maandag 9 maart 2009 - jaargang 35 - nummer 17
Discussiepunten voor de rectorskandidaten
Vragen aan de toekomstige rector
Op dinsdag zes maart traden de rectorskandidaten officieel in de arena. Om zo veel mogelijk stemmen te vergaren, kunnen ze maar beter duidelijke standpunten hebben. Wij zetten de thema's waar het de volgende verkiezingen om zal draaien al even op een rijtje.
Ken Lambeets, Ruben Bruynooghe & Ide Smets
Evaluatieprocedure
Ten eerste is er de evaluatieprocedure op zichzelf. De Bijzondere Universiteitsraad (BUR) van de K.U.Leuven liet op vrijdag 19 december 2008 met een heldere e-mail al weten dat ze beslist heeft de procedure voor de rectorsevaluatie grondig te heroverwegen. De raad vond het uiteindelijk toch niet opportuun de reglementen nog voor de komende rectorsverkiezing van het voorjaar 2009 te wijzigen, gezien de implicaties voor het bestuursmodel en de wenselijkheid van breed overleg vooraf. Het is nu aan de toekomstige ploeg om een nieuw model te installeren, de concrete invulling zal wellicht onderwerp van discussie worden tijdens de verkiezingen.Screeningsprocedure
Er was afgelopen maanden ook grote heisa over de screeningsprocedure van de rectorskandidaten. Kandidaat-rectoren zouden door een commissie in de schoot van de Bijzondere Universteitsraad getoetst worden aan het profiel van de rector. Dit voorstel heeft het uiteindelijk niet gehaald. In een mail aan de universitaire gemeenschap kondigde aftredend rector Marc Vervenne nog aan: "De Academische Raad vindt het voorstel om kandidaat-rectoren door de Bijzondere Universiteitsraad te toetsen aan het 'profiel van de rector' waardevol, maar is van oordeel dat het niet opportuun is die wijziging in de huidige omstandigheden door te voeren. Daarom stelt hij voor de bespreking ervan te koppelen aan een grondige heroverweging van de reglementering in het academiejaar 2009-2010. Denkend aan de grote tegenstand van de academici tegen de screeningprocedure, kan pleiten voor het voorstel wel eens je politieke doodvonnis betekenen.Visie universiteit
De nood aan een duidelijke visie op de universiteit dringt zich ook op. Momenteel zit de universiteit immers met twee gescheiden structuren. Zo is er enerzijds de academische zijde met de Academische Raad en het College van Bestuur (CvB) die zich bezighoudt met zaken als onderwijs en onderzoek. Anderzijds is er de vzw-structuur van de Raad van Bestuur die toezicht moet houden. De Associatie zit ergens tussen deze twee structuren. Dit is een complex systeem dat niet optimaal werkt. Er zijn hier dan ook enkele prangende vraagstukken aan verbonden. Moet de samenstelling van het CvB worden herzien? Moet iemand binnen het CvB bevoegd worden voor de Associatie? Hoeveel autonomie krijgen de drie groepen - biomedische, humane en exacte wetenschappen - toebedeeld en wat is de plaats van de rector ten opzichte van de voorzitter van de Raad van Bestuur en de voorzitter van de Associatie?Ook andere bestuursorganen van de K.U.Leuven liggen onder vuur. De Inrichtende Overheid (IO) onder leiding van Kardinaal Danneels bijvoorbeeld. Het was immers de IO die de negatieve evaluatie van Marc Vervenne mocht aankondigen. Er zijn dan ook academici die vrezen dat de stem van de externe bestuurders te hard doorweegt in het beleid en dat de universiteit haar maatschappelijke rol uit het oog verliest. Is het profiel van de externe bestuurders wel academisch genoeg?
Academisering
Ook in belangrijke dossiers als de academisering, het Leuvens Universitair Systeem (LUS) en de associaties is er nog heel wat manoeuvreerruimte. De associaties zelf zijn ondertussen wel een onweerlegbaar feit, over het bestuursmodel van het LUS - dat is de naam van de koepelorganisatie die alle hogescholen en de K.U.Leuven omvat - is daarentegen het laatste woord nog niet gevallen. Ligt de nadruk op een centraal bestuur of eerder ergens anders? Hoe moet de K.U.Leuven zichzelf profileren in heel dit verhaal? Zal dit niet leiden tot een devaluatie van een K.U.Leuven diploma? De kandidaten kunnen hier dus maar beter duidelijke ideeën over hebben, want voor de afschaffing pleiten is weinig realistisch en staat eigenlijk gelijk aan een totale demagogie.De vraag is bovendien of de kiezer genoeg betrokken is bij het LUS. Heel wat professoren zijn kwaad omdat de communicatie al te zeer top-down gebeurt. Dit maakt dat er weinig doorsijpelt tot de organen waar de informatie uiteindelijk zou moeten raken.
Maatschappelijk
Ook op maatschappelijk vlak is er ruimte voor verbetering. Men hoort vaak dat de huidige rector het maatschappelijk debat dat de universiteit moet voeren te veel aan zich heeft laten voorbijgaan. Zowel professoren als studenten zouden meer betrokken moeten worden. Hier is er wellicht nog meer ruimte voor inventiviteit bij de kandidaten. Op de volgende vragen zullen ze zeker een antwoord moeten bieden. Op welke manier komen er meer allochtone studenten naar de universiteit? Hoe kunnen studenten meer geprikkeld worden om de actualiteit te volgen en welke rol kan de universiteit hierin spelen? Moeten er extracurriculaire vakken worden aangeboden? Hoe kunnen we het werk van professoren meer valoriseren en in welke mate wordt deelname aan maatschappelijke projecten van professoren gestimuleerd?