Bernard Himpens

"Ik heb geen schrik om te besturen"

Als decaan van de faculteit Geneeskunde draait professor dokter Bernard Himpens al enkele jaren mee in de Academische Raad (AR). Op zijn vijftigste stelt hij zich kandidaat voor het ambt van rector. "Als je bepaalde zaken wenst bij te sturen of nieuwe accenten wil leggen, dan kun je twee dingen doen: aan de kant blijven staan, of mee participeren in het debat. Ik heb voor dat laatste gekozen."

Ken Lambeets & Maud Oeyen

@@HIMPENS.jpg

Christine Laureys

Bernard Himpens: «Ik heb lang getwijfeld of het nu wel het juiste moment was om deel te nemen aan de rectorsverkiezingen. Zeker omdat ik ook decaan ben van de faculteit Geneeskunde. In feite moest ik al goede argumenten hebben om het wel te doen.» Himpens: «Naar aanleiding van het debat van de laatste maanden, denk ik dat we naar een open en transparant bestuursmodel moeten waarbij er zowel voor degenen die hier werken als voor degenen die hier studeren, meer ruimte gecreëerd wordt voor het creatieve, het innovatieve. Maar het beleid moet ook alert blijven: er komen heel wat uitdagingen op ons af. We moeten uitgaan van een gastvrij engagement naar alle sectoren in onze samenleving, zowel hier in België als in de rest van de wereld. Die elementen vond ik zo belangrijk dat ik dacht: "Laten we ervoor gaan."»

Aftoetsing


Veto: Waar moet de K.U.Leuven op korte termijn stevig bijgestuurd worden?
Himpens: «We moeten zo snel mogelijk duidelijkheid scheppen over het bestuursmodel. Vier jaar geleden zijn we gestart met een nieuwe structuur, met drie groepen. Er moet nu een grondige reflectie komen. Wensen we dit? Zijn er te veel lagen? Als je een maatschappelijk draagvlak wil hebben, dan moet iedereen zich kunnen vinden in de structuren. Ik heb het altijd zeer onlogisch gevonden dat een rector verkozen wordt en vervolgens geëvalueerd. Dat is zeer onnatuurlijk. Een verkiezing moet gevolgd worden door een herverkiezing. Dat heeft allemaal te maken met de transparantie van het beleid.»
Veto: Wat is uw visie op onze universiteitsstructuur?
Himpens: «In het verleden zijn er veel onwaarheden verschenen in de media. Er zouden enkel maar externe managers in de Raad van Bestuur (RvB) zitten. Ik heb dat nooit zo ervaren. De externe bestuurders zijn zeer competente mensen uit het ganse maatschappelijk landschap van Vlaanderen. Ze zijn bereid een stuk van hun drukbezette tijd in de K.U.Leuven te stoppen. Dat is positief.»
«Het is wel zo dat de AR de eerste viool zou moeten spelen in de academische kwesties. Niet zozeer om documenten die bijna af zijn te bekrachtigen, maar wel om na te denken over waar we naartoe willen met de universiteit. De AR moet zich meer bezighouden met de grote dossiers, waarbij er wordt beslist welke richting men wil uitgaan.»
«Het College van Bestuur (CvB) moet zeer efficiënt zijn, zowel qua voorbereiding als opvolging, en ze moet ook continu interageren met de RvB. De Universiteitsraad moet vaker samenkomen. Dat is het orgaan waar de visies van de internen worden getoetst aan de visies van de externen. Die aftoetsing kan leiden tot een efficiënter beleid.»
«Dan zijn er de drie groepen, elk met hun eigen dynamiek. Het gebeurt dat iets op tien verschillende fora besproken wordt, maar dat uiteindelijk niemand weet waar de finale beslissing genomen is of wat het finale besluit net inhoudt. »

Informatiedoorstroom


Veto: Voor een rector zijn politieke contacten ook altijd erg belangrijk.
Himpens: «Het zou utopisch zijn te zeggen dat ik momenteel over alle contacten beschik die nodig zijn: iedereen moet groeien in zijn functie. Door mijn functie als Secretaris van de Koninklijke Academie voor Geneeskunde heb ik wel al veel contacten op het federale, Vlaamse en Franstalige niveau, al zijn die voornamelijk gesitueerd op het vlak van de gezondheidszorg. Laat ons zeggen dat ik best een uitgebreid netwerk heb en we kunnen daar nog aan werken.»
Veto: Wat met het Leuvens Universitair Systeem (LUS)?
Himpens: «Er moet snel duidelijkheid worden geschept in dat dossier. Zoniet, dan ontstaat er mogelijk een escalatie van al dan niet verkeerde informatie. Een grote groep mensen stelt zich vragen. Studenten die overwegen om voor dergelijke geïntegreerde opleidingen te kiezen, willen ook weten hoe het nu eigenlijk zit met de structuren. Er moet nu effectief worden vooruitgegaan. Al moeten de opleidingen wel hun eigen profiel behouden. Ook de professionele hogescholen zijn waardevol. We moeten het signaal geven dat we die integratie ook echt wensen en dat we die kwaliteitsvolle criteria ook wensen door te voeren.»
Veto: U staat zelf dicht bij de professionele hogeschoolopleidingen.
Himpens: «Omdat ik departementsvoorzitter geworden ben van Gezondheid en Technologie, heb ik ervaren dat we heel wat dingen kunnen optimaliseren door samen te werken. Neem nu de informatiedoorstroom naar studenten: mensen die minder geschikt zijn voor een academische opleiding, maar wel interesse hebben in een professionele opleiding moeten beter geholpen worden. We hebben een draaiboek om zoiets aan te pakken, zodat er geen studieduurverlenging hoeft te zijn. Omgekeerd geldt hetzelfde: hoe kunnen we het fameuze zalmeffect (waarbij studenten gestimuleerd worden om bijvoorbeeld via schakelprogramma's verder te studeren, red.) mogelijk maken? Door goede taakafspraken in de professionele bacheloropleidingen kunnen we een beter schakel- en masterprogramma hebben, met meer studenten.»
Veto: Er heerst momenteel veel onduidelijkheid over het bestuursmodel van het LUS.
Himpens: «Als je wil samenwerken heb je daarvoor natuurlijk een ganse infrastructuur en omkadering nodig. Wil je een opleiding op twee verschillende plaatsen aanbieden, dan moet je globaal een akkoord hebben over de inhoud van het programma en over de kwaliteitscriteria. Ik heb er niets op tegen dat er voor de academische opleidingen wordt samengewerkt met de hogescholen, die in feite de praktische organisatie van het onderwijs op die verschillende campussen moeten regelen. Maar ik vind het wel belangrijk dat de opleidingen zelf onder de verantwoordelijkheid blijven van de verschillende faculteiten.»
Veto: Wat is volgens u de rol van de voorzitter van de Associatie?
Himpens: (lacht hartelijk) Ik verwachtte die vraag. De universiteit moet door de universiteit bestuurd worden. Punt. De voorzitter van de Associatie gebruiken we voor datgene waar hij goed in is. Dat is misschien een krasse uitspraak, maar hij heeft zeer veel competenties, zeer veel expertise. We moeten hem gebruiken om de universiteit te versterken.»
«De Associatievoorzitter moet ook naar zijn achterban kijken, waartoe ook de hogescholen behoren. Hij heeft dus een andere finaliteit dan de rector van de universiteit, die in feite eerst en vooral rector is van zijn universiteit.»
Veto: Hoe is uw persoonlijke band met de voorzitter van de Associatie K.U.Leuven?
Himpens: «Ik ken ererector Oosterlinck al jaren. We hebben al enkele zeer geanimeerde discussies gehad, zeker in verband met het bestuursmodel van de universiteit. Wat is een universiteit waar niemand nog de ander durft tegenspreken? Verschillende mensen uiten hun mening, en proberen tot een conclusie te komen.»
Veto: U kunt hem wel de baas?
Himpens: «(lacht) Jullie zouden graag hebben dat ik dat zeg, zeker? Mocht ik verkozen worden, dan wens ik als rector de universiteit ook daadwerkelijk te besturen. Ik heb in het verleden getoond dat ik daar niet bang voor ben.»
Veto: De universiteit heeft het moeilijk met het aantrekken van allochtone jongeren. Hoe denkt u daarop in te spelen?
Himpens: «Er zijn een aantal zeer goedbedoelde initiatieven geweest, maar die hebben niet altijd het effect gehad dat werd beoogd. Lopende initiatieven moeten we behouden en versterken. Maar we mogen niets forceren of ontmoedigd raken. Dat is het ergste wat ons kan overkomen. Het is niet goed om te denken dat de infodag voor allochtone jongeren vorig jaar mislukt is omdat er niemand kwam opdagen. In mijn ogen was die infodag een krachtig signaal dat de K.U.Leuven openstaat voor allochtone jongeren. Ook in hun gemeenschap zal op die manier het idee groeien dat er belangstelling voor is. Ik denk dat we zeker resultaat kunnen boeken, maar je mag niet verwachten dat zoiets van vandaag op morgen gebeurt.»

Merkwaardig


Veto: Kent u de andere rectorskandidaten goed?
Himpens: «Mark Waer ken ik zeer goed. Stefaan Poedts en Koen Geens ken ik nauwelijks, maar we zullen elkaar de volgende weken ongetwijfeld wel vaker ontmoeten.»
Veto: Koen Geens zou u gevraagd hebben om kandidaat te zijn om stemmen af te troggelen van Mark Waer, in ruil voor het vice-rectorschap van de Groep Biomedische.
Himpens: «Dat stond zelfs al in de krant nog voor ik beslist had over mijn deelname. Op kranten heb je geen vat. Maar als ik zou willen dat Koen Geens verkozen zou worden, dan had ik me toch beter bij zijn ploeg aangesloten? Waarom zou ik mezelf kandidaat stellen en een heel eigen programma uitwerken als het toch allemaal alleen maar 'om te lachen' is?»
Veto: Maar u begrijpt toch wel dat het feit hier meespeelt dat Mark Waer eveneens kandidaat is?
Als er uit een andere groep twee kandidaten komen, wordt daar niet over gesproken. Bij de Biomedische Wetenschappen toevallig wel, gewoon omdat dat één grote faculteit is. Het gaat toch in tegen alle regels van openheid om daartegen te protesteren. Eigenlijk zeg je dan: "Als er één kandidaat uit Geneeskunde is, dan mag er geen tweede zijn, want dan ga je de mogelijkheden van de eerste kandidaat verkleinen."»
Veto: Hoe schat u zelf uw kansen in?
Himpens: «Dat is altijd moeilijk te zeggen. Ik zou me niet kandidaat stellen als ik wist dat ik kansloos was. Maar de kiezer zal beslissen.» Momenteel wordt u achter Koen Geens en Mark Waer geplaatst.