maandag 9 maart 2009 - jaargang 35 - nummer 17
Aanstormend talent (8): Klaus Van Der Spoel
"Waanzin op afstand"
Zo nu en dan duikt Veto in de Leuvense visvijver van jonge beloftes en laat hen aan het woord over hun kunstvorm en inspiratie. Deze week kijken we naar de eenentwintigjarige schilder Klaus Van Der Spoel. Binnenkort stelt hij tentoon in Antwerpen.`
Geert Janssen
Veto: Hoe ben je beginnen schilderen?
Klaus Van Der Spoel: «Als kind was ik al constant aan het tekenen. Rond mijn veertiende ben ik op verf overgestapt. Ik heb nooit teken- of schilderlessen gevolgd. Die dingen doden de creativiteit.»
Veto: Mis je dan geen technische bagage?
Klaus: «Soms wel. Maar het uitdrukken van emoties is voor mij belangrijker dan technische perfectie. Ik werk in de lijn van het postprimitivisme en het neobarbarisme. Dat klinkt misschien hoogdravend, maar het komt er op neer dat mijn werken een heel abstract, ruw en kleurrijk karakter hebben. Ik heb een paar maanden terug de Cobra-tentoonstelling in Brussel bezocht en daar herkende ik mezelf wel in.»
Veto: Is je werk maatschappijkritisch?
Klaus: «Ja, maar niet altijd rechtstreeks. Ik merk wel dat mijn creativiteit gevoed wordt door negatieve emoties zoals woede, verontwaardiging en ergernis. Dat kan zowel komen van de situatie in de Gazastrook als het muziekaanbod van MNM. Vooral Ayo Technology van Milow ben ik beu gehoord (lacht). De titels van mijn schilderijen haal ik wel vaak uit de pers maar er is niet altijd een verband met de werken zelf.»
Veto: Hoe ga je te werk?
Klaus: «Doordat ik op kot zit, heb ik geen plaats voor een atelier. Thuis wel, daar schilder ik in de kamer van mijn overleden broer. Dat zorgt wel altijd voor een intens proces. In de week zoek ik een uitweg door veel te tekenen, op het maniakale af. Het is altijd een opluchting als ik op zaterdagmiddag terug kan schilderen. Het slorpt mij altijd op maar het houdt de waanzin op een afstand.»
Mondriaan
Veto: Binnenkort stel je tentoon in Antwerpen.
Klaus: «Na de paasvakantie exposeer ik een twintigtal schilderijen in galerij Klerks. Ze gaan te koop zijn maar ik vind het veel spannender dat ze te zien gaan zijn voor het publiek. Ik krijg zelden rechtstreekse feedback.»
Veto: Wie is je grote voorbeeld?
Klaus: «Op mijn vijftiende was ik een enorme sucker voor het romantische van het gekke genie, zoals Vincent Van Gogh of Basquiat. Daar ben ik ondertussen al van afgestapt. Ook zelfmoord behoort niet meer tot de plannen (lacht). In eigen land houd ik vooral van Roger Raveel en Sam Dillemans. De laatste maanden ben ik erg bezig met Piet Mondriaan. Iedereen kent van hem wel dezelfde vijf dingen maar zijn oeuvre is enorm uitgebreid en kent veel diepgang.»
Veto: Hoop je professioneel te kunnen schilderen?
Klaus: «Ja, maar ik blijf sowieso schilderen, of het nu professioneel is of niet. Schilderen is leven. Je moet dat voelen, je moet dat proeven. Ik heb natuurlijk wel twee ouders die er op blijven hameren dat ik toch maar een diploma moet halen (lacht).»
