Dan en slechts dan als: poëzie op café

Poëzieavond in het STUKcafé

Wanneer de hemel reeds zijn zwarte mantel heeft omgeslagen en de nachtelijke koude als een deken neerdaalt, begeven wij ons naar het STUKcafé. Twee en een half uur zullen we worden ondergedompeld in een zee van poëzie... en verdrinken.

Nele Bruynooghe

@@DESDA.jpg

Lisa Delveltere

Aangekomen in het tot literair café omgebouwde STUK, komt de warmte ons als een aangename gastheer tegemoet. Meteen valt op dat we niet de enigen zijn met de idee een woordje van de moderne poëzie mee te pikken; we kunnen enkel nog een lege stoel bemachtigen, alle tafels zijn reeds ingenomen.

drenkeling

Een man klimt op het podium. "Hallo," klinkt het door de microfoon. Het is een vraag naar stilte. Wanneer de laatste stemmen uitdoven, dreunen zijn woorden door de zaal. Het is net alsof hij voor zijn gedicht slechts één ademteug mag nemen, zo snel komen de woorden op ons af. We hopen maar dat we niet de enigen zijn die als drenkelingen grijpen naar de bedoeling van zijn litanie.
Een tweede man verschijnt op de verhoging. En dan begrijpen we wat de organisatie die de voorstellingen verzorgt wil zeggen met Dan En Slechts Dan Als (DESDA): poëzie die werkt dan en slechts dan als ze voorgedragen wordt, liefst nog in een gezellige omgeving zoals een café. De dichter, Jee Kast, laat zijn woorden klateren op de begeleidende muziek van de piano. Soms snel, soms aarzelend. Dan weer zacht, dan weer driftig. Zowel herhalingen als alleenstaande woorden. Het ritme van zijn stem, de gebaren van zijn handen en de uitdrukkingen van zijn gezicht dragen mee de kracht uit van zijn eenvoudige woorden. Toch hebben we onze twijfels over het gehalte poëzie dat er in zou moeten schuilen.

jazzy

Door de zaal klinkt plotseling een gilletje: "Woehoe! Jeey! Jazzy!" Die persoon had zich blijkbaar ontfermt over meer dan slechts een glaasje fruitsap. We horen haar even later ook nog iets subtieler zeggen: "Is dat poëzie?" We moeten het jammer genoeg deels met haar eens zijn. De hele avond door horen we haar af en toe eens iets uitroepen, lachjes of haar versies van de gedichten als ze de zinnen van de dichters wil afmaken.
Ondertussen zien we op een scherm achter de dichter een beeld geprojecteerd. We zien een hand dat beelden schildert en telkens overschildert met dikke en dunne zwarte lijnen. Wanneer het klaar is, hangt de schilder het aan één van de zuilen, dicht bij het podium, hoewel hij het toch niet kan nalaten er nog een laatste hand aan te leggen. Het zijn dus niet alleen dichters die het die avond voor het zeggen hebben, ook beeldkunstenaars en muzikanten komen op de planken het beste van zichzelf geven.
De tweede dichter, Marie Meeusen, staat wat onwennig op het podium. Ze verontschuldigt zich meteen voor het feit dat ze haar teksten niet uit het hoofd heeft geleerd. Misschien ook de reden waarom haar woorden verloren gaan.

Ook Maarten Inghels kan ons niet meteen bekoren. Bij zijn laatste gedicht gekomen, steekt plots Marie Meeusen haar hand in de lucht. Of hij zijn gedicht "Troost" uit zijn bundel Tumult zou willen voorlezen? Aan verzoeknummers kan hij niet weerstaan, krijgt ze als antwoord. Het is het enige gedicht dat ons nog enigszins aanspreekt.
Of het nu te wijten is aan ons eigen gebrek aan ervaring met poezie of omdat de gedichten tijdens een voordracht niet tot hun recht komen, blijft de vraag. Ons hoofd staat er na de voorstelling echter niet naar om daarover te reflecteren, het enige waaraan we kunnen denken is een hap frisse lucht.