Splinter

Dwaas en aanstellerig


Ik zal eerlijk zijn: pessimisme is geen talent waarvan ik door<\h>de<\h>semd ben. In het vervaardigen van understatements ben ik dan weer bijzonder bedreven, maar dat doet er even niet toe.
Ondanks mijn natuurlijke aversie jegens pessimisme, ben ik niet bepaald vrolijk gestemd als het gaat om de huidige studentenvertegenwoordiging. Met 'huidige' wil ik geen valse tegenstelling suggereren met vroegere tijden; en met 'studentenvertegenwoordiging' doel ik vooral op de hogere niveau's waar de student vertegenwoordigd wordt.
Wat me tegen de borst stuit, is lang niet nieuw. In de eerste plaats stoor ik mij aan de politisering van de studentenvertegenwoordiging, in de tweede plaats aan de depolitisering ervan. Dat klinkt inderdaad behoorlijk dwaas en aanstellerig, of in het beste geval als een weinig originele retorische handigheid. Helaas is het geen van beide.
De politisering manifesteert zich vooral in de manier waarop aan vertegenwoordiging wordt gedaan en in de profielen van de mensen die zich ertoe voelen aangetrokken. Een mooi voorbeeld is de werking van het 'overlegplatform' om de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) te hervormen. De belangrijkste verwezenlijking van dat platform, waarin de meeste Vlaamse studentenraden vertegenwoordigd zijn, is de de facto vorming van een nieuwe Raad van Bestuur (RvB) van VVS. Ik zeg de facto en niet de iure omdat zo'n RvB natuurlijk enkel door de Algemene Vergadering kan worden aangesteld, maar op voorhand was duidelijk gemaakt op wie men wel en op wie men niet ging stemmen.
Dat is op zich geen probleem, ware het niet dat de kandidaten puur op basis van persoonlijke voor- en afkeur werden gewogen en het politieke spel belangrijker was dan het studentenbelang. Bovendien konden Gent en Leuven, als goede leerlingen van hun associatievoorzitters, de boel beheersen wanneer ze onderling akkoord waren.
De voorzitter die uiteindelijk verkozen werd, staat geenszins bekend om zijn inhoudelijke sterkte. Bij LOKO werkte hij zich het ene jaar zogezegd in in sociale materie, het jaar nadien in onderwijskwesties en au fond beheerste hij geen enkel dossier tot in de puntjes. Wat hem, en vele studentenvertegenwoordigers met hem, wel kenmerkt, is een voorliefde voor netwerken. Liefst in partijpolitieke milieus. Een schande? Misschien niet, maar van een studentenbeweging verwacht ik eigenlijk meer inhoudelijke toewijding.
De depolitisering dan. Ik geef toe dat ik een oneigenlijk gebruik bezig van deze term; ik heb het over de afkeer van vele studentenvertegenwoordigers om maatschappelijk van zich te laten spreken. Mijn oneigenlijk gebruik is echter een rechtstreeks gevolg van de verwarring die leeft onder deze studenten: dat maatschappelijke standpunten per definitie een politieke voorkeur inhouden. Vanzelfsprekend gaat dat niet op. Met het (overigens nog zeer terughoudende) standpunt dat LOKO innam over sans-papiers, kan de studentenkoepel moeilijk worden beticht van partijpolitiek.
Hoe partijpolitieker het profiel van onze vertegenwoordigers wordt, hoe minder snel ze maatschappelijke standpunten zullen innemen en hoe lastiger het verdedigen van het studentenbelang wordt. Hun denkpatronen zijn immers al volledig geënt op de 'echte politiek'.
Het zal wel aan mij liggen, maar ik schaam mij voor deze voorzichtigheid van de studentenvertegenwoordiging. Elk woord wordt gewikt en gewogen en liefst nog geschrapt. Een controversieel standpunt, een woedende betoging zal je er niet gauw meer tegenkomen. 'Waar is de echte woede?' vroeg filosoof Frank Albers zich enkele maanden geleden af. Bij de studentenvertegenwoordigers moet hij alleszins niet gaan zoeken. Tenzij in de reacties op dit stuk.
De combinatie van vaak erg politiek denkende vertegenwoordigers en een maatschappelijke terughoudendheid leidt volgens mij naar een vorm van vertegenwoordiging die leeg is en voornamelijk in functie van zichzelf bestaat. Ideaal voor wie verlekkerd is op titels en macht, maar een tragische zaak voor geëngageerde studentenvertegenwoordigers uit de lagere echelons, voor studenten in het algemeen en voor een maatschappij die schreeuwt om betrokkenheid.

Simon Horsten

Als het nergens brandt, zorgt Splinter voor vuur. Al blijft het natuurlijk een opiniestuk, en dus strikt persoonlijk.