Dagboek van kandidaat-rector Geert Janssen

Ego's en ambitie

De spanning stijgt in het campagneteam van Geert Janssen, student en rectorskandidaat: er zijn kapers op de kust. Uit Geerts dagboekfragmenten blijkt echter opnieuw dat er geen probleem is waarop hij niet snel en adequaat reageert. Zoals het een ideale rector betaamt.

Dagboekschrijver

Maandag. «De campagne is officieel begonnen, zowel op openbare fora als in de coulissen van de macht. De media zijn dol op me, zoals ze altijd al dol zijn geweest op charismatische figuren die vanuit het niets een nieuwe, krachtige stem laten weerklinken. Sarkozy, Obama, Janssen: het verschil zit 'm slechts in de schaal waarop we onze plannen ontplooien. Elk apart weten we de rijkdom van het verleden te verzilveren in een nieuw en ambitieus project; we weten hoe we die grijze wolkenmassa, dat abstracte begrip 'toekomst' kunnen doordesemen van kleur en belofte - zonder ooit onze wortels te verloochenen. Niemand zegt het beter dan Pessoa: "De werkelijke nieuwheid, die blijft, is die welke alle draden van de traditie heeft opgenomen en opnieuw geweven tot een patroon waarin de traditie ze niet zou kunnen weven." Ik voel de draden tussen mijn vingers krioelen en zie met verwondering de verrassende patronen die daaruit voortspruiten.»

Dinsdag. «Ik mag de aandacht niet laten verslappen. Al zwijmelen de massa's bij het horen van mijn stem, de gevestigde instanties zijn me minder goed gezind. En geef hen eens ongelijk: zelden vormde een rookie een grotere bedreiging voor hun vastgeroeste machtsposities.» «Paniek heeft hen van tactiek doen veranderen: ik hoor nu dat zelfs decanen worden ingezet om hun collega's te overtuigen van de kwaliteiten van mijn concurrenten. De tijd van handelen is gekomen. Ik bel enkele tegenstrevers op en nodig hen uit voor een gesprek. Vrijdag zien we elkaar.»

«Ik merk dat crisissituaties me op een heldere manier doen nadenken. Deze observatie schenkt me een deugddoend vertrouwen.»

Woensdag. «Tijdens een zeldzaam moment van ontspanning lees ik over de dagboekpublicatie van Leo Tindemans. Mijn campagneleider wees me vanmorgen op de recensie. Zou ook hij de gelijkenissen zien tussen de oud-premier en mij?»

Vrijdag. «Een tweetal mededingers naar het respectabele ambt van rector komt langs op mijn hoofdkwartier. Mijn kot lijkt plots veel te klein voor dit triumviraat van ego's en ambitie.» «Met genoegen hoor ik de ijzige stilte wanneer ik het woord neem. Mijn uiteenzetting duurt niet lang: ik beloof elkeen een belangwekkende functie in mijn ploeg als ze bereid zijn zich tijdig terug te trekken of mijn kandidatuur na de eerste ronde publice te steunen. De ogen van de een beginnen te blinken, de ander weigert en vertrekt met slaande deur. Zo heb ik het voorzien. Je kan nooit alle tegenstanders tegelijk uitschakelen. Bovendien zou een verkiezing met slechts één kandidaat nooit geloofwaardig zijn. Wat ik nodig heb is een zwakke figuur die ik de eerste ronde laat overleven en in de laatste stemronde met mijn typische grandeur overvleugel.» «Wanneer ik terug alleen ben, neem ik mijn dagboek en noteer: L'avenir est quelque chose qui se surmonte. On ne subit pas l'avenir, on le fait

Zaterdag. «Er blijken meer kandidaten te komen dan ik tot nu toe heb aangenomen. Men gunt mij geen rust. Maar ik kan me verzoenen met het doorlopende gevecht: de ongemakken die het heden van een individu belasten zijn een geringe prijs voor de toekomstperspectieven van velen. Dit is mijn offer voor een hoopvolle toekomst. En de toekomst, zo bedenk ik glimlachend, die begint vandaag.»