maandag 23 februari 2009 - jaargang 35 - nummer 15
Commissie-Soete
Integratie, rationalisatie, optimalisatie en geld
Het eerste rapport van de Ministeriële Commissie Optimalisatie en Rationalisatie in het hoger onderwijs, ook wel gekend als de Commissie-Soete, deed bij haar voorstelling in 2008 heel wat stof opwaaien. Het rapport omvatte immers strenge regels inzake het aantal studenten dat nodig was voor het overleven van een opleiding. Het tweede rapport, dat nu voorligt, is minder controversieel.
Roel Moeurs
Nochtans worden er ook in dit laatste voortgangsrapport heikele punten aangehaald. Een eerste van deze punten is wat er moet gebeuren met de profielen van academische en geacademiseerde opleidingen die hard op elkaar gelijken zoals industriële wetenschappen en ingenieurswetenschappen. Net zoals toegepaste taalkunde versus taal- en letterkunde en handelswetenschappen versus toegepaste economische wetenschappen (TEW), werden beiden profielen tegenover elkaar gezet op vlak van instroom, competenties en onderwijs/onderzoeksprofiel. Bij de ingenieursopleidingen vond de commissie de grootste verschillen. Het feit dat de opleiding industriële wetenschappen een ander publiek (ASO versus TSO) aantrekt en ook een meer arbeidsmarktgericht einddoel heeft dan ingenieurswetenschappen, is iets wat de commissie ten aller tijden wil bewaren. Ze pleit dan ook voor verschillende onderzoeksprofielen, alsook verschillende doctoraten voor deze opleidingen.Integratie
Voor de opleidingen toegepaste taalkunde en taal- en letterkunde kiest de commissie dan weer duidelijk voor een volledige integratie waarbij het voorbereidingsprogramma tussen beide opleidingen veel intensiever en vlotter gebruikt zal kunnen worden dan tot op heden het geval is. Nochtans ziet het rapport ook wel duidelijke verschillen in de uitstroom van beide richtingen, waarbij de afgestudeerde vertalers en tolken meer in het bedrijfsleven terechtkomen, in tegenstelling tot het onderwijs, wat de grootste werkgever blijkt voor de taal- en letterkundige alumni. Bij de economische richtingen uiteindelijk, ziet de commissie meer problemen. De uitstroom van deze opleidingen gaat naar ongeveer dezelfde sector en ook de opleidingen, zeker na de academisering gelijken te sterk op elkaar om nog van afzonderlijke richtingen te kunnen spreken. De commissie bepleit hier dan ook een sterke verscherping van de profilering van handelswetenschappen tegenover TEW, iets wat ze in haar eindconclusies ook vraagt voor alle opleidingen: een heldere aflijning van de verschillende opleidingsprofielen.Fusioneren
Aansluitend bij de integratie van de geacademiseerde opleidingen binnen de universitaire koepel, boog het rapport zich ook over de toekomst van de hogescholen die enkel nog professionele bacheloropleidingen en hoger beroepsonderwijs zullen kunnen inrichten. In tegenstelling tot de geacademiseerde opleidingen, hebben deze professionele opleidingen een zeer duidelijk profiel. Ze leiden mensen op tot "bekwame, flexibele en onmiddellijk inzetbare beroepsbeoefenaars." Het probleem zit hem echter in de praktische levenskansen van de hogescholen die niet enkel studenten en personeel, maar ook financiële middelen zullen zien verdwijnen. De werkgroep die zich hier dan ook mee bezig hield, stelde in de eerste plaats voor dat er meer geld in de onderwijsenveloppe zou komen zodat de hogescholen deftig ondersteund zouden kunnen worden. De oplossing van fusioneren is bij hogescholen volgens de commissie niet altijd een juiste oplossing omdat vooral bij de professionele opleiding de democratisering en de regionale toegankelijkheid van de opleidingen een zeer belangrijke rol spelen. Toch raadt de werkgroep aan om ook een afbouwende fusiebonus in te richten om bepaalde instellingen te belonen voor hun inspanningen om bij te dragen bij een verdere rationalisering. Wat moet er gebeuren met personeelsleden van hogescholen wiens opleidingen mogelijkerwijs zullen inkantelen? De voorgestelde oplossing is zeer simpel: "Al het personeel dat rechtstreeks of onrechtstreeks aan een opleiding verbonden is, wordt overgenomen of naar de universiteit gedetacheerd ." Dit wil zeggen dat zowel vaste als tijdelijke personeelsleden en onderwijzend personeel vanaf het moment van de integratie van de geacademiseerde opleiding in de universiteit, zelf ook aan de universiteit tewerkgesteld zullen worden. Dit overgedragen personeel zal alle voordelen en bonussen kunnen behouden.Repercussies
Dat de algemene financiële plannen en repercussies van de integratie voor sommigen zwaar zullen zijn, viel vorige week nog in Veto te lezen. Ook voor de Brusselse instellingen echter, zullen de academiseringsplannen gevolgen hebben. De vele instellingen dat daar zetelen zullen vaak niet meer over voldoende middelen kunnen beschikken. De commissie stelt daarom ook voor dat er voor Brussel een aparte regeling uitgewerkt moet worden. Tot slot pleit de commissie ook voor een algemene vereenvoudiging van alle wetgeving ter zake. Ze stelt dat de pas vernieuwde decreten - zoals het financieringsdecreet - naar alle waarschijnlijkheid niet meteen aangepast zullen worden, maar pleit toch voor een heldere en simpelere formulering van alle regelgeving.