Willem Vermandere in abdij Keizersberg

"Onderweg is altijd nu"

Vorige week trad Willem Vermandere voor een benefietorkest moederziel alleen op het podium in de kerk van abdij Keizersberg. Het werd een melancholische avond, doorspekt met waarachtige verhalen en filosofische beschouwingen. En hoewel deze West-Vlaamse bard al veertig jaar op de planken staat, weet hij nog te verrassen met een ingetogen lied of enkele droevige noten op zijn klarinet en voetorgel.

Tom Demeyer

@@WILLEM.jpg

Ruben Bruynooghe


Veto: Er zaten vanavond opvallend veel jonge mensen in de zaal...
Vermandere: «Hoh jonge mensen. Er zijn jonge mensen van tachtig en oude peekes van twintig, die al vast zitten. Wat is dat, jong zijn? Zolang je openstaat voor nieuwe meningen, voor nieuwe visies. En als je al op zeventien jaar een definitief oordeel hebt over de wereld, dan ben je oud.»
Veto: Wat is het belangrijkste wanneer u muziek schrijft?
Vermandere: «Als ik muziek schrijf komt dat vaak voort uit improvisaties, die schrijf ik op. Je hebt muzikanten die dat absoluut niet doen. Denk maar aan iemand als Sigiswald Kuijken. Iets improviseren? Die zegt dan aan mij: "Hoe doet ge dat? Ge neemt een instrument vast en er komt daar muziek uit."»

Weemoed


Veto: U speelt heel wat instrumenten, maar in welk instrument kunt u het meeste gevoel leggen?
Vermandere: «De klarinet, dat is het instrument van mijn kinderjaren. Vanaf het eerste studiejaar was ik daarmee bezig. In het derde studiejaar moest ik voor de meester alle liedjes van de zangles voorspelen. Ik kan veel vertellen over mezelf. En daar zit er inderdaad veel melancholie in. Weemoed, misschien het overwegende levensgevoel van ons, noorderlijke mensen. Ook altijd die muziek in majeur, maar na drie strofen zit je in mineur akkoorden. Het is een beetje een getemperd geluksgevoel, een droevige blijheid.»

Klooster


Veto: De verhalen die u verteld lijken een beetje op nieuwe preken, maar dan in een positieve zin
Vermandere: «Kijk, je kan je lot niet ontlopen. In mijn jonge jaren ben ik vier jaar en half in het klooster geweest. Om priester, missionaris te worden. Ik heb filosofie gestudeerd en theologie. Dan ben ik naar huis gegaan. Je bent wie je ooit geweest bent. Ik ben dat kleine jongetje die ooit in Lauwe misdienaar was, die in de dorpsharmonie zat, voetbal speelde. Dat zijn allemaal dingen in uw leven die je afsluit maar waar je uit voortkomt. Als je er in je leven in slaagt om al die dingen als rijkdom te zien, om kracht uit te halen, dan ben je goed bezig.»
«Kijk, ik ben drie jaar godsdienstleraar geweest, dat is mijn theateropleiding. Dat is een van de hardste tijden uit mijn leven geweest. In een staatschool elke week godsdienst geven, verschrikkelijk: ik had nog geen eigen leslokaal. Hoe minder ze mij daar zagen, hoe beter. Ondertussen begon ook dat oude kinderlijke geloof ook wel te sneuvelen.»

Boosheid


Veto: U stond vanavond opnieuw in een kerk, maar toch relativeert u het geloof?
Vermandere: «Ik heb verteld vanavond dat God de meester is van de vermommingen. Ik heb teveel miserie gehad in mijn leraarstijd. Een van mijn leerlingen vertelde me na de paasvakantie: "Meester mijn grootvader is gestorven." En ze vertelde hoe alle mensen in de straat anekdoten vertelden over haar grootvader, hoe fantastisch hij wel was. Ik zei haar dat dat met die man uit Nazareth ook zo gegaan is: toen hij stierf zag pas iedereen hoe goed hij was. Een week later werd ik op de pastorij geroepen in Nieuwpoort; ik vertelde ketterijen aan de kinderen. Kort daarna ben ik opgestapt. Met de jaren neemt de boosheid af, je begint dat met humor te bekijken. En je ziet God in een zwarte mama op de metro in Brussel, of een naakte dame in de duinen aan de zee. Dan zeg ik "God toch. je hebt dat goed gedaan, zo goed vermomd."»

Inspiratie


Veto: Wat brengt de toekomst nog voor Willem Vermandere?
Vermandere: «Hoh kijk ik plan van dag tot dag. Onderweg is altijd nu. We zien wel waar de inspiratie komt, je moet bewust leven. Wat Anais Nin zegt: "Ik schrijf niet om beroemd te worden, of om geld te verdienen. Ik schrijf om dit leven te verhevigen." Dat is de kern van de zaak.»
Veto: Hoe lang wilt u nog doorgaan?
Vermandere: «Dat weet ik niet. Zolang ik niet ziek word van al die files en zolang broer ezel het kan dragen. Er zijn mensen die aan hun vijftigste al suffen en stilvallen, en je hebt er die aan hun tachtigste nog bloeien. Wat het geheim is van een lang leven? Ik weet het niet, elke dag een Rodenbach of een goeie trappist? Neen, is het niet iedereen gegeven, dat zal dan wel zo zijn zeker? Er is daar geen recept voor.»
«Wanneer ben je artiest? Wanneer je uniek bent. Alle fasen van uw leven die je positief, als één stroom energie, in de bedding van je kunstenaarschap weet te plaatsen. Wat is water? Over het zand stroomt niets, maar als het in een kanaal komt. Je moet structuur hebben in je gedachtengang. Iedereen moet ontdekken waarvoor hij geboren is, dat is de kostbare parel uit het evangelie. Je moet je leven tot volheid brengen. En dan alle ballast er uit halen. Zit er nog ballast in mijn leven? Ik ben schilder, componist, schrijver, zwerver, zigeuner, vader en echtgenoot. Maar dat geeft je ook energie, je durft je engageren. Laat je storen. Mensen bellen mij en vragen "Willem, stoor ik niet?" Natuurlijk stoor je mij - wat zou je willen - maar het is van de storing dat we leven. De storing toelaten in uw leven, dat is belangrijk.»