Filmfirmament

Katanga Business

Katanga Business maakt de kijker kennis met de arbeiders, industriëlen en regeringsleiders van de Congolese koperprovincie Katanga. Door de stijgende vraag naar grondstoffen is Katanga hot voor buitenlandse investeerders. Regisseur Thierry Michel toont de kijker met veel savoir-faire hoe het er aan toe gaat in een zo goed als straffeloos wingewest van de grondstoffenindustrie.

Michiel Leen

Documentaires in de cinema, het wordt een al te schaars goed. Dat dit jammer is, bewijst Katanga Business van Congokenner en RTBF-reportagemaker Thierry Michel. In deze iets te lang uitgesponnen docu gaat hij in onze voormalige kolonie, de Volksrepubliek Congo, op zoek naar het verhaal achter de reusachtige koperontginnings-projecten in de provincie Katanga. Met summiere commentaren en hier en daar een (ironisch) streepje archiefbeeld uit de tijd van "onze Kongo" komt de kijker terecht in een complex web van economische belangen met als spil de enorme voorraden hoogwaardig koper en kobalt die Katanga als vanouds zeer gegeerd maken bij (groot)industriëlen allerhande.
Katanga Business sleurt de kijker mee in het verhaal van een roofbouw waarin niet meteen duidelijk is met wie we nu moeten sympathiseren. Is het de Canadese mijndirecteur die met geld van de Wereldbank een fabriek uit 1913 aan de praat houdt, met navenante arbeidomstandigheden tot gevolg? Is het de door arbeiders verafgoodde gouverneur Moïse Kazumbi, die halfslachtige pogingen onderneemt om op z'n minst een billijk percentage van de woekerwinsten terug te doen vloeien naar de Congolese staat? Zijn het de langzaamaan fossiliserende vertegenwoordigers van het Belgique de Papa die in de Katangese mijnbouw nog steeds de touwtjes in handen hebben? "Zoek het zelf maar uit," lijkt deze documentaire te zeggen.
Hoe onrechtvaardig sommige getoonde praktijken ook zijn, er mag in Katanga Business goddank ook al eens gelachen worden, zoals bij het niet geheel vlot verlopende bezoek van buitenlandse zakenlui, of de ontdekking van een clandestiene opslagplaats die gerund wordt door een Chinese expat die noch het Frans, noch het Engels, noch het Lingala machtig is. Of bij de wrange ironie van de aftiteling: "De bedrijven in de film, die in 2007 gedraaid werd, verloren door de impact van de economische crisis tot 90 percent van hun waarde."
Daarin schuilt misschien wel de kracht van deze documentaire: de afwezigheid van wat ten huize Leen het Oxfamvingertje genoemd wordt. Regisseur Thierry Michel en zijn ploeg zijn erin geslaagd een al te zwart-witte (no pun intended) interpretatie van de problematiek uit de weg te gaan en het moraliseren over te laten aan wie daar baat bij meent te hebben. Daarbij komt nog dat de prachtige Congolese natuur én de kolossale, roestige mijnbouwinstallaties op het grote scherm des te beter tot hun recht komen, waardoor het contrast met de onmiskenbare bonhommie van sommige protagonisten des te treffender wordt.
Samenvattend: een in-tel-li-gente, met veel metier gemaakte documentaire over een economische realiteit die te lande maar op weinig aandacht kan rekenen. Prachtige fotografie, intelligente montage en geen op-geheven vingertjes. Alleen de duurtijd van meer dan twee uur is een beetje te veel van het goede, maar dat willen we voor één keer wel door de vingers zien.