maandag 9 maart 2009 - jaargang 35 - nummer 17
The Bony King of Nowhere
"Muziek schrijven is als een spier die je moet trainen"
Vorige donderdag verzorgde The Bony King of Nowhere het muzikale intermezzo van het boekenprogramma 'Uitgelezen' in bibliotheek Tweebronnen. Met zijn debuut Alas My Love, nu al de bestverkochte cd van 2009 in de Gentse Bilbo, groeide de 22-jarige Bram Vanparys uit tot een ware hype. Zelfs in zijn 'fluisternummers' overtuigt hij met zijn krachtig, haarzuiver stemgeluid. Soms arrogant bevonden, maar in werkelijkheid een bescheiden, sympathieke knul met een Gents accent die dweept met Fleet Foxes.
Bet Bosselaers & Lisa Develtere
Veto: Je bent al twee jaar bezig. Waarom vindt je doorbraak juist nu plaats?
Bony King:Twee jaar geleden was er nog niets om mee naar buiten te komen. Ik wachtte tot het goed genoeg was. Nu komt de plaat uit en is er veel heisa rond. Maar ik ben een enorme twijfelaar: als ik een band als Fleet Foxes hoor, vind ik mijn plaat zo slecht! (lacht).»
Ben je dan niet te streng voor jezelf, of is het eerder gezonde ambitie?
«Robin Pecknold van Fleet Foxes vindt zijn plaat ook slecht. Hij zei: "Als ik naar de Beach Boys luister, denk ik: waar ben ik toch mee bezig?" Zo ben ik ook. Het is die energie van Fleet Foxes die me zo aanspreekt. Ik heb ze live gezien en dat is zó goed. Pecknold zingt ook enorm door. Op mijn tweede plaat ga ik waarschijnlijk geen enkel zacht 'fluisternummer' zetten.»
Veto: Schrijf je constant nieuwe muziek? King:Was dat maar waar. Het is als een spier die je moet trainen, dat schrijven. Eigenlijk zou ik elke dag een nummer moeten maken, maar het komt er niet van.»
Veto: Wat is de rol van je producer Koen Gisen geweest bij het opnemen van de plaat? King:Zonder Koen had ik die plaat nooit gemaakt. 'The Sunset' is een nummer dat ik alweer heel slecht vond (lacht), maar hij heeft gezegd dat ik er iets mee moest doen. Hij had een wijs percussiedingske, ik speelde gitaar en zo is het begonnen.»
«Zijn 'sixties-aanpak' van producen heeft ook het verschil gemaakt. Technisch is het alleen materiaal uit de jaren '60. Dat zorgt voor een enorme klankkleur. We hebben ook opgenomen met de gedachte: als een bepaalde lijn goed gespeeld is, maar vals, dan laten we het zo. We hebben niets geknipt of getuned. De groove is veel belangrijker dan of het strak zit of niet. Neem nu 'Sympathy for the Devil' van The Rolling Stones. Die percussie zit scheef, en die gitaren staan heel erg vals! Maar het was wel een terechte hit. De vibe die daarvan uitgaat, is ongelofelijk.»
Veto: Vele hedendaagse muzikanten vinden hun inspiratie in de muziek van de jaren zestig. Is het dan niet mogelijk om iets totaal nieuw te maken?
King:Je kan niet weten of alles al bestaat. In de jaren zestig dachten ze ook dat ze alles al hadden uitgevonden. En toen zijn ze met synths en zo begonnen. Ik ga het alleszins niet uitvinden (lacht). Ik ben een te grote liefhebber van het traditionele songschrijverschap.»
Veto: Zijn er Belgische bands die je inspireren?
King:Eigenlijk niet. Ik bewonder Jacques Brel, maar dat is een ander genre. Of Vaya Con Dios. Ik mag mijn filosofie rond Belgische muziek niet te veel verspreiden, want dat komt arrogant over. Mijn mening is dat er in België nog nooit zoiets cools gemaakt is als Bob Dylan, Neil Young of The Beatles.»
King:Ik denk dat het ligt aan de mentaliteit. Het kan toch geen toeval zijn dat er uit één stad als Seattle meerdere wereldgroepen voortkomen?»
Veto: Vind je zelf dat je genoeg kansen hebt gekregen om te geraken waar je op dit moment bent?
King:Ik heb eigenlijk al meer kansen gekregen dan Fleet Foxes! Ik heb erg lang kunnen werken aan mijn plaat in een heel zotte studio, terwijl zij hun plaat thuis hebben opgenomen.»Wilde je altijd al muziek maken? King:Totaal niet. Ik wou ornitholoog worden. De natuur interesseert mij eigenlijk even veel als muziek. In een Vlaams bos staan ontroert me evenzeer als een goede plaat. Maar ik heb gekozen voor muziek. Op mijn achttiende heb ik een oude gitaar vastgepakt en speelde ik daar wat op. Ik spaarde voor een 16-sporenrecorder en nam een demo op. Plotseling win je daar dan wedstrijden mee en gebeurt er vanalles.»
Veto: Zie je toekomst in The Bony King? Denk je er later van te kunnen leven?
King:Het zou leuk zijn, maar ik zie wel wat er gebeurt. Het is natuurlijk mijn droom om in de regionen van Bon Iver en Fleet Foxes te vertoeven, de nieuwe generatie die ook nogal opkijkt naar de jaren zestig. Onlangs werd ik weer depressief toen ik las dat Robin Pecknold van Fleet Foxes even oud is als ik!»
Veto: Is je artiestennaam ook een referentie naar jezelf, omdat je vrij mager bent?
King:Misschien. Maar dan zou ik van mezelf vinden dat ik een koning ben. (lacht) En 'van nergens'! Het was meer het zielige dat mij daarin aansprak. Don Quichote is ook zo iemand: hij denkt dat hij de man is, maar eigenlijk is hij een zielig manneke op een ezel.»
Veto: Je zei eens dat je altijd 'gezond arrogant' bent geweest. Denk je dat een tikkeltje arrogantie noodzakelijk is om ergens te geraken in de muziekwereld?
King:Ik heb dat eigenlijk niet gezegd. Wanneer mijn muzikanten zeggen dat ze bij The Bony King spelen, krijgen ze vaak te horen: "Oei, bij dienen arrogante?" Dat gaat blijkbaar de ronde. Ik ben verlegen en soms onwennig; daarom denken mensen constant dat ik arrogant ben. Ik kan er niet aan doen. Bovendien, als je in België gelooft in wat je doet - zoals ik - , ben je al arrogant. Ik weet gewoon wanneer ik iets goed of iets rotslecht heb gemaakt.»
Veto: Wat stelt de foto op de hoes van Alas My Love eigenlijk voor?
King:Een neergestorte satelliet. Er zitten twee boeren op die kostbaar materiaal aan het verzamelen zijn. En dan duizenden witte vlinders. Die foto is me altijd bijgebleven. Het is triestig, maar die vlinders maken het toch mooi.»
