Dagboek van kandidaat-rector Geert Janssen (6)

Betrokken en bezorgd

Alle kandidaten hebben het eerste obstakel van de rectorsverkiezing overwonnen, dus ook Geert Janssen, student en rectorskandidaat. Over zijn schouder lezen we mee in de persoonlijke pennenvruchten waarin hij zijn wedervaren wekelijks verwoordt.

Ghostbuster

Maandag. «Muchos por falto de sentido no lo pierden. Velen verliezen hun verstand niet, aangezien ze er geen hebben. Hoe is het mogelijk dat alle kandidaten worden voorgedragen door een representatief deel van het stemvee? Ziet dan niemand dat ik de enige geloofwaardige kandidaat ben? Veel verstand is onder de stemmende academici niet verloren kunnen gaan, dunkt mij.»
«Afijn, zo lang het spel te mijner wille correct gespeeld wordt, kan ik niet anders dan winnen. Volgens Lord Byron zijn er twee opties, zoals in elk spel: winnen of verliezen. Maar wie creatief is met de spelregels, sluit die tweede als de wiedeweerga uit. En bovendien: iedereen weet wat er met Byron gebeurd is. Dodelijk gestorven aan een morbeuze agonie met fatale afloop. Daar hoedt deze jongen zich wel voor.»
Woensdag. «Vlaanderen verwelkomt mij. Tenminste, indien de enkele cabinetards die mij vorige week hebben opgebeld en nu voor mij zitten bij wijze van synecdoche de gehele Vlaamse natie vervleeslijken. Het zal wel. Vlees genoeg.»
«Ze waarschuwen me voor een tegenkandidaat die ze zelf hebben gekend: dat hij zich ongelukkig voelde in de politiek, zeggen ze, dat hij grondig is in het voorstellen van verschillende opties maar zelf geen keuzes durft te maken. En zo ad infinitum. Ik luister al niet meer. Het profiel van mijn collega-strijders interesseert me slechts matig. Ik doe het op eigen kracht, ik laat de kiezers een positieve keuze maken voor de kandidaat die hen het best vertegenwoordigt. Ik, Geert Janssen.»
Zaterdag. «De equinox, altijd een mooi moment. Dit is de dag van het evenwicht, in balans gehouden door een nacht van exact even veel evenwicht. Even zwicht ik zelfs, door de schoonheid van de tijd van het jaar: tegen mijn voornemens in bel ik voor een afspraak met de belangrijkste oud-rector die aan onze Alma Mater nog een professorenbureau heeft. Niet dat hij daar ooit komt, maar het symboliseert zijn bijzondere betrokkenheid bij de basis toch.»
«De oud-rector vraagt me hem meteen te bezoeken. We eten tezamen, hij praat als was hij alleen. Een bijzonder interessant gesprek, overigens. Het duurt drie uur en gaat over een heleboel zaken, maar vooral over de rol van diversiteit aan onze instelling. Betrokken en bezorgd dist mijn disgenoot een waarachtig verhaal op waarin de protagonisten hijzelf, een Nepalese sans-papier en zijn eigen betraand gezicht zijn. Het is zeer verhelderend, vooral omdat ik nu eindelijk inzicht heb gekregen in de grootsheid van deze grote oud-rector. Ik heb er nu nog meer zin in gekregen.»
«Als ik rector word, zal ik mij ook inzetten voor de zwakkeren in de samenleving - of ze zich nu in de straat bevinden, dan wel in een tochtig gebouw dat op krukken loopt. Op mij kunnen ze rekenen.»
Zondag. «In mijn hoofd is geen plek voor dwaling, maar soms komt de nevel op en ken zelfs ik een zwakker moment. Hoe lang nog tot de zekerheid het wint van de vage voorspellingen? Hoe kan ik weten wat de toekomst brengen zal? Diderot, als vanouds, biedt houvast: "Le présent est gros de l'avenir." Vrij vertaald: de toekomst begint vandaag.»