maandag 9 maart 2009 - jaargang 35 - nummer 17
Heibel bij Huisartsen
Rekrutering nieuwe huisartsen in het gedrang
Dat prins Filip nooit "Ik wil huisarts worden" gedacht heeft, lijkt vanzelfsprekend. Dat steeds meer geneeskundestudenten diezelfde gedachte links laten liggen, is daarentegen veel minder selbstverständlich, maar daarom niet onproblematisch. Afgelopen maand kwam de studieduur voor huisartsen in het gedrang - ze zou namelijk verlengd worden. Nu blijkt dat ook de huisartsen in opleiding (HAIO) met een aantal problemen kampen. Bernard Himpens, decaan van de faculteit Geneeskunde van de K.U.Leuven, vreest voor de rekrutering van toekomstige huisartsstudenten.
Jeroen Deblaere & Ide Smets
Het grote probleem voor HAIO's - een term die specifiek slaat op studenten die in de opleiding huisartsgeneeskunde stage lopen bij een huisarts - is het statuut dat zij bekleden. Stijn Geysenbergh, studentenvertegenwoordiger bij de Leuvense Overkoepelende KringOrganisatie (LOKO) verduidelijkt het probleem. "Tot op heden is het statuut van een HAIO dat van een zelfstandige; met alle nadelen, maar zonder de voordelen. In dat statuut verdient een huisarts in opleiding slechts 800 à 900 euro netto doordat hij een grote bijdrage aan het RSZ moet betalen." Vanaf het academiejaar 2007-2008 werd het brutoloon wel fors verhoogd, waardoor het nettoloon nu ongeveer 1100 euro bedraagt. Daarnaast is het sociale vangnet van het zelfstandigenstatuut haast onbestaand. Zo is er voor zwangere studentes tot op heden geen zwangerschapsverlof of moederschapvergoeding voorzien. Een ander bezwaar dat geopperd wordt, is dat een groot deel van de stage afhangt van de willekeur van de stagebegeleider. Dat resulteert soms in grote verschillen tussen verschillende stageplaatsen. Sommige HAIO's moeten daardoor veel harder werken dan anderen, wat sommigen onrechtvaardig vinden."Er ligt echter wel al enkele jaren een alternatief op tafel," zo stelt Geysenbergh," Een zogenaamd Sui generis statuut." Dat is een statuut dat bij de andere specialisaties al langer bestaat. Het komt erop neer dat niet langer de stagemeester, maar een centrale vzw de broodheer van de student zou worden. Zo zou de student veel minder RSZ moeten betalen - een schamele 4,7 procent - en bijgevolg een hoger nettoloon - schommelend rond 1500 euro - cashen. In die nieuwe constructie is er ook plaats voor sociale hulpmiddelen. Het Sui generis statuut voorziet in een regeling voor kersverse moeders en bij ziekte kan de student genieten van een vervangingsinkomen. Teneinde de willekeur van stagemeesters in te dijken worden ook de werkomstandigheden door de vzw bepaald.
Nadeel
Het grote nadeel van dat nieuwe statuut is de situatie waarin de stagemeester dan verzeild raakt. Deze krijgt, in tegenstelling tot vroeger, geen opleidingsvergoeding en kan - mocht de student niet voldoende contacten verzamelen - misschien zelfs een financieel nadeel ondervinden. Himpens erkent het probleem: "Ik sta zeker niet weigerachtig tegenover een hogere opleidingsvergoeding. We verwachten immers van een stagemeester dat hij voldoende energie en tijd stopt in de opleiding van de HAIO."Het lijkt op het eerste gezicht een raadsel waarom het Sui generis statuut, dat ondanks het nadeel voor de stagemeesters zoveel lekkers belooft, dan nog steeds niet is ingevoerd. Op de vergadering van de Medicomut - dat is het overlegorgaan binnen het Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering (RIZIV) waar het voorstel ter debat ligt en waar onder andere artsenvakbonden als de Belgische vereniging van artsensyndicaten (BVAS) in zetelen - moet op 16 maart een oordeel uitgesproken worden. Binnen dat debat lijkt vooral de BVAS dwars te liggen. Stijn Geysenbergh hekelt de non-communicatie van de BVAS: "Al verschillende keren hebben we geprobeerd contact op te nemen, maar dat is telkens mislukt. Het is op zijn minst vreemd te noemen dat een vakbond geen contact opneemt met haar achterban. HAIO's moeten als arts ook verdedigd worden."
Het is inderdaad vreemd dat Geysenbergh niet op de hoogte is van de bezwaren van de BVAS. Marc Moens, ondervoorzitter van de vereniging, licht hun standpunt toe. Met betrekking tot het Sui generis statuut heeft de BVAS vooral een probleem met de monopoliepositie van de centrale vzw. "Wij vinden dat ook de BVAS of het RIZIV als vzw in aanmerking moeten kunnen komen om de betaling en ondersteuning van HAIO's te organiseren. Op die manier kunnen huisartsen in opleiding kiezen tussen verschillende vzw's."
Het lijkt er overigens sterk op dat de BVAS zich niet wil laten wegdrummen door de vzw ICHO, het interuniversitair centrum voor huisartsenopleiding van Jan de Maeseneer, die nu de organisatie op zich zou nemen. Er speelt al langer een oorlog tussen de Maeseneer en de BVAS. Moens vindt het onaanvaardbaar dat de organisatie van de ondersteuning van de HAIO's door het ICHO gemonopoliseerd wordt, omdat de Maeseneer volgens Moens bekend staat als een academisch denker die de voeling met de praktijk heeft verloren. Bovendien speelt ook de politieke en ideologische achtergrond een rol in dit debat. De Maeseneer heeft een uitgesproken linkse signatuur en Marc Moens meent dat hij bijgevolg niet de ideologie van de gemiddelde huisarts weerspiegelt.
Ondertussen luidt Himpens de alarmbel. "Ik vrees voor zware problemen voor de toekomstige rekrutering van de studenten huisartsgeneeskunde. De geruchten over het feit dat de opleiding binnenkort tien jaar zou duren en niet negen jaar betekenden een zware kaakslag voor de opleiding. Daarenboven is het Sui generis statuut wel uitgetekend, maar nog niet van kracht. Deze onzekerheid rond de opleiding komt de rekrutering niet ten goede."