maandag 23 maart 2009 - jaargang 35 - nummer 19
Koen Geens wil simpelere universiteitsstructuur
"Ik ben geen Oosterlinck-boy"
Professor economisch recht Koen Geens was als student al gefascineerd door onze universiteit. Op zijn 51ste doet hij een gooi naar het hoogste ambt. Hij wil een universiteit leiden die op zoek gaat naar de waarheid. Wetenschappers hebben het recht om te dwalen, studenten de plicht om actief mee te werken in het universiteitsbestuur.
Eric Laureys & Ruben Bruynooghe
Veto: Waarom besliste u om kandidaat te zijn voor het rectorschap?
Koen Geens: «Er waren twee elementen belangrijk voor mij. Het eerste was dat de uittredende rector beslist heeft niet opnieuw kandidaat te zijn. Een tweede element was dat ik buiten de universiteit een aantal engagementen op mij had genomen die langer reikten dan begin maart, terwijl ik inzag dat het alleen maar zinvol was om deel te nemen aan de rectorsverkiezingen als ik mij hieraan helemaal kon geven en definitief. Ik heb dat dan ook met een aantal mensen besproken en de vrijheid gevonden om beschikbaar te zijn.»
Veto: Waarom was het voor u zo belangrijk dat Vervenne zich heeft teruggetrokken uit de verkiezingen?
Geens: «De voorbije maanden zijn pijnlijk en polariserend geweest. Ik zag in zo'n verkiezingsstrijd geen rol voor mij weggelegd. Omdat ik een zeer groot respect heb voor de uittredende rector, maar ook omdat ik part noch deel heb gehad aan datgene waar de verkiezingen over zouden gegaan zijn. Waarover men niet kan spreken, moet men zwijgen. En dat zou ik gedaan hebben.»
Veto: Zou u zeggen: weg met de rectorsevaluatie?
Geens: «Ja. Ik geloof dat het niet de juiste manier is om met een rectorskeuze om te gaan. Verkiezingen zijn wezenlijk in een gemeenschap die van participatie, vertrouwen en legitimiteit belangrijke punten maakt. Het rectorsambt is, in de goede zin van het woord, een politieke functie en geen managersfunctie. Een rector is het hoofd van een gemeenschap. Het is niet uitgesloten dat verkiezingen in de ogen van sommigen soms tot een verkeerde keuze leiden. Maar een sterke gemeenschap verdraagt dat moeiteloos. Ook externe selectie kan tot een verkeerde keuze leiden. Je kan die sneller repareren als je bereid bent de prijs daarvoor te betalen. Maar de schade die je dan hebt aangericht is vele malen groter dan wanneer je na een verkiezing moet toegeven dat de keuze die je gemaakt hebt niet optimaal is.»
Moed
Veto: Maar enkele jaren geleden was er wel een draagvlak voor die evaluatie.
Geens: «De motivatie was, geloof ik, dat het moeilijk is om moedige beslissingen te nemen wanneer men na een paar jaar moet herkozen worden. Ik denk ten eerste dat je sowieso moedig moet zijn en ten tweede dat in die motivatie een zeker wantrouwen zit tegenover democratie: ik vind het zijn waarde hebben dat iemand na een jaar of vier opnieuw moet verkozen worden op basis van het beleid dat hij gevoerd heeft. Men kan wel wat hebben van de vrouw of man die het algemeen belang goed behartigt.»
Veto: Bent u een goede leider?
Geens: «In deze context betekent leiden empathisch luisteren, sturen en richting geven. Dat sturen is het sturen van een zware pakketboot, je kan niet zomaar 180 graden draaien. Ik denk ook dat ik goed kan overtuigen eens ik een breed draagvlak heb gevonden, dat ik de collega's en de studenten moeilijke beslissingen kan doen aanvaarden. Een rector is een primus inter pares die de mensen het beste uit zichzelf laat halen. Iemand die achteraf niet met de pluimen van andermans werk gaat lopen.»
Veto: Studenten maken ook deel uit van het College van Bestuur. Vindt u studentenparticipatie een goede zaak?
Geens: «Het is ten eerste belangrijk dat alle geledingen van een universiteit deelnemen aan de besluitvorming. Studenten bekleden uiteraard een belangrijke positie. Ik heb zelf ongeveer alles gedaan in mijn faculteit behalve decaan gespeeld. Ik was onder andere negen jaar programmadirecteur. Studenten in ons huis kennen de dossiers doorgaans het best. Ik zou niet willen dat de studenten bij het beleid betrokken zijn zoals klanten. Zij zijn er zoals wij, voor de waarheid en voor de wetenschap.»
Veto: Hoe vrij is die wetenschap?
Geens: «In 1985 hield rector De Somer voor paus Johannes Paulus II zijn laatste grote rede en die ging over de vrijheid van het onderzoek. De Somer sprak over het recht om te dwalen.»
«Een wetenschapper heeft een open verhouding met datgene waar hij naar zoekt. Dat wil zeggen dat hij heel vaak iets vindt dat hij niet zocht. Ontdekkingen zijn vaak het gevolg van een toevalligheid. Als die open verhouding niet mag bestaan dan kan een wetenschapper niet behoorlijk functioneren.»
Humus
Veto: In hoeverre werkt de evangelische en christelijke inspiratie door in uw werk als academicus?
Geens: «Toch in zeker mate, ik geloof in de liefde met grote L. Er zijn ook de hoop en het geloof, maar iemand die in de liefde gelooft, die vertrouwt. Wie vertrouwt, kan samenwerken, delegeren, luisteren en uitgaan van de goede trouw van anderen. Dat is een humus waardoor bijna alles mogelijk wordt. Wie wantrouwt, creëert vaak datgene waar hij het meest bang van is.»
Veto: Wat zou u als thema van deze verkiezingen willen maken?
Geens: «Ik denk dat we erin moeten slagen opnieuw de puntjes op de i te zetten wat betreft de kern van het academisch gebeuren. De leden van de universitaire gemeenschap moeten plezier hebben en gevaloriseerd worden in wat ze doen. De complexiteit van de organisatie is door haar grootte dermate gesofisticeerd geworden dat de afstand tussen het bestuur van de universiteit en al die wetenschappers en professionals stilaan vervreemding in de hand werkt.»
Veto: Spreekt u nu over vereenvoudiging van de universiteitsstructuur?
Geens: «Voor zover het enigszins kan. Ik denk dat je veel meer inspraak zou kunnen bereiken met veel minder organen. De simpele vraag of we als universiteit een bepaalde principiële beslissing willen, moet door de ganse universitaire gemeenschap mee kunnen overdacht worden. Die heeft er geen boodschap aan om meteen een nota van 100 pagina's op haar bord te krijgen. De leden van de universiteit zijn zelfstandig en kritisch. Maar door de complexiteit van de structuur, én van de besproken problemen, moet de kans om hen voluit te laten participeren gere-creëerd worden. Dat dat niet eenvoudig is, besef ik maar al te goed.»
Oosterlinck
Veto: U heeft een boel engagementen buiten de universiteit. Het is niet evident om nog als een academicus pur sang te worden gezien.
Geens: «Ik heb altijd getracht excellent te zijn in onderzoek, onderwijs, maatschappelijke dienstverlening en beleid. Ik zeg niet dat ik dat geweest ben, het is aan anderen om daarover te oordelen. Medici die dagelijks in contact komen met patiënten hebben doorgaans een zeer nuchtere en relativerende kijk. Het mooie aan de Faculteit Geneeskunde is dat haar maatschappelijke dienstverlening geïntegreerd is in de universiteit. Ook Leuven Research and Development staat de valorisatie van onderzoek, wetenschappelijke en maatschappelijke dienstverlening voluit toe. Wetenschappers moeten zich kunnen engageren naar de samenleving toe, voor zover ze daar een meerwaarde kunnen betekenen. De natuurlijke habitat van de jurist is de advocatuur, de magistratuur, het notariaat, het bedrijfsleven, de sociale profit sector of het beleid. In die zin heb ik iets klinisch in mij: ik wil mijn onderzoek ten dienste stellen van mensen. Ik denk niet dat zulks mij minder academicus maakt dan een collega-medicus of een collega-ingenieur. Maar er is geen legal clinic of legal spin-off aan de K.U.Leuven.»
Veto: Een ander perceptieprobleem is misschien dat u bekeken wordt als 'een man van Oosterlinck'. U heeft immers meegeschreven aan de statuten van de Associatie.
Geens: «Sommige journalisten willen een campagne tussen Vervenne en Oosterlinck. Maar ik denk dat je niet veel gelijkenissen zal zien tussen, bijvoorbeeld, Mark Waer en rector Vervenne of tussen Koen Geens en ere-rector Oosterlinck. Met de hand op het hart: Oosterlinck heeft me niet gevraagd om kandidaat te zijn. Als in een academische gemeenschap verkiezingen worden gehouden die waardevol willen zijn, dan moet die gemeenschap afstand kunnen nemen van dit soort polariserende en tendentieuze vergelijkingen.»
Veto: Hoe groot schat u uw kansen op het rectorsmandaat in?
Geens: «Eén kans op vier. De vorige verkiezingen zijn totaal onvoorspelbaar gebleken. We spreken hier immers niet over verschillende traditionele partijen, maar over personen die zich voor het eerst aandienen en bovendien een absolute meerderheid moeten halen.»
Himpens
Veto: Het komt u toch goed uit dat er twee kandidaten uit dezelfde faculteit komen?
Geens: «Ja, absoluut. (lacht) Er is daar een grappige anekdote over. Ik was op een middag bij de decaan van Farma, in Onderwijs en Navorsing op Gasthuisberg. Maar bij het verstrooid terugkomen liep ik verloren en kwam ik via een 'onderaardse' gang uiteindelijk terecht in de cafetaria waar blijkbaar een minuut later decaan Himpens gepasseerd is. Daar is dan het verhaal aan ontleend dat wij een voorakkoord zouden hebben. Ik kan u nadrukkelijk bevestigen dat er geen afspraak tussen ons bestaat.»
Veto: U heeft ooit gezegd dat het onderwijssysteem aan de universiteit allesbehalve ideaal is in de lagere jaren.
Geens: «Je bent mondig als afgestudeerde humaniorastudent. Eens aan de universiteit, word je soms in een heel groot auditorium gezet met getallen van 200 tot 700 lesgangers en dan verleer je publiek te spreken. Maar in kleinere groepen is interactiviteit een veel minder zware opgave. Zoiets bereiken vergt enorm veel middelen, maar ik hoop dat ik daar als rector toch iets aan zou kunnen veranderen.»
