Welke zijn de gevaren bij de rectorsverkiezing?

De valkuilen van de campagne

Naast een hoogmis van de democratie is een verkiezing natuurlijk ook een potentiële doos van Pandora: daarin verschilt de universiteit geen haar van de maatschappij. Hoe kan de rectorsverkiezing alsnog een smet op het Leuvens blazoen betekenen?

Simon Horsten & Maarten Goethals

Laten we bij dit stukje pessimistische futurologie de gevaren van een verkiezing in drie categorieën onderverdelen: populisme, techneuterij en bedrog.

Populisme

De universiteit bestaat naar verluidt dan wel uit het intellectuele kruim van de natie, dat betekent geenszins dat haar stemgerechtigden niet vatbaar kunnen zijn voor een flinke brok populisme. Heel wat academici die tussen de verkiezingen door niet bijster geïnteresseerd zijn in het beleid van hun instelling, stemmen zoals de gemiddelde LDD-kiezer: spontaan en louter gevoelsmatig. Een kandidaat die erin slaagt een (onbestemd) gevoel van ongenoegen te benoemen en bovendien aantrekkelijke oplossingen formuleert, zou wel eens op heel wat stemmen kunnen rekenen. Zeker als de overige kandidaten er een zootje van maken.
Voor populistische kandidaten (en stemmers) is de haalbaarheid van de oplossingen een te verwaarlozen aspect. Een rector is echter niet almachtig: hij moet rekening houden met de decreetgever, de verschillende beslissingsorganen van de universiteit, een sterke associatie, de andere Vlaamse universiteiten en een erfenis van zijn voorgangers. Daarom moet hij tijdens de verkiezingscampagne zijn beloftes wikken en wegen, er zich voor hoeden de kiezers niets op de mouw te spelden. En daarom is het ook erg belangrijk de verschillende programma's stevig onder de loep te nemen.
Mogelijke populistische beloftes zijn: het afschaffen van de associatie, het tegenhouden van de academisering, alle macht naar de individuele prof of student, de weigering mee te gaan in de flexibilisering van het onderwijs, enzovoort.

Techneuterij

Populisme heeft echter een groot voordeel: dat van de duidelijkheid. En dat is in een campagne een condicio sine qua non voor een ernstig inhoudelijk debat over de toekomst van universiteit.
Precies daarom zou het gevaarlijk zijn de verkiezingsdebatten te laten verworden tot technische discussies over punten komma's - of erger: over essentiële kwesties die echter slechts als een pure rataplan overkomen bij de doorsnee stemmer. Een rector moet in staat zijn een standpunt of dossier genuanceerd maar begrijpelijk te communiceren.
Daarenboven leveren zowel techneuterij als populisme het gevaar op zich te concentreren op een klein aantal thema's en daardoor andere, belangrijke discussies over het hoofd te zien.

Bedrog

Manipulatie van kandidaten, onderlinge afspraken, moddergooien, louter strategische kandidaturen, chantage, het beloven van postjes: het komt voor in de beste families. Dit gevaar is het minst zichtbare, maar veruit het vervelendst, aangezien de kiezer een rad voor ogen wordt gedraaid. Hoe belangrijker de positie, hoe sneller men overgaat tot dit soort praktijken. En in deze verkiezing gaat het om een erg belangrijke positie.
Uiteraard zijn niet enkel de kandidaten verantwoordelijk voor de hygiëne van de rectorsverkiezing. Er is een verkiezingscommissie die moet toezien op het verloop ervan én er is de rol van de media, waaronder zeker niet in de laatste plaats ook Veto. Elke betrokkene kan bijdragen tot een serene, inhoudelijk boeiende en breed gedragen verkiezing.