Striptentoonstelling in bibliotheek Tweebronnen

Wat is de Vlaamse strip?

In bibliotheek Tweebronnen loopt nog tot 19 april de tentoonstelling: 'Ceci n'est pas la BD Flamande'. Het werk van twintig Vlaamse striptekenaars wordt er tentoongesteld. Maar hoe is het eigenlijk gesteld met de conditie van de Vlaamse strip? Professor en notoir stripkenner Jan Baetens van het centrum Culturele Studies aan de K.U.Leuven geeft toelichting bij de tentoonstelling.

Tom Demeyer

@@STRIP.jpg

Christine Laureys

Jan Baetens: «De tentoonstelling heeft eigenlijk twee belangrijke aspecten: enerzijds gaat het om een campagne richting Frankrijk, want dat blijft nog altijd hét land van de strips. We stellen vast dat men daar nog een zeer enge visie heeft op wat de 'Belgische' strip is. Om dat beeld bij te sturen werd deze tentoonstelling opgezet. Die beweging was ook absoluut nodig omdat Franse uitgeverijen enkel en alleen interesse hadden voor Franstalig werk en de internationalisering van de Vlaamse strip is onmogelijk als je geen poot aan de grond hebt in Frankrijk.» «Een tweede aspect is natuurlijk de negatie in de titel. Men heeft er heel expliciet naar gestreefd om een soort open definitie te geven van wat een Vlaamse strip is. Men heeft gekozen voor het tonen van individuen, eerder dan 'de' Vlaamse strip. Anders zou men gezegd hebben 'Ceci est la BD flamande'.»
Veto: Hoe verhoudt die Vlaamse strip zich dan tegenover Frankrijk?
Baetens: «We stellen vast dat in Frankrijk de dagblad- en weekbladstrip zo goed als verdwenen is. Die zijn allemaal geëvolueerd naar albumstrips. In Vlaanderen zijn die echter wel nog duidelijk aanwezig, dat heeft natuurlijk te maken met het succes van mensen als Kamagurka.»
Veto: Strips komen meer en meer onder de aandacht, ook in Vlaanderen?
Baetens: «Ja, er is zeker een grote striphype, die wellicht te maken heeft met zeer vele dingen. Een van de voornaamste redenen is de opkomst van de Graphic Novel. Ook in de pers besteedt men meer aandacht aan strips. Nu kun je gerust recensies schrijven over strips. Dat was in het buitenland al veel langer zo, maar hier in Vlaanderen komen wij blijkbaar wat achter.»
Veto: Hoe is het eigenlijk gesteld in ons eigen land? Is het nog altijd zo dat er in Franstalig België meer aandacht is voor strips?
Baetens: «Ja en neen. Er zijn in Vlaanderen ook heel wat stripspeciaalzaken, misschien iets minder nadrukkelijk aanwezig in het straatbeeld dan in Franstalig België. Het klopt wel dat er in de Franse strips een grote kwantitatieve en kwalitatieve weelde is aan strips. Elk jaar worden er vier à vijfduizend nieuwe, Franstalige albums uitgebracht. Zoiets is in Vlaanderen quasi ondenkbaar. Over kwaliteit kan natuurlijk worden gediscussieerd. Hoewel ik geen fan ben van de harde humor van Kamagurka, staat het wel op Europees niveau.»
Veto: Voor de tentoonstelling werden 20 Vlaamse striptekenaars geselecteerd op basis van de subsidielijst van de Vlaamse overheid. Hoe is het eigenlijk gesteld met de subsidies voor jonge striptekenaars?
Baetens: «Dat valt best mee. Heel wat subsidies worden ook effectief toegekend. Het systeem zit ook kwalitatief goed in elkaar: alles wat commercieel zelfbedruipend is kan geen subsidie krijgen. Voor de sector werd dit jaar 200 000 euro uitgetrokken, dit is volgens mij ruim voldoende, net omdat het niet onder 100 spelers moet verdeeld worden.»