar bestonden toch. Een film maken die op zo'n manier koud laat, het moet maar lukken.