Betoging tegen gebruik apen als proefdieren

"Vlooien in onze pels"

Deze zaterdag werd er betoogd tegen het gebruik van een vijfentwintigtal makaakapen voor neurofysiologisch onderzoek. Voor de onderzoekers is dit een wetenschappelijke noodzaak, voor dierenrechtenactivisten wetenschappelijk machogedrag. Wie heeft gelijk? Geen makkelijke vraag, maar we leggen alvast enkele argumenten van de actievoerders voor aan de wetenschappers.

Ide Smets & Tom Demeyer

In eerste instantie bestaat er volgens veearts André Menache, een groot tegenstander van het gebruik van proefdieren voor biomedisch onderzoek, een Europees besluit dat zegt dat als een experiment kan worden uitgevoerd zonder dierenproeven, het verboden is dieren te gebruiken. Onderzoekers zouden deze reglementering volgens hem zonder scrupules naast zich neerleggen.
Professor Peter Janssen, directeur van het laboratorium neurofysiologie, vindt dit een pertinente onjuistheid: "Er is een onafhankelijke commissie van experts die het gebruik van dierenproeven evalueert. In september is er een publieke hoorzitting geweest, samengesteld uit mensen die ik van haar noch pluimen ken, die zich vragen heeft gesteld bij de noodzaak van dierproeven op verschillende domeinen binnen het biomedisch onderzoek zoals neurowetenschappen, infecties en toxicologie. Ze zijn tot het besluit gekomen dat het absoluut essentieel is om de aap in die context te blijven gebruiken."
Als alternatief voor dierproeven haalt Menache verschillende niet-invasieve methodes aan om hersenen te scannen aan zoals MRI, CT, PET. Peter Janssen bevestigt dat deze technieken heel erg nuttig zijn in hun experimenten, maar dat de beeldvorming die deze scans opleveren als alternatief gebruiken ontoereikend is: "Met beeldvorming kun je de bloeddoorstroming zien in de hersenen, maar je kan de hersenactiviteit zelf niet meten. Je meet dus iets indirect: als een gebied meer activiteit heeft, gaat het meer bloeddoorstroming krijgen. Er is wel een zekere correlatie, maar er zijn ook veel situaties waarbij die twee niet overeenkomen."
Menache heeft niet alleen problemen met de gebruikte technieken, maar daarenboven leiden de dieren een dieronwaardig bestaan in de laboratoria: "Voor de onderzoeken moeten de dieren in een speciale stoel volledig gefixeerd zitten, vervolgens moeten ze uren in een zwarte kamer op een knop drukken als ze een lichtpunt herkennen om dan een beloning te krijgen van bijvoorbeeld een paar druppels water. De herkenning van zulke punten heeft een training van vaak meerdere jaren gevraagd. De rest van hun dag spenderen ze alleen in kooien zonder omgevingselementen."

Getraind

"De apen worden inderdaad gedurende een lange periode getraind om bijvoorbeeld lichtpunten te her kennen op een scherm," vertelt Janssen, "maar uit studies waarbij men nagaat wat natuurlijk is voor het gedrag, blijkt dat de dieren in onze laboratoria hetzelfde hebben. Ze moeten iets doen om een beloning te krijgen. Het dier is dan ook zeer gemotiveerd om deel te nemen aan de tests. Het is verder inhoudelijk belangrijk voor een dier om te weten waar hij eten zal krijgen. Sommigen zijn er van ovetuigd dat de dieren hier een stresserend bestaan leiden, maar dat is absoluut niet waar. De apen zijn heel kalm en dat moet ook aangezien enkel hun hoofd gefixeerd wordt. De armen en ledematen kunnen vrij bewegen en als dat dier het beu is, kunnen wij hem niet dwingen om te blijven zitten. De experimenten zijn op aandacht gebaseerd. Als het dier niet wil, dan wil het niet."
Jef Arnout, directeur van het proefdierencentrum op Gasthuisberg, leidt ons rond door het proefdiercentrum: "Toen het onderzoek hier begon zaten die apen solitair in een kooi. We beseften dat dat niet goed was; apen zijn immers sociale beesten. Vandaar dat we nu groepen apen samen huisvesten. Ze zitten in kooien die per vier aan mekaar verbonden zijn en eventueel voor onderzoeken van elkaar kunnen gescheiden worden. Mochten we alle dieren samen zetten in één ruimte zou er een leiderschapsstrijd uitbreken onder de dieren met geamputeerde vingers of tenen ten gevolg wat ook zou gebeuren in de vrije natuur. Ze blijven ook niet heel de dag in hun kooi; één keer per dag verhuizen ze naar de speelruimte om zich daar gedurende een viertal uur te kunnen uitleven.."

Vlooien

In het neurofysiologisch laboratorium op Gastbuisberg wordt enkel fundamenteel onderzoek verricht naar de werking van onze hersenen zonder directe op geneeskundige toepassingen. Dat onderzoek moet volgens Menache enkel de nieuwsgierigheid van de onderzoekers stillen. Als veearts heeft hij geen enkel nut van de bevindingen van dit soort onderzoek, en ook de waarde voor de menselijke geneeskunde is miniem als we hem mogen geloven. Voor Janssen, daarentegen, is de noodzaak van dit soort onderzoek een onweerlegbaar feit: "Het onderzoek dat wij verrichten, zal in de toekomst helpen om de menselijke geneeskunde een grote stap voorwaarts te laten zetten. Dit is op lange termijn denken. Ook alle huidige, bestaande inzichten uit de neurologie, inclusief hun toepassingen, zijn gebaseerd bevindingen van twintig, dertig jaar geleden."
Zowel Janssen als Arnout zien de acties van de dierenrechtenorganisaties als een manier om aan het publiek uit te leggen wat er met het belastinggeld gebeurt. "Ze dwingen ons ertoe verantwoording af te leggen," omschrijft Arnout het, "Eigenlijk zijn zij een beetje de vlooi in onze pels. Het is niet zo erg dat we de jeuk uit onze pels moeten houden, maar het kriebelt."