Stefaan Poedts

"De kunst van de eenvoud"

De vrij onbekende Stefaan Poedts verraste vriend en vijand door zich kandidaat te stellen voor de functie van rector. Zijn persoonlijke website verklapt ons dat hij houdt van saxofoon spelen en op zijn blog valt te lezen hoezeer de man kan genieten van een ritje op zijn motorfiets. Naast 'street cred' heeft Poedts een naam als een klok, maar weet hij ook waar de klepel hangt?

Jeroen Deblaere & Tom Demeyer

@@POEDTS.jpg

Stephanie Verbeken


Veto: Uw kandidatuur kwam veeleer onverwacht. Waarom heeft u zo lang gewacht?
Stefaan Poedts: «Ik heb dat deels uit tactische overwegingen gedaan. Maar zo onbekend ben ik niet, denk ik. Ik heb bij de vorige verkiezingen ook mijn stem geroerd en ik ben al sinds ik aan de K.U.Leuven werk betrokken bij de manier van werken en geïnteresseerd in de beleidsstijl die hier gehanteerd wordt. Ik heb ervaring opgedaan bij de andere instituten waar ik gewerkt heb. Er zijn toch veel zaken die verbeterd kunnen worden. Ik heb sinds 1996 een lijstje bijgehouden dat als titel heeft: 'als ik rector zou zijn'. Ik heb dat lijstje tijdens de vorige verkiezingen aan een aantal kandidaten voorgelegd, maar deze keer dacht ik: nu ga ik er zelf voor.»
Veto: Wat trok u dan over de streep?
Poedts: «Er zijn frustraties, maar men kan altijd kritiek hebben. Enfin, de beste stuurlui staan aan wal. Ik dacht op een bepaald moment: ofwel doe ik er nu zelf iets aan, ofwel hou ik voor altijd mijn mond. Omdat ik moeilijk mijn mond kan houden, doe ik het nu zelf maar.»

Kras


Veto: Wat is uw grootste frustratie?
Poedts: «Er moet meer openheid komen, meer inspraak. Wat frustrerend is, is dat alles zich boven ons hoofd afspeelt. Er worden beslissingen genomen waar wij totaal niets van weten. Dat vind ik kras.» Veto: Hoe zou u dit concreet aanpakken?
Poedts: «Ik vind dat er een betere doorstroom van informatie moet zijn. De communicatiekanalen moeten beter gebruikt worden. Er moeten misschien zelfs nieuwe kanalen worden aangewend. Kijk maar naar de evaluatie van de rector. Er is blijkbaar een gebrek aan een communicatiemiddel voor de bestuurlijke bovenbouw en de basis. Daardoor gaat die communicatie via de pers. Dat kan vrij eenvoudig opgelost worden.»
Veto: Wat zijn de basispijlers van uw programma?
Poedts: «Mijn programma is gebaseerd op vier basisprincipes. Ten eerste is medezeggenschap belangrijk. We moeten meer inspraak hebben in het beleid. De kanalen die er zijn, zoals de ondernemingsraad, moeten gebruikt worden.»
«Openheid en transparantie is een tweede pijler. Dat is van toepassing op evaluatieprocedures - je moet zien wat er gebeurt - maar dat speelt ook op andere niveaus. Als je bijvoorbeeld een aanvraag voor een project indient, dan worden de selectiecriteria wel gecommuniceerd, maar voor mij gaat die openheid veel verder. Je moet kunnen zien dat die selectiecriteria echt worden toegepast. Beoordelingsrapporten van externen moeten ingekeken kunnen worden, ook vóór de beslissing genomen is. Zo is er plaats voor bijsturing zonder dat het hele project afgevoerd moet worden.»
«Een derde punt draait om waardering. Dat heeft ook met evaluatie te maken. Kijk maar naar de docentenevaluatie. We krijgen een grafiek met het aantal publicaties en citaties. Als dat cijfer hoog genoeg is, dan krijg je een 'voldoende'. Ook als je uitblinkt krijg je nog steeds 'voldoende'. Zoiets werkt demotiverend. Ik vind dat er een motivatiebeleid moet komen aan de universiteit. Ik wil functioneringsgesprekken invoeren, waar je de mensen echt kan motiveren. Die functioneringsgesprekken bestaan al voor ATP, maar dat moet er ook komen voor AAP en voor ZAP.»
«Functioneringsgesprekken zijn ook erg belangrijk om mensen aan te sporen om een dossier in te dienen. Vrouwen hebben bijvoorbeeld een grotere drempel te overwinnen voor ze een dossier indienen. Tijdens zo'n functioneringsgesprek kan je hen toch aanmoedigen om dat te doen. Misschien gaan vrouwen dan beter doorstromen naar de hogere functies. Hetzelfde geldt voor allochtonen. Zo kan je duidelijk op een eenvoudige manier differentiëren.»

Vrijheid

«Het vierde belangrijke punt is de ondersteunde academische vrijheid. Academische vrijheid betekent voor mij de vrije keuze van het onderzoek dat je wil doen, de manier hoe je dat wil doen en de manier hoe je dat onderzoek naar buiten wil brengen. Ook wat lesgeven betreft. Het dagelijkse werk van een ZAP-lid is heel gedifferentieerd, wij moeten ons met alles bezighouden. Er is erg veel administratie en ballast. Wij moeten onder andere projecten aanvragen, rapporteren, lessen verzorgen, syllabi bijhouden en Toledopagina's updaten. Ik doceer vijf vakken, maar ik moet wel twintig pagina's verzorgen. Er is veel minder tijd voor wetenschappelijk onderzoek. In het eerste semester kan ik gerust zeggen dat ik bijna geen onderzoek heb gedaan. Onderzoek is mijn hobby geworden, ik moet het in het weekend doen.»
«Daar is nochtans eenvoudig een mouw aan te passen. Er moet een betere ondersteuning komen. In mijn programma voorzie ik ook het plan om onderwijsteams op te richten voor bachelorvakken. In principe moet iedereen die vakken kunnen geven. Die vakken worden dan het ene jaar door de ene prof gegeven, het andere jaar door een andere prof. Dat werkt - ik heb dat gezien in Schotland.»
Veto: Hoe staat u tegenover de rectorsevaluatie?
Poedts: «De positie van de evaluatie van de rector is voor mij heel duidelijk: er moeten verkiezingen komen. In mijn programma staat dat ik mij na vier jaar opnieuw verkiesbaar stel. Ook van de screening ben ik geen voorstander. Ik wil dat zo snel mogelijk afschaffen. We mogen niet in een impasse komen. Die discussie moet tegen 2010 opgelost zijn.» Poedts: «Daar zijn voor- en nadelen aan. De voordelen zijn duidelijk: de aanwezigheid over heel Vlaanderen qua werving van studenten. Studenten zijn minder mobiel, zo blijkt uit een studie, en het is dus wel zo dat die aanwezigheidspolitiek interessant kan zijn. Wat die inkanteling betreft, zijn er wel wat problemen, want de huidige financiële regeling is nog niet aangepast aan het systeem van de associatie. Er moet met de regering overlegd worden hoe we dat model kunnen aanpassen.»
«Het wordt zeer complex omdat we met een multicampusmodel te maken zullen krijgen. Dat is een zeer grote uitdaging. Geheel volgens mijn basisprincipe van medezeggenschap vind ik dat die campi ook een zekere mate van autonomie moeten behouden.»
Veto: Wat moet er met de Kortrijkse campus gebeuren?
Poedts: «Wel, dat zal vrij soortgelijk zijn met die andere campussen. Nu is er een vicerector voor Kortrijk, maar misschien moet er meer autonomie en een campusrector komen. Misschien ook een driejarige bachelor, waarom niet? Als de vraag om meer autonomie leeft, dan wil ik daar zeker naar luisteren, op voorwaarde dat het financieel haalbaar is, natuurlijk.»

Studenten


Veto: Wat is uw visie op het studentenbeleid?
Poedts: «Ik denk dat studenten nu al veel verantwoordelijkheid hebben en medezeggenschap hebben in het beleid. Er zijn toch nog vragen van LOKO (de Leuvense Overkoepelende Kringorganisatie). Dat ze niet vertegenwoordigd zijn in de Bijzondere Academische Raad en dat ze daar geen inzagerecht hebben bijvoorbeeld. Dat inzagerecht is het minimum, adviesrecht vind ik bespreekbaar, maar stemrecht is wel een stap te ver.»
«Ik ben trouwens een voorstander van het project Begeleide Zelfstudie, maar de nadruk ligt daar nog te veel op de aspect studie. Het aantal contacturen moet beperkt worden. Een betere organisatie van de lessen is ook absoluut nodig. Het verbaast me dat er nog steeds lange lesblokken zijn zonder pauze.»
Veto: De K.U.Leuven hinkt achterop op het gebied van de instroom van allochtone studenten. Hoe plant u dat probleem aan te pakken?
Poedts: «Volgens mij ligt het probleem in de eerste plaats bij het personeel. Ik denk dat de instroom daardoor bepaald wordt. We moeten allochtonen in ons personeel krijgen: AAP, maar ook ZAP, waarom niet? De allochtone studenten zullen dan wel volgen.»
Veto: Moet een universiteit zich mengen met het maatschappelijk debat, zoals bij de sans-papiers?
Poedts: «Een universiteit heeft drie functies: onderzoek, onderwijs en maatschappelijk dienstbetoon. De universiteit moet zich mengen. Of ze sans-papiers moet opvangen, dat weet ik niet. Het zal vast nodig geweest zijn om een krachtig signaal te geven. Het opvangen van die mensen kan misschien ook allochtone studenten aantrekken.»
Veto: Er wordt al eens gezegd dat de functie van de decanen niet duidelijk omschreven is. Wat houdt die functie volgens u in?
Poedts: «In onze groep is door de hervormingen het begrip 'faculteit' uitgehold. Het wordt tijd dat er een audit komt van de hervormingen destijds. Zijn de doelen bereikt en kunnen we zo mogelijk bijsturen?»
«Als wiskundige ben ik voor vereenvoudiging. In een wiskundig model moet alle ballast verdwijnen. Het is de kunst van de eenvoud. In de universiteit moet dat ook kunnen. Als de faculteiten bevoegdheden moeten afstaan aan de groep en aan de departementen dan zou het misschien beter zijn dat de faculteiten ophouden te bestaan in onze groep. Faculteiten fungeren steeds meer als een muur bij interdisciplinaire projecten. Het kan interessant zijn om te kijken in hoeverre de faculteit ballast is voor de structuur van onze universiteit.»
Veto: Wat beschouwt u zelf als uw grootste zwakte?
Poedts: «Ik neem te veel hooi op mijn vork en ik kan moeilijk neen zeggen.»