Louis Tobback leest 'Peter en de Wolf'

"Ik sympathiseer met het vogeltje"

Dat politici een aardig stukje toneel kunnen spelen is algemeen geweten. Dat is dan ook niet anders voor de Leuvense burgemeester Louis Tobback. Vorige week stond hij op de planken als verteller in Peter en de Wolf van Sergej Prokofjev. We ontmoeten de burgervader in de namiddag voor zijn grote première. Nerveus ziet hij er niet uit, eerder nieuwsgierig naar wat hem te wachten staat. Hij verliest er alleszins zijn gevoel voor humor niet onder.

Tom Demeyer

@@LOUIS.jpg

Tom Demeyer


Veto: Bent u ooit een sprookjeslezer geweest?
Louis Tobback : «Ik denk dat wij vooral in de politiek al veel sprookjes gelezen hebben (lacht). Neen, dat ligt achter ons. Maar ik ben ik nog opgegroeid met De gelaarsde kat, de sprookjes van Perrault, Roodkapje, Sneeuwwitje. Na de oorlog zijn daar dan de Disney's bijgekomen: Bambi, Pinokio. Maar ik denk ook aan Gulliver's Reizen...»
Veto: Leest u soms voor, aan uw kleinkinderen bijvoorbeeld?
Tobback : «Nu komt u op mijn privédomein, maar ja, ik heb al wel eens voorgelezen voor mijn kleinkinderen.»
Veto: U hebt dus al geoefend?
Tobback: «Voor dit heb ik nog niet geoefend, maar ik zal dat straks doen. Het optreden is om zeven uur dus ik heb nog vier uur om mijn leven te verbeteren.»

Complex


Veto: Kent u het sprookje van Peter en de Wolf?
Tobback: «Ja, dat is natuurlijk geen lange geschiedenis. Bovendien zag ik Roberto Benigni, die een paar jaar geleden nog een bloempot naar de rector droeg, onlangs hetzelfde sprookje vertellen in een televisieuitzending.»
Veto: Dan zit u wel met serieuze concurrentie?
Tobback: «Ik heb daar een complex aan overgehouden (lacht). Wellicht zal dat straks doorwegen, maar enfin, dat is plankenkoorts.»
Veto: Bent u dan zenuwachtig voor vanavond?
Tobback: «Euh. Waarom gelooft u dat niet?»
Veto: Meent u dat, na al die jaren politiek, dat u toch nog zenuwachtig bent om een sprookje op te voeren?
Tobback: «U suggereert daarmee dat ik gewoon ben van komedie te spelen en dat dat nu ook wel zal gaan. Neen dus, dit is iets heel anders. Je kunt die kinderen niets wijsmaken, die anderen daarentegen...(lacht)»
Veto: Bent u eigenlijk de wolf of de jager in de politiek?
Tobback: «Daar heb ik nog niet bij stilgestaan. Ik zou het eigenlijk niet weten. Ik sta aan de kant van het vogeltje. Ik sta zeker niet aan de kant van de jagers.»
Veto: Maar ook niet aan de kant van de wolf?
Tobback: «De jager, de grootvader en zelfs Peter worden geacht verantwoordelijk te zijn voor wat ze doen, want ze zijn van het superieure menselijke ras. De wolf, de eend, het vogeltje en de kat volgen hun instincten, daar kun je niets aan doen. Die zijn onverantwoordelijk.»

Rasp


Veto: Wat als u vanavond een prachtprestatie neerzet?
Tobback: «Zou ik het nog eens doen? Ik zal het voor u ook eens komen voordragen, als ge daarmee in slaap geraakt (lacht).»
Veto: Maar er zijn toch nog bekende Vlamingen of politici die wel eens een tekenfilm inspreken?
Tobback: «Ik denk dat mijn stem te herkenbaar is. Ik geloof trouwens niet dat mijn stemgeluid geschikt is om voor te dragen.»
Veto: Met welk karakter zou u uw stem associeren?
Tobback: «Ik zou het niet kunnen zeggen. Ge moet mij hier ook niet proberen te ontmoedigen, hé. Ik ga mijn best doen zodat die kinderen daar vanavond geen schrik opdoen.»
Veto: Kent u de muziek van het stuk?
Tobback: «Ja, ik heb dat eens beluisterd. Een fluit, een hobo, hoorns, de pauken, de strijkers en vanavond met mij komt daar ook nog een rasp bij. (lacht)»
Veto: Uw Brusselse collega doet hetzelfde. Bestaat er gezonde competitie?
Tobback: «Als de andere geen kans maken dan kunt ge dat geen competitie noemen, hé (lacht). Maar goed, hij heeft ook wel het postuur om sprookjes voor te lezen.»
Veto: Bent u een geboren verteller?
Tobback: «Hoh, ik vind dat een zeer mooi stukje muziek en dat daar bij verteld kan worden vind ik mooi meegenomen...»
Veto: En dat u die verteller bent ook?
Tobback: «Dat is zeker meegenomen, want ik neem geen risicio wat dat orkest betreft (lacht). Het kan best zijn dat dat orkest zijn reputatie op het spel zet.»
Veto: Heb u speciale vestimentaire normen opgelegd gekregen?
Tobback: «Straks ga ik mijn stadskostuum aantrekken. We gaan niet onnozel doen hé. Ik heb vastgesteld dat Benigni daar ook geen speciaal kostuum voor aantrekt.»
Veto: Moet u ook bepaalde rollen uitbeelden?
Tobback: «Dat zal ik straks pas te horen krijgen. Ik weet dat ik een eend moet nadoen, maar weet nog niet hoe dat in zijn werk zal gaan. Heb je kaarten?»
Veto: Neen, krijgen we er van u?
Tobback: «Neen, want het is uitverkocht. Je kan niet meer binnen. Het volstaat om een naam te zetten op een affiche en het stuk is uitverkocht.»
Veto: Gaan uw kleinkinderen kijken?
Tobback «Ik weet het niet, ik heb daar geen reclame voor gemaakt (lacht). Bovendien: ik wil niet dat die kinderen zich schamen voor hun bompa. (lacht)»