maandag 23 maart 2009 - jaargang 35 - nummer 19
Mark Waer
"Tijd om de universiteitsstructuren te zuiveren"
Hij is vicerector Biomedische Wetenschappen, hij heeft een ziekenhuis met duizend bedden geleid en is er ooit hoofdgeneesheer geweest. Daarbuiten is hij ook nog eens kotbaas. Rectorskandidaat Mark Waer is duidelijk de man van de praktijk. Het huidige beleid heeft geen geheimen voor deze kandidaat, maar waarom wil Waer pas na vier jaar de handen uit de mouwen steken?
Tom Demeyer & Maarten Goethals
Mark Waer: «De K.U.Leuven zit in een institutionele crisis, die mits bepaalde structuurveranderingen weggewerkt kan worden. De reglementen laten mij toe maar vier jaar rector te zijn, maar dat zie ik als een voordeel. Je bent namelijk verplicht onmiddellijk te handelen. Die vier jaar maakt ook dat men mij typeert als een soort overgangsfiguur. Maar mag ik je erop wijzen dat paus Johannes XXIII ook een overgangsfiguur was die enorm veel heeft verwezenlijkt? Overgangsfiguren zijn ambitieus en schrikken niet om zich te manifesteren.»Conceptueel
Waer: «Mijn vingers begonnen te jeuken. Ik zag de laatste twee jaar heel wat fout lopen. Komt daarbij dat na de niet-verlenging het wantrouwen in de beleidsstructuren is gegroeid. Dat blijkt duidelijk uit de vele enquêtes. Daarom moeten we met de volgende ploeg inzetten op vertrouwen, zowel intern als extern. Ook daar is nog veel werk. Kijk maar naar hoe de Associatie K.U.Leuven bijvoorbeeld gepercipieerd wordt.»Veto: Als een imperialistische instelling, met een rijk van Oostende tot Hasselt?
Waer: «Dat is toch een ongelooflijke defensieve houding, niet? Alsof we spreken van een politieke bezetting in het onderwijslandschap. Misschien niet geheel onterecht, mensen willen altijd winnen. Maar de sterkste geniet daarom niet de meeste vertrouwen. We moeten als instelling leren durven geven. Nu zijn we niet zo graag gezien. Dat hoor je als je met veel externen spreekt.»
Veto: Nochtans stond Vervenne voor de zachte aanpak wat externe relaties betreft.
Waer: «Hij heeft inderdaad een nieuwe houding van respect en vertrouwen geïntroduceerd. Alleen is die houding onvoldoende praktisch ingevuld.»
Veto: Hoe zal u zich daarvoor hoeden?
Waer: «Ik denk dat ik pragmatischer ben. Voordat ik vicerector was, ben ik hoofdgeneesheer geweest in het UZ Gasthuisberg. Dat is een zeer praktische functie met enorme verantwoordelijkheden. Ik kon en mocht toen geen fouten maken want het ging om mensenlevens. Waar het om gaat is de combinatie vinden tussen het conceptuele en datgene wat gerealiseerd moet worden.»
Raad van toezicht
Veto: Een van de belangrijke discussiepunten tijdens deze verkiezingen zal ongetwijfeld de beleidsstructuur van de K.U.Leuven zijn. Moet die veranderen?
Waer: «Ik denk niet dat er veel moet veranderen. Nieuwe structuren lossen ook niet alle problemen op. Wat er wel moet gebeuren is het systeem zuiveren. Vooreerst is er de vraag of een rector na zijn eerste mandaat geëvalueerd moet worden, of zijn verkiezingen beter? Omdat de universiteit een presidentieel regime is, pleit ik voor dat laatste. Een universiteit moet zijn leiders verkiezen, die op hun beurt naar hun achterban moeten rapporteren. Dat is in de eerste plaats de Academische Raad (AR), waar onder andere alle decanen zetelen, die een beetje fungeert als het parlement. Daarnaast dient een rector en zijn ploeg trouw te zijn aan de grondwet en de Inrichtende Overheid (IO), waar bijvoorbeeld de kardinaal in zetelt. Zij waakt of de opdrachtverklaring wel gevolgd wordt.»
«Bij de Raad van Bestuur (RvB), een groep van externe bestuurders, loopt er momenteel iets fundamenteel fout. Nu is het namelijk onduidelijk wie de universiteit bestuurt: de rector of de voorzitter van de RvB? De RvB is idealiter een plek waar de rector bepaalde zaken kan voorstellen en aftoetsen. Om dat controlerende van haar functie duidelijk te maken, zou ik haar voorzitter in de toekomst 'commissaris van de IO' noemen. Dat naar analogie met de regeringscommissaris die nu namens de Vlaamse overheid de instellingen controleert. Ook wil ik het orgaan een nieuwe naam geven, namelijk: de Raad van Toezicht.»
Veto: Verricht die in uw visie ook inhoudelijk werk, wat iets nieuws zou zijn?
Waer: «Neen, dat is niet de bedoeling. In de AR wordt er gestalte gegeven aan het beleid. De IO is voor mij de wettelijke macht, de RvB heeft een controlerende functie dat rekening houdt met de verschillende geledingen aan de universiteit. Door duidelijk te omlijnen waar ieders bevoegdheid ligt, los je vooraf veel problemen op. Ik heb in het ziekenhuis vastgesteld hoe moeilijk de werking draait als je taken en verantwoordelijkheden gaat mengen. De RvB mag, in mijn ogen, geen CvB-bis worden, en dat is wat er eigenlijk de laatste maanden voor problemen heeft gezorgd.»
Veto: De AR is een mak orgaan geworden, hoor je velen zeggen. Gaat u daarmee akkoord?
Waer: «De AR kent drie problemen. Vooreerste is de opdracht van verschillende aanwezigen onduidelijk. Neem bijvoorbeeld de dubbele positie van de decanen. Zij hebben zowel een bestuurs- als een democratische controlefunctie. Op de AR is het vaak niet duidelijk in welke hoedanigheid zij daar zetelen en met welk petje aan zij soms spreken.»
«De samenstelling en de uitvoering van de agenda is het tweede probleem. Vaak worden er punten geagendeerd die eigenlijk totaal niet op de AR behandeld moeten worden. Ik kan u menig voorbeeld van dossiers geven waarvan je denkt: waar zijn we mee bezig? Bijvoorbeeld tot in de details uitgewerkte onderwijsdossiers, voorbereid door de onderwijsraad, worden op de AR opnieuw bediscussieerd. Gevolg hiervan is dat echte strategische beslissingen amper of niet meer worden besproken. Bijvoorbeeld is er over de associatie nooit echt grondig gediscussieerd. Wat het verschil is tussen een academische opleiding aan de hogeschool en een academische opleiding aan de universiteit is er ook nog nooit behandeld.»
«Een laatste probleem is de betrokkenheid. Ik wil de academische basis meer betrekken. We kunnen bijvoorbeeld werken met een soort kamercommissies, zoals in het parlement. Voor er een punt op de AR komt, wordt dat eerst besproken in zo'n commissie waar, afhankelijk van dossier, verschillende mensen aanwezig zijn. Een nieuwsbrief van de AR zou ook geen slecht idee zijn, zo kunnen we iedereen onmiddellijk duidelijk maken waarmee we bezig zijn en kan, wie geïnteresseerd is, solliciteren om mee een bepaald punt voor te bereiden.»
LUS
Hoe staat u tegenover het Leuvens Universitair Systeem (LUS), het toekomstig samenwerkingsverband tussen de K.U.Leuven, haar groter broertje de associatie en de individuele katholieke hogescholen? Waer: «Ik heb daar vrij precieze ideeën over. Principieel ben ik pro het netwerk. Waarom? Om maatschappelijke redenen: het is onze taak om goed aan kennisverspreiding te doen. En om pragmatische redenen: het levert ons heel wat voordelen op, bijvoorbeeld wat rekrutering betreft.»«Maar er zijn ook heel wat problemen mee gemoeid: financiële, wettelijke, organisatorische en inhoudelijke. Wat het eerste bijvoorbeeld betreft: de financiering. Op de laatste AR presenteerde de Algemeen Beheerder (Koenraad Debackere, red.) cijfermateriaal in verband met de academisering. Als we niet oppassen zal ons dat enkele miljoenen kosten (5,6 miljoen op precies te zijn, red.). Men verzekert ons dat de andere onderwijsinstellingen in Vlaanderen zich engageren om deze cijfers opnieuw te onderhandelen. Maar met de huidige financiële crisis stel ik mij daar toch vragen bij. En hoewel dat ook onderwijsminister Vandenbroucke zich hiervoor engageerde, is het absoluut nog niet duidelijk of die herverkozen wordt.»
«Misschien is de belangrijkste vraag wel hoe het LUS georganiseerd zal worden. Een systeem met tien campussen opzetten, is niet gemakkelijk. Ik pleit voor een soort beheersovereenkomst die wordt afgesloten met de verschillende hogescholen. Als je ziet hoeveel problemen wij nu al hebben om de Campus Kortrijk onder controle te houden, houd ik mijn hart vast als er daar nog eens tien bijkomen. Om alles een beetje in goede banen te leiden, installeer ik een vicerector die zich alleen met de academisering, de associatie en de LUS bezig gaat houden. We hebben iemand binnen het dagelijkse bestuur nodig die een goede sparringpartner is voor de voorzitter van de associatie (André Oosterlinck, red).»
Veto: Wat is de rol van een universiteitsrector in het LUSHverhaal?
Waer: «Hij behartigt de belangen van de universiteit. De huidige rector heeft altijd te kennen gegeven dat een rector het LUS moet trekken, maar dat lijkt mij niet het geval. Begeleiden lijkt me eerder het juiste woord.»
Veto: Hoe is uw relatie eigenlijk met de ererector?
Waer: «Ik zou zeggen: redelijk, met het accent op 'rede'. Ik praat graag met hem omdat het iemand is die graag redeneert op basis van redelijke argumenten. Toegegeven, het is geen gemakkelijk persoon, maar ik heb toch een bepaalde sympathie voor zijn openheid.»
Student
Veto: Waarom zouden studenten op u moeten stemmen?
Waer: «Ik weet dat als we kijken naar mijn onderwijs- en studentencurriculum, ik niet extreem actief geweest ben. Dat komt omdat ik als vicerector voornamelijk verantwoordelijk was voor Biomedische Wetenschappen en het ziekenhuis. En onderwijs is voornamelijk een bevoegdheid van decanen. Maar het is niet omdat ik er in de praktijk niet mee bezig ben geweest, dat ik er niet in geïnteresseerd ben. Bijvoorbeeld op de flexibilisering en de diplomaruimte maak ik mij erge zorgen. Hoe gaan we dat praktisch in goede banen leiden? Er moet een goede interactie zijn met studentenbeleid, denk maar aan huisvesting en studieduurverlenging. Gans de discussie over de minderheden verdient ook veel aandacht.»
