VRG: debat assisenprocedure

Brood bij de bakker, vlees bij de slager, en recht bij de jurist?

In de geest van de Franse Revolutie ontstond de assisenprocedure waarbij geen professionele maar een twaalfkoppige volksjury in geval van zeer zware delicten mag oordelen over de schuldvraag. Ondertussen geldt het adagium: "la révolution est une vieille dame" en vormt de Assisenprocedure het hete hangijzer van de Belgische rechtspraak.

Ide Smets

Aanleiding voor de hevige polemiek is de recente veroordeling van België door het Europees hof voor de rechten van de mens (EHRM). De assisenprocedure zoals deze in België wordt uitgevoerd werd er niet legitiem geacht. Het struikelblok voor het EHRM was het feit dat de jury haar oordeel niet moet motiveren en zo de indruk van willekeur creëert. Het Vlaams Rechtsgenootschap, beter bekend als de studentenkring VRG en professor en advocaat Raf Vestraeten besloten kort op de bal te spelen en nodigde voorgaande woensdag enkele kopstukken uit om het debat te voeren.
"Dames en heren van de jury, ik ga proberen mijn gelijk te halen: ik pleit voor een totale afschaffing," opent Jean-Luc Cottyn, co-voorzitter van de Hoge Raad van Justitie ongenuanceerd zijn betoog, "Mijn liefde voor vrouwe Justitia is groot en voor haar verleidelijke dochter Assisen nog groter, maar het is geen blinde liefde." Vervolgens structureert hij zijn pleidooi aan de hand van drie argumenten. Cottyn: "Het concept van een volksjury is tegenwoordig een utopisch gegeven. De juryleden bestaan vooral uit huis- en kuisvrouwen aangezien andere opgeroepenen veelvuldig last blijken te hebben van een hypertonische blaas of andere fysieke kwalen. Zijn die huis- en kuisvrouwen te min voor mij? Neen, maar dat is geen weerspiegeling van de maatschappij."
Ten tweede rakelt hij de nog steeds niet legitieme motiveringsplicht op en als laatste argument poneert hij dat de fundamentele rechten van de beschuldigden geschonden worden door de onmogelijkheid om in beroep te gaan tegen een assisenvonnis.
In tweede instantie mag Renaat Landuyt, jurist en socialistisch ex-minister, zijn zegje doen. Hij vat het debat eerder op als een preekstoelgebeuren en schermt kansloos in het rond met ideologische argumenten. Landuyt: "De basis van assisen is een wantrouwen ten aanzien van professionele rechters. Het is een reactie tegen de elite die altijd alles behaalt en staat gelijk aan het aanvaarden dat de gewone mens de macht en de kennis heeft om zulke beslissingen te nemen."

motiveringsplicht

Advocaat en bedreven assisenpleiter Filip Van Den Ende slaagde er gelukkig wel in om een aantal argumenten van Cottyn te counteren. Hij stelt het teloorgaan van de assisenprocedure gelijk aan een democratisch deficit en argumenteert dat het geldgebrek bij Justitie de oorzaak is van de onevenwichtige jury's omdat er geen degelijke vergoeding kan worden voorzien. Daarenboven acht hij het onmogelijk dat het oordeel van professionelen in plaats van een volksjury aanvaard zou zijn in gemediatiseerde zaken als die van Michel Nihoul aangezien hij oneindig veel connecties had in de politieke, juridische en zelfs koninklijke wereld. In beroep gaan tegen een assisenvonnis staat voor hem gelijk aan vragen naar een andere doorsnede van de maatschappij en dat is ondenkbaar.
Het debat wordt besloten met een vragenrondje. De studenten worstelen vooral met de vraag of 'de gewone mens' de kwellingen, verantwoordelijkheid en technische kant van een rechtszaak aankan. Jean-Luc Cottyn lijkt dan ook op het eerste gezicht het pleit te hebben gewonnen.