maandag 9 maart 2009 - jaargang 35 - nummer 17
MICHEL WUYTS
"Er zit een gat in mijn commentaarstoel"
Wie kijkt er niet uit naar 't voorjaar? Verlost van de strenge vorst ploegen boeren hun akkers, gezwind trekt de zwaluw terug naar onze contreien en kijk, ginds lonken de voorjaarsklassiekers. Met de handen losjes op 't stuur dokkeren Tom Boonen en Stijn Devolder over de kinderkopjes, 't is kermis in Vlaanderen. Eén man praat al die weelde aan elkaar: Michel Wuyts. Een gesprek met dé Flandrien der verslaggevers.
Ken Lambeets & Jeroen Deblaere
Veto: Op de achterpagina van Veto wordt normaliter een cultuurinterview gepubliceerd...
Michel Wuyts: «Wielrennen maakt zonder twijfel deel uit van de Vlaamse folklore. Alles waarin een volk zich onderscheidt van de rest en zich profileert op een sterke manier is cultuur. Dat is bij wielrennen zeker het geval, veel meer nog dan in de ons omringende landen. We staren ons blind op andere culturen die het zoveel beter zouden doen dan ons. Wel, dat is je reinste onzin. Vlaanderen is fundamenteel geworteld in het wielrennen. In Frankrijk en Italië, de voornaamste wielerlanden, beleeft men de koers veel oppervlakkiger en draait alles om de sterrencultus. Bij ons heeft de wielercultuur een veel breder maatschappelijk draagvlak.»
Veto: Hoe verklaart u dat verschil in beleving met andere landen?
Wuyts: «Ik heb me daar al een punthoofd over gepiekerd. 't Zit zonder twijfel in onze genen. Koers heeft zeker te maken met die verknochtheid aan de grond. En dan liefst nog zo vuil mogelijk. Als het drassig is, wanneer er kasseien liggen en de natuurelementen zich roeren, zijn we op ons best. Vandaar dat we niet alleen uitblinken in eendagswedstrijden, maar ook in het veldrijden. Overal zie je de cross verdwijnen, maar bij ons wordt ze met de week populairder. Dat is een uitzonderlijk fenomeen. Ik stel vast dat de doorsnee wielerliefhebbers, zo'n 300.000 kijkers, er altijd voor gaan zitten, los van vedetten uit eigen land. Ik heb ooit eens commentaar gegeven bij een ronde van Spanje waar de enige twee Belgen na de eerste week al uit koers waren gestapt. Toch keken er iedere dag nog tussen de 250.000 en 600.000 mensen. Gewoon. Omdat wij daarvan houden.»
Merckx
Veto: Hoe bent u zelf met de koers in contact gekomen?
Wuyts: «Je erft die passie van vader op zoon. Bij mij eigenlijk van overgrootmoeder op achterkleinzoon. Mijn eerste herinnering dateert van september '62 - ik moet toen een jaar of vijf geweest zijn. In de voorplaats bij mijn overgrootmoeder zat er een hoop volk bijeen, zeker 25 man. Na afloop van het gebeuren heerste er een begrafenisstemming. Wat was er gebeurd? Rik van Looy, die twee keer na elkaar wereldkampioen was geworden, zou die klus ongetwijfeld een derde keer klaren. Er won echter een Fransman, ene Jean Stablinski, en het werd heel stil in huis. Dat fascineerde mij, en is me blijven fascineren.»
«Een niet onbelangrijke streekgenoot van mij schoot drie, vier jaar later naar het firmament. Hij won de ene wedstrijd na de andere. Eddy Merckx versterkte de passie. Thuis had iedereen een Merckx-gevoel en dat ging zeer ver. Als Merckx won, reed mijn aangetrouwde oom met zijn nieuwe Toyota de hoofdstraat een keer of tien op en af, luid claxonnerend. Iedereen moest weten dat Merckx gewonnen had en dat hij een fan was.»
«Er is wel een luwe periode geweest. Toen de jager in mij wakker werd, interesseerden meisjes me meer dan coureurs. Pakweg van mijn zeventiende tot mijn huwelijk. (lacht) Dat merk ik wanneer ik commentaar geef: eind jaren 70, begin jaren 80, zit ik met een klein zwart gat.»
Veto: U bent nog leerkracht geweest. Is dat beroep verwant aan de commentaarstiel?
Wuyts: «Daar ben ik van overtuigd, al hoed ik me tijdens de uitzendingen een beetje voor schoolmeesterachtigheid. Maar mensen slimmer maken op het terrein dat hen interesseert, zie ik als mijn plicht.»
Veto: Tijdens de Tour de France vertelt u bijvoorbeeld erg veel toeristische weetjes. Doet u dat om een zo breed mogelijk publiek aan te trekken?
Wuyts: «Toen ik de rol overnam van Mark van Lombeek vertelde de toenmalige sportchef me dat er wel veel mannelijke vijftigplussers naar de koers keken, maar haast geen vrouwen. Ik moest dat veranderen. Dat is gelukt, maar ik wil die pluim niet louter op eigen hoed steken. Tom Boonen heeft daar evenveel toe bijgedragen als het geven van extra informatie tijdens de uitzending.»
«Er speelt nog een ander element mee. Mensen die met pensioen zijn en het financieel of lichamelijk moeilijk hebben en tijdens de zomer in Vlaanderen blijven, moeten met de televisie op reis kunnen gaan. We moeten de vakantie via de televisie in huis brengen.»
Otegem
Veto: Is het moeilijk om uw voorkeur voor een bepaalde renner te verbergen tijdens de uitzending?
Wuyts: «Dat wordt steeds makkelijker. Hoe ouder je wordt, hoe meer afstand je neemt van begrippen als held en vedette. Mijn helden horen bij mijn jeugd. En die zijn met het stoppen van Merckx met zijn allen gestopt. Wat er rest, is respect. Als je persoonlijkheden een beetje leert ontleden, zie je al snel wie respect verdient en wie niet. Ik kan en wil mijn respect voor Sven Nys niet verstoppen. Dat is onvoorstelbaar groot, omdat hij aan het ideaalbeeld van een sportman beantwoordt. De kans is klein dat Nys op gelijk welk vlak een scheve schaats rijdt.»
«Nys kent geen compensatiedrang. Als ik het gevoel heb dat ik iets gepresteerd heb, dan denk ik bij mezelf: ik drink drie glazen wijn. Als Boonen iets gepresteerd heeft, krijgt hij een onweerstaanbare drang om alles los te laten in de bekende vormen en producten - enfin, dat zal nu wel gedaan zijn, mag ik aannemen. Maar Nys heeft dat niet. Als hij op het podium staat, zie je hem denken: was ik al maar aan het trainen. De wielerwereld is zo hard en veeleisend dat je die instelling nodig hebt.»
Veto: Krijgt u vaak reacties op wat u zegt of niet zegt tijdens de uitzending?
Wuyts: «Afgelopen maandag las ik in Het Nieuwsblad de meest onwaarschijnlijke lezersbrief ooit. Iemand schreef dat ik nooit aandacht schonk aan de renners van Otegem. Zo zou ik crosser Davy Comeyne steevast negeren en in mijn uitleg over Kuurne-Brussel-Kuurne had ik niet vermeld dat Jef Planckaert oud-winnaar was. Ik begrijp niet dat een krant zoiets publiceert.»
«Ach, het is een proces dat je moet doormaken. Een beginnend journalist huivert voor kritiek. Na verloop van tijd leer je de brieven die er toe doen onderscheiden van onzin.»
Veto: Terloops: de commentaarkabines van waaruit jullie de koers verslaan lijken van buitenaf ontiegelijk klein.
Wuyts: «Er is een gat in mijn stoel. En dat gat was er vijftien jaar geleden ook al. Bij deze een oproep voor een nieuwe stoel. (lacht) Neen, ik mag niet klagen over de VRT-kabines, die zijn groot genoeg. In de Tour de France moet ik de fichebak ternauwernood op mijn schoot zetten. Maar de echte hel is Parijs-Roubaix - dat hoort ook zo. De nattigheid van slagregen krijg je op de tribune van het voetbalstadion van Roubaix pal op je neus, net zoals in de koers.»
Vod
Veto: Een actuele discussie in het wielrennen gaat over het al dan niet afschaffen van de oortjes waarmee ploegleiders de koerstactiek in de oren van hun renners fluisteren.
Wuyts: «Ik vind het een absurde gedachte om vooruitgang ongedaan te maken. Ik ben absoluut tegen overmatig gebruik van de oortjes: dat remt de ondernemingslust van de renners. Ik zat eens in de volgwagen bij Dirk De Wolf. Hij schreeuwde van start tot finish in de oortjes van de renners. Hoe overleef je dat in het peloton?»
«Je zit echter wel met de veiligheidsfactor, vooral in de laatste twintig kilometer van de koers: haakse bochten, drempels, paaltjes, wegversmallingen. Dan huiver ik bij de gedachte dat je die oortjes zou weghalen en de renners niet langer geïnformeerd worden over zulke obstakels.»
«Je kan natuurlijk ook foert zeggen. In de Ronde van vorig jaar, waar Stijn Devolder op zeventig kilometer van de meet demarreerde, moeten er serieuze taferelen hebben plaatsgevonden in de volgwagen van Quick Step. Devolder had zijn oortje uitgedaan.»
Veto: Is de Ronde van Vlaanderen uw favoriete koers?
Wuyts: «Zonder twijfel. Qua belevingsgraad, enthousiasme en spanning is het de strafste koers die er is. En niet onbelangrijk: er is een kans van 50% dat een landgenoot wint. Dat is prettig meegenomen.»
Veto: Hoe bereidt u zich voor op de Ronde?
Wuyts: «Door de voorbereidingskoersen te verslaan. Zeer interessant om te zien wie zich wegstopt. De dag voor de Ronde verken ik het parcours. 's Avonds gaan we in het journaal live met een belangrijke kanshebber. 's Nachts doe ik haast geen oog dicht. De ochtend van de Ronde voel ik me dan ook als een vod. Maar wanneer ik samen met Carl Huybrechts in Brugge de renners aan het publiek voorstel, is dat gevoel verdwenen. Die adrenaline verdwijnt niet tijdens de rest van de dag. Twee jaar geleden kwam ik pas de dag na de koers om halfzes thuis. Met het prettige gevoel dat ik de Ronde van Vlaanderen helemaal beleefd had.»
Veto: Wie wint de Ronde?
Wuyts: «Boonen. (pauze) Wil je ook weten waarom?»
Veto: Gaarne.
Wuyts: «Als Boonen een topdag heeft, is niemand in staat hem te kloppen. Het terrein ligt hem verschrikkelijk goed. Boonen heeft het lijf om die korte snokken en krachtige inspanningen die gebaseerd zijn op explosiviteit te leveren en te verteren. En als er iemand even goed is als hij, dan moet die Boonen onderweg zien kwijt te spelen, want in de spurt wint hij sowieso. Boonen kan in de Ronde enkel ge-vloerd worden door zichzelf, of door een ploegmaat die het hazenpad koos. Maar ik denk niet dat ze het zover zullen laten komen. De Boonen van 2009 lijkt opnieuw iemand met gezond verstand. Dat heeft hij de voorbije winter al gebruikt.»
Veto: Wat met Volderke?
Wuyts: «Devolder zit maar met twee wedstrijden in zijn kop: de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. In Roubaix zal hij er staan. Hij is er echt heel fanatiek mee bezig. Hij heeft iedereen laten geloven dat hij een gezondheidsprobleem had in het voorjaar en de mensen zijn daar ingetrapt. Tot ze met hun neus op de feiten worden gedrukt in de Heilige Week.»
